Al sinds begin 2007 ment de 56-jarige Wouter De Geest met strakke hand het netwerk van 54 BASF-installaties aan de Schelde. De Geest is dus al drie jaar baas van het bedrijf waar hij in de vroege jaren tachtig zijn loopbaan startte. De jurist was onder meer personeelsdirecteur en was lang verantwoordelijk voor de communicatie. En nog steeds voert hij zelf de onderhandelingen met de vakbonden. Niet verwonderlijk, want de geboren Gentenaar praat gedecideerd, goed en graag. Zijn gedrevenheid kan hij niet verhullen, een pokerface is hem vreemd. "Hij is wildenthousiast over de chemie en haar toepassingen, en straalt die begeestering uit", vindt Frans Dieryck, gedelegeerd bestuurder van de sectorvereniging essenscia Vlaanderen. "En ja, hij kan het bij momenten zeer scherp stellen."
...

Al sinds begin 2007 ment de 56-jarige Wouter De Geest met strakke hand het netwerk van 54 BASF-installaties aan de Schelde. De Geest is dus al drie jaar baas van het bedrijf waar hij in de vroege jaren tachtig zijn loopbaan startte. De jurist was onder meer personeelsdirecteur en was lang verantwoordelijk voor de communicatie. En nog steeds voert hij zelf de onderhandelingen met de vakbonden. Niet verwonderlijk, want de geboren Gentenaar praat gedecideerd, goed en graag. Zijn gedrevenheid kan hij niet verhullen, een pokerface is hem vreemd. "Hij is wildenthousiast over de chemie en haar toepassingen, en straalt die begeestering uit", vindt Frans Dieryck, gedelegeerd bestuurder van de sectorvereniging essenscia Vlaanderen. "En ja, hij kan het bij momenten zeer scherp stellen." Dieryck en De Geest waren jarenlang collega's in het directiecomité van BASF Antwerpen, en zijn vrienden geworden. "Hij is communicatief heel sterk. Hij is jurist, geen ingenieur, maar toch heeft hij maar een half woord nodig om technische dossiers te vatten en om te zetten in beleid. Een veel grotere sterkte is bovendien dat hij begeesterend is en dat weet te vertalen in ideeën die iemand anders kan meepakken. En hij is authentiek. Privé is hij namelijk niet anders." Dossiervreter De Geest, een voetbal- en paardenliefhebber, is als clanhoofd van de Belgische chemie een cruciale schakel tussen de chemiecluster - en bij uitbreiding het hele lokale industriële netwerk, de overheid en de werkgeversfederaties. "Je bent gewoon verplicht om goed na te denken over wat er rond ons allemaal gebeurt. Er heerst een gevoel van onzekerheid, een onbestemde angst die niemand kan vatten. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat chemie noodzakelijk is om oplossingen te helpen vinden voor de grote problemen in de wereld", zegt De Geest. "Uiteraard word ik geïnspireerd door mijn eigen bedrijf. Dat is een onderdeel van de maatschappij, dus is het vanzelfsprekend dat je je daar als CEO voor engageert", zegt De Geest. Dat doet hij als voorzitter van de sectorfederatie essenscia, lid van het directiecomité van het VBO, ondervoorzitter van Voka KvK Antwerpen-Waasland, voorzitter van de stuurgroep industrie van de kamer van koophandel, lid van het bestuurscomité van Voka-VEV, bestuurder bij het Antwerpse Havenbedrijf en als lid van de raad van wijzen van Vlaanderen In Actie. "Een lokale, regionale en federale component", zucht hij. "Je hebt ze alle drie nodig om over industrie te praten." Persoonlijke eer drijft hem niet, klinkt het. "Ik zoek geen mandaten om de mandaten. Die interesseren mij alleen in die mate dat we bezig zijn welvaart en welzijn in onze regio te verankeren. Dat komt ook BASF Antwerpen ten goede." Zijn werknemers houden daarom ook de druk op de ketel. "Ze zouden het niet begrijpen, mocht hun CEO afwezig blijven op fora waar gepraat wordt over bijvoorbeeld energiekosten of milieuvergunningen", zegt De Geest. "Ze zouden zeggen: 'Die ligt te slapen zeker? Is die niet geïnteresseerd in de toekomst van de fabriek?'" De Geest omschrijft zichzelf liefst als een bruggenbouwer. Frank Coenen, de CEO van Tessenderlo Group, treedt hem daarin bij. "Hij is vooral een groot diplomaat. Hoe hij zijn boodschap kan overbrengen, zowel bij essenscia als daarbuiten, waardeer ik erg", zegt Coenen, die ook wijst op de bekwaamheid van De Geest om snel tot goede conclusies te komen. Dat De Geest soms zijn irritatie niet kan verbergen, vindt de BASF-topman zelf geen probleem. "Je kunt niet gedreven zijn zonder geïrriteerd te geraken als het niet vooruitgaat", stelt hij. "Maar die irritatie mag niet omslaan in cynisme. Dat gevaar bestaat als je ze niet kunt verwerken. Een cynicus staat aan de zijlijn. Daar wordt op de duur niet meer naar geluisterd." Bij BASF wordt maar al te goed geluisterd naar De Geest. Ook door de vakbonden, waarmee hij zelf de cao-onderhandelingen voert. Niet meer dan normaal, vindt de CEO. "Hoe kun je nu zeggen dat je respect hebt voor sociale partners, wanneer je niet zelf de sociale onderhandelingen doet?" En bij de top in Ludwigshafen is het vertrouwen in De Geest nog gegroeid door zijn aanpak van de crisis. "Heel wat installaties werden stilgelegd, en andere draaiden op minimumcapaciteit. Maar we zijn erin geslaagd om zowel Antwerpen als Ludwigshafen draaiende te houden." Daarbij realiseerde De Geest een sociaal huzarenstukje door economische werkloosheid te vermijden via een intern interimkantoor. Ludwigshafen kopieerde het idee graag. Het leverde de twee vestigingen de BASF business excellence award voor 2010 op. "Wij kunnen crisissen overwinnen, en die wetenschap is belangrijk, omdat er nog zullen komen. Zelfs nu de fabriek weer bijna voor de volle 100 procent draait en de bijdrage aan de groepsresultaten heel goed is, vraag ik toch om voorzichtig te blijven." En onvermijdelijk belandt een gesprek met de BASF-topman bij het bredere verhaal over de toekomst van de industrie. "We kunnen niet over innovatie spreken zonder industrie", zegt De Geest. "Innovatie die niet kan worden omgezet in productie, is innovatie die verhuist. Wil je permanent welvaart creëren, dan heb je een maakindustrie nodig. Die boodschap breng ik overal. Ik zie dat er toch meer sympathie voor begint te ontstaan." En nu het Groenboek voor een nieuw industrieel beleid op tafel ligt, wil De Geest het ijzer smeden terwijl het heet is. "We moeten alle egoïsme opzijzetten en onze krachten bundelen", klinkt het. "En laat Voka de gesprekspartner zijn van de Vlaamse overheid en de sociale partners om een industrieel beleid mee op poten te zetten en vooruit te gaan." bert lauwers, illustratie debora lauwers"Je kunt niet gedreven zijn zonder geïrriteerd te geraken als het niet vooruitgaat" "Innovatie die niet kan worden omgezet in productie, is innovatie die verhuist"