Begeerlijke Prooi

De tegenspoed van de oliegigant BP kan hem tot doelwit van overname maken, zeker als de olieprijs blijft zakken.

De investeerders in BP zijn geduldige mensen en ze worden goed beloond voor hun lankmoedigheid. De op twee na grootste Britse onderneming betaalt gulle en betrouwbare dividenden uit, wat ze tot een vaste waarde maakt in menige portefeuille. In de aanloop naar de publicatie van de kwartaalresultaten van de oliereus op 3 februari worden sommige beleggers toch zenuwachtig. BP biedt een vette 5,8 procent dividendrendement, maar de aandelenkoers is in tien jaar met een vijfde gedaald. Daarmee deed het beduidend slechter dan de markt. De opbrengst voor de aandeelhouders was dan ook lichtjes negatief. De voornaamste reden is de ramp met het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico in april 2010. De kostprijs loopt op tot liefst minstens 43 miljard dollar aan boetes, advocatenkosten, schadevergoeding en opkuis.

Sindsdien is BP afgeslankt. Het verkocht voor meer dan 40 miljard dollar activa, waardoor het een derde kleiner werd. Intussen blijft het rechtszaken en beroepsprocedures verliezen. En nu doet de goedkope olie daar nog een schepje bovenop. Tot voor kort ging BP voor zijn planning uit van een olieprijs van 100 dollar per vat. Toen het in december zijn jongste herstructureringsplan van 1 miljard dollar aankondigde, trachtte het de investeerders gerust te stellen met de melding dat zijn plannen uitgingen van een olieprijs van 80 dollar, met een bodemniveau van 60 dollar. Op dat ogenblik bedroeg de olieprijs 65 dollar, nu staat hij lager dan 50 dollar.

Niet alleen lijken de geplande kapitaaluitgaven (meer dan 24 miljard dollar per jaar) zo onbetaalbaar, maar de gulle dividenden — een topprioriteit — zullen heel wat cash opslokken. Een institutionele belegger vraagt zich openlijk af of BP volgende maand het dividend zal uitbetalen in de vorm van nieuwe aandelen. “Ze worden door de gebeurtenissen overweldigd”, zegt hij.

Exxon zou mooi zijn

Het wordt steeds waarschijnlijker dat een van BP’s rivalen die zwakheid wil uitbuiten en een bod zal uitbrengen. Hoewel de waarde van BP scherp gedaald is, bedraagt zijn marktkapitalisatie nog altijd 107 miljard dollar. Het lijstje van mogelijke kopers is dan ook kort. De mogelijke gegadigden zijn Exxon Mobil (marktwaarde 380 miljard dollar) en Shell (197 miljard dollar), met Chevron (196 miljard dollar) als mogelijke fusiepartner om de beide andere af te weren. Er zijn wel staatsolie- en gasmaatschappijen (in Saoedi-Arabië, Qatar en Koeweit bijvoorbeeld) die groot genoeg zijn om zich BP te veroorloven, maar geen enkele daarvan lijkt op dit ogenblik erg kooplustig.

Geen van de betrokken firma’s wil commentaar leveren, maar het ziet ernaar uit dat er wat voordeel zit in een overname door Exxon. De twee ondernemingen passen mooi in elkaar. De Amerikaanse activiteit van Exxon is kleiner dan zijn internationale operaties, terwijl BP, in naam nochtans Brits, het sterkst staat in Amerika. Exxon heeft heel wat cash en geniet lage leningskosten. Met de opslorping van een andere rivaal, Mobil, in 1999 deed het een goede zaak. Bovendien wordt de prijs van het aandeel BP nog het meest aangetast door de rechtszaken in de Verenigde Staten. Daar heeft de maatschappij er een zootje van gemaakt. Exxon, met zijn ongeëvenaarde politieke invloed, doet het misschien beter.

Verleidelijk is ook de 20 procent participatie die BP heeft in Rosneft, Ruslands grootste petroleummaatschappij. Rosneft zit in de penarie: het torst een hoge schuldenlast, is afgesneden van de westerse kapitaalmarkten door de sancties en moest in december nog gered worden door de staat. Maar voor een buitenstaander die iets verder vooruitkijkt vallen de Russische olie- en gasreserves moeilijk te negeren. BP heeft daar al behoorlijk wat geld verdiend. De sancties hebben Exxon, dat nauwe banden heeft met Rusland, gedwongen zijn boorproject met Rosneft aan de Noordpool op te geven. Een overname van BP kan voor Exxon de deur weer op een kier zetten.

Misschien wel de belangrijkste aanleiding voor een overname is niet het lot dat BP beschoren is, maar de sombere toestand van de sector in het algemeen. Alle grote energieondernemingen kampten al met toenemende kosten en dalende reserves nog voor de olieprijs daalde. Nu proberen ze ook de gevolgen daarvan aan te pakken. Fusies bieden een kans om de kosten te drukken en geld te sparen. De prijzen zijn laag.

BP wil het liefste onafhankelijk blijven. Zijn bazen geloven dat ze sinds 2010 goed gewerkt hebben. Om het even welke koper zal toch aanzienlijke hindernissen moeten opruimen. De voormalige oliemaatschappij van het Britse imperium onderhoudt nauwe banden met het establishment. De overname door een Amerikaanse koper zou een politieke rel ontketenen, en nog wel in een verkiezingsjaar.

Niet het juiste moment

Ook het idee dat Shell zijn oude partner en rivaal zou overnemen, is bij nader toezien niet zo aantrekkelijk. BP’s voormalige CEO Lord John Browne heeft ooit een fusie overwogen, toen zijn maatschappij nog de overhand had. Shell is nu de sterkere partij. Het heeft een soliede balans en er kunnen aantrekkelijke synergie- en kostenbesparingen tot stand gebracht worden.

Grote, vijandige overnames zijn evenwel niet de stijl van de Brits-Nederlandse maatschappij. Ze heeft zwaar ingezet op gas en boringen in Alaska en dat loopt niet goed. Terwijl BP activa verkocht toen de olieprijs hoog stond, doet Shell verwoede pogingen om hetzelfde te doen op een tijdstip dat er weinig afnemers zijn. Vorige week moest het nog een enorm petrochemisch project in Qatar afvoeren.

De ondernemingsculturen van beide firma’s samensmelten is wellicht niet makkelijker dan wanneer Exxon de koper zou zijn. BP heeft zijn imperiale trekjes nooit afgelegd en dat leidt tot een klimaat waarin werknemers zenuwachtig worden als ze de baas slecht nieuws moeten melden. Shell is een onderneming die aangedreven wordt door engineering. Het beschouwt zichzelf als vlakker en collaboratiever. Het gevaar voor monopolievorming is een kwestie die een ingewikkelde en riskante ontwarring van activa stroomafwaarts vereist, en dat in moeilijke tijden.

De risico’s en kosten om te trachten BP over te nemen en het vervolgens op te slorpen, zijn misschien al voldoende om eventuele roofridders eens goed te laten nadenken of ze op dit ogenblik wel hun kans willen wagen. Er zijn immers heel wat andere oliemaatschappijen die ze kunnen kopen en die niet BP’s bagage torsen. Maar als de olieprijzen laag blijven of de situatie wordt om andere redenen erger voor BP, dan liggen alle mogelijkheden open. De onderneming is in het voorbije decennium grondig veranderd. Om haar onafhankelijkheid te garanderen, moet ze nog meer doen.

THE ECONOMIST

BP en Exxon zouden mooi in elkaar passen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content