Het kan snel veranderen. Terwijl een aantal maanden geleden iedereen nog de mond vol had van de dreigende deflatoire spiraal waarin de geïndustrialiseerde landen dreigden te worden meegesleept, doemt nu opnieuw het inflatiespook op. In maart van dit jaar ging de inflatie in de Verenigde Staten onverwachts de hoogte in. Zelfs Japan lijkt stilaan uit de deflatiespiraal weg te raken. In februari daalden de consumentenprijzen daar niet langer en voor het eerst in vier jaar gingen de productieprijzen (lichtjes) omhoog. Het ziet er ook naar uit de inflatie in Europa een opwaarts...

Het kan snel veranderen. Terwijl een aantal maanden geleden iedereen nog de mond vol had van de dreigende deflatoire spiraal waarin de geïndustrialiseerde landen dreigden te worden meegesleept, doemt nu opnieuw het inflatiespook op. In maart van dit jaar ging de inflatie in de Verenigde Staten onverwachts de hoogte in. Zelfs Japan lijkt stilaan uit de deflatiespiraal weg te raken. In februari daalden de consumentenprijzen daar niet langer en voor het eerst in vier jaar gingen de productieprijzen (lichtjes) omhoog. Het ziet er ook naar uit de inflatie in Europa een opwaartse tendens vertoont. Maar vooral in China, dat minder dan een jaar geleden tekenen van een toenemende deflatie vertoonde, lijkt de tendens gekeerd te zijn. De inflatie is er gestegen tot 3 % en het is niet uitgesloten dat tegen eind dit jaar de kaap van 5 % wordt bereikt. De Chinese economie begint stilaan alle klassieke tekenen van oververhitting te vertonen. China is vooral een slokop van grondstoffen en dat zal wereldwijd gevolgen hebben voor het prijsniveau van tal van producten (zie blz. 58). Van paniek is nog geen sprake. Vreemd, want als economen pakweg tien jaar geleden voorspelden dat de stijging van de grondstoffenprijzen ook de kostprijs van een huis of een wagen de hoogte in zou jagen, was het alle hens aan dek. Dat is nu allesbehalve het geval en daar zijn verschillende redenen voor. Eerst en vooral worden er in China maatregelen genomen om de oververhitting van de economie af te remmen. Ten tweede zijn we uiteraard nog ver verwijderd van een inflatie zoals we die in het verleden hebben gekend. Een double digit-inflatie waarbij we in de buurt komen van zo'n 10 % of zelfs 15 %, is zeker niet aan de orde. Een derde factor (en misschien wel de belangrijkste) is de toenemende vergrijzing. De aankoop van een wagen of de bouw van een huis mag dan duurder worden, het deel van de bevolking dat zo'n investering wil doen, wordt steeds kleiner. Om bij dezelfde voorbeelden te blijven: gepensioneerden kopen geen nieuw huis en een nieuwe wagen is al helemaal niet aan de orde, omdat ze er gewoon geen behoefte aan hebben. Gepensioneerden zijn geen grote verbruikers en zeker geen grote schuldenaars. Daarbij komt dat een steeds groter deel van de bevolking alles te winnen heeft met een minimum aan inflatie, zelfs met een deflatie. Voor gepensioneerden die een appeltje voor de dorst bewaren, is deflatie het gedroomde scenario. Dalende prijzen doen hun koopkracht alleen maar toenemen, terwijl hun gespaarde geld bij prijsstijgingen smelt als sneeuw voor de zon. Eigenlijk is het anno 2004 veel moeilijker geworden om inflatie te creëren. "Is dat geen goede zaak?" horen we u denken. Niet echt. Een inflatie van 2 tot 3 % is voor een economie toch comfortabeler dan iets tussen de 0,5 % en 1,5 %. Een beetje meer inflatie oliet de sociaal-economische machine. Alain Mouton Johan Van Overtveldt