"Momenteel zijn er per gepensioneerde nog ongeveer 2,4 mensen beroepsactief", zegt Jacques Boulet, expert in sociale zekerheid. "Een loopbaan moet eigenlijk duren tot 65 jaar. Maar dat is theorie. Vandaag is 59,5 jaar de gemiddelde leeftijd waarop men stopt met werken. Als we zo doorgaan, zal er in 2040 nog maar 1,5 beroepsactieve zijn om één pensioengerechtigde te financieren." En dus komt ons zogenaamde repartitiestelsel - waarbij de werkende generatie betaalt voor de gepensioneerden - ernstig onder druk te staan. Bij de jonge beroepsbevolking heerst dan ook onrust. Hun toekomst is onzeker. Dat ze langer zullen moeten werken dan hun ouders, beseffen ze nu al. Maar hoe kunnen ze zorgen dat ze later ook een comfortabel pensioen genieten?
...

"Momenteel zijn er per gepensioneerde nog ongeveer 2,4 mensen beroepsactief", zegt Jacques Boulet, expert in sociale zekerheid. "Een loopbaan moet eigenlijk duren tot 65 jaar. Maar dat is theorie. Vandaag is 59,5 jaar de gemiddelde leeftijd waarop men stopt met werken. Als we zo doorgaan, zal er in 2040 nog maar 1,5 beroepsactieve zijn om één pensioengerechtigde te financieren." En dus komt ons zogenaamde repartitiestelsel - waarbij de werkende generatie betaalt voor de gepensioneerden - ernstig onder druk te staan. Bij de jonge beroepsbevolking heerst dan ook onrust. Hun toekomst is onzeker. Dat ze langer zullen moeten werken dan hun ouders, beseffen ze nu al. Maar hoe kunnen ze zorgen dat ze later ook een comfortabel pensioen genieten? Wie het onderwerp 'pensioen' aansnijdt, kan niet om de drie beruchte pensioenpijlers heen. Die verschillen ietwat naargelang u in dienstverband dan wel als zelfstandige werkt. Deze pijler wordt via de sociale zekerheid georganiseerd voor alle burgers, ook al zijn er verschillen tussen het stelsel voor werknemers uit de privésector en dat voor ambtenaren en voor zelfstandigen. Om een wettelijk pensioen te krijgen, moet u 65 jaar zijn (minimaal zestig jaar) en 35 jaar gewerkt hebben (zonder financiële bestraffing wegens vervroegd pensioen). Hoeveel pensioen u krijgt, hangt van diverse factoren af: de duur van uw loopbaan, het salaris dat u verdiende en de samenstelling van uw gezin. Beginnende werknemers. Zowel de werkgever als de werknemer draagt bij aan het wettelijk pensioen via de sociale bijdragen die worden ingehouden op het brutoloon. Beginnende zelfstandigen. Het pensioen van zelfstandigen wordt betaald door de sociale zekerheid van de zelfstandigen. Die wordt voornamelijk gefinancierd door de bijdragen die de actieve zelfstandigen storten. Het zelfstandigenpensioen wordt vandaag nagenoeg op dezelfde manier berekend als dat van loontrekkende werknemers, al zijn er kleine verschillen in de maximumbedragen. Dit is het pensioen dat men opbouwt via bijdragen die in verhouding staan tot het beroepsinkomen en die onder een apart belastingstelsel vallen. Beginnende werknemers. Wie in het kader van zijn beroepsactiviteit een aanvullend pensioen opbouwt, doet dat via de groepsverzekeringen en pensioenfondsen die worden georganiseerd in de onderneming of de sector. Het bedrag wordt uitgekeerd wanneer de werknemer met pensioen gaat. Beginnende zelfstandigen. Ook een zelfstandige heeft diverse mogelijkheden om, boven op het wettelijk pensioen, een aanvullend pensioen op te bouwen. Als zelfstandige kunt u bij een sociale kas, verzekeringsmaatschappij of bank intekenen op het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ). U betaalt bijdragen die fiscaal aftrekbaar zijn (tot maximaal 8,17 procent van het beroepsinkomen van het refertejaar) en bouwt op die manier een pensioenkapitaal op. Bij de 'sociale variant' van het VAPZ bedraagt de aftrekbaarheid zelfs 9,4 procent van het inkomen en zijn er extra dekkingen voorzien (overlijden, invaliditeit, gewaarborgd inkomen). Zelfstandige bedrijfsleiders met een regelmatig en maandelijks loon kunnen via de individuele pensioentoezegging (ITP) extra pensioen opbouwen, volgens het principe van de groepsverzekering. De premies die de onderneming hiervoor betaalt, zijn volledig aftrekbaar. Het gaat hier om individueel sparen op lange termijn. De overheid heeft voor deze formules - die voor elke meerderjarige burger toegankelijk zijn - een reeks fiscale stimuli uitgewerkt. Al moet gezegd dat deze producten vrij zwaar belast worden: 10 procent van het opgebouwde kapitaal (winstdeelnames niet meegerekend), op voorwaarde dat u werkt tot uw 65ste. Want stopt u al met werken tussen uw zestigste en 65ste (met een loopbaan van minimaal 35 jaar), dan geldt zelfs een aanslagvoet van 16,5 procent. "Toch weegt dat alles niet op tegen het fiscale voordeel dat u tot dan toe hebt genoten", verzekert Boulet. Het is ook heel belangrijk te weten welke kapitalen gegarandeerd zijn op de einddatum. Als de overheid de juiste maatregelen neemt, zal het wettelijke pensioenstelsel volgens Boulet blijven voorzien in een waardig bestaansminimum. Maar comfortabel zal de pensioengerechtigde er niet van kunnen leven. Jonge mensen hebben er dus alle belang bij om werk te maken van de tweede en derde pensioenpijler, zonder daarin te overdrijven. Een jong koppel kan het best eerst sparen bij de bank om vastgoed te kopen. Bovendien zijn er verzekeringspolissen die verder gaan dan de klassieke schuldsaldoverzekering en een gedeelte kapitalisatie inbouwen. Die som, die bij afloop van het contract wordt vrijgegeven, vormt dan een aanvulling op de verzekeringen in de derde pensioenpijler. Het blijft interessant om tegelijk ook te sparen volgens een formule die onder een fiscale gunstmaatregel valt, zelfs al stort men maar kleine bedragen. Werknemers die een collectieve pensioentoezegging genieten, hoeven zich hier niet meteen zorgen over te maken. Maar zelfstandigen krijgen van Jacques Boulet de raad om zo snel mogelijk in te tekenen op de sociale variant van het VAPZ en niet al te grote premies te storten. En wat met gemengde koppels, waarbij bijvoorbeeld de man zelfstandig en de vrouw bediende is? "Zij kunnen elkaar perfect aanvullen", zegt Boulet. "De ene partner kan wat meer risico nemen dankzij de stabiliteit van de andere. Een werknemer in dienstverband geniet door zijn statuut meer zekerheid in het begin van zijn loopbaan. Maar als het project van de zelfstandige slaagt, is de kans groot dat hij op het einde van de rit een groter vermogen heeft opgebouwd dan zijn loontrekkende partner, vooral als hij een vennootschap heeft opgericht."Bereken zelf hoeveel pensioen u zult krijgen via www.kenuwpensioen.be JACQUELINE REMITS