Het West-Vlaamse Deli Ostrich stelde onlangs zijn nieuwe insectenproducten voor op een voedingsvakbeurs. Bitterballen met meelwormen, salami met sprinkhaan en gefrituurde wasmotlarven, om er maar enkele te noemen. De reacties waren uiteenlopend, vertelt managing director Luc Deleersnyder. "Een enkeling weigerde te proeven, anderen vonden de producten 'interessant'. Sommigen waren laaiend enthousiast over de nootachtige smaak. Hoe dan ook moet iedereen bij het eten van insecten eerst een knop in zijn hoofd omdraaien."
...

Het West-Vlaamse Deli Ostrich stelde onlangs zijn nieuwe insectenproducten voor op een voedingsvakbeurs. Bitterballen met meelwormen, salami met sprinkhaan en gefrituurde wasmotlarven, om er maar enkele te noemen. De reacties waren uiteenlopend, vertelt managing director Luc Deleersnyder. "Een enkeling weigerde te proeven, anderen vonden de producten 'interessant'. Sommigen waren laaiend enthousiast over de nootachtige smaak. Hoe dan ook moet iedereen bij het eten van insecten eerst een knop in zijn hoofd omdraaien." "Nochtans is insecten eten niet zo vreemd", stelt Deleersnyder. "Het is zelfs gemeengoed in drie vierden van de wereld. Insecten zijn een interessante en ecologische proteïnebron. Een gemiddeld insect heeft een eiwitgehalte van 30 tot 45 procent, bij vlees is dat 15 tot 20 procent. Terwijl de CO2-uitstoot per kilogram proteïnen bij de kweek van meelwormen 400 keer lager ligt dan bij de runderkweek, en bij de kweek van krekels tot 1500 keer lager. Dat kan tellen in tijden van smogalarm. We kunnen de groeiende wereldbevolking onmogelijk volgens de bestaande patronen blijven voeden, en zullen op den duur niet anders kunnen dan insecten op het menu te zetten." Volgens Deleersnyder staan de grote retailers in ons land te trappelen van ongeduld om zijn insectenproducten als eersten te kunnen verkopen. "Onze producten zijn vrij uniek. Er zijn al insecten te koop in poeder- of pastavorm, maar daar geloven wij niet in. Een consument die niet voor insecten openstaat, zal ze ook niet in die vorm eten. Wij denken dat de avontuurlijke consument die een insectenburger durft te proeven, de insecten gerust mag zien zitten." Deleersnyder heeft de tijd gehad om na te denken over de vorm van zijn producten, want hij heeft al lang interesse voor insecten als voedingsmiddel. "Wat ons al die jaren tegenhield, was het ontbreken van een wettelijk kader. Pas in oktober 2013 is er een lijst goedgekeurd van een tiental insecten die tot voeding mogen worden verwerkt -- onder meer meelwormen, sprinkhanen, krekels, buffalowormen en wasmotlarven. Ondertussen kreeg ons bedrijf ook de vergunning om insecten te verwerken voor menselijke consumptie." Een leverancier moest Deleersnyder niet ver zoeken. "In het naburige Meulebeke vonden we een geschikte partner in een bedrijf dat al 25 jaar insecten kweekt voor dierlijke consumptie. Zij leveren levende insecten aan vogelkwekers, en diepgevroren en geblancheerde exemplaren aan de dierenvoedingsindustrie over heel Europa. De zaakvoeder zag er niet meteen een markt in, maar ik heb hem over de streep kunnen trekken. Zijn business is erg seizoensgebonden, met een piek in het kweekseizoen tussen maart en augustus. Het is een goede aanvulling voor hem." "Het zal wellicht een nicheproduct blijven, maar ik sluit niet uit dat insecten binnen het jaar al 10 procent van onze omzet uitmaken", klinkt het ambitieus. Deleersnyder voelt zich goed in de rol van pionier. Sinds hij 25 jaar geleden het bedrijf van zijn ouders overnam, lanceerde hij de ene exotische nieuwigheid na de andere. "Mijn ouders begonnen in 1953 een traditionele kippenhandel. Stilaan breidden ze hun gamma uit met parelhoen, kalkoen, konijn en eend." In principe had hij de rendabele zaak van zijn ouders gewoon kunnen voortzetten. "Maar ik wilde nieuwe markten aanboren. Struisvogelvlees uit Zuid-Afrika opende de deur naar de grootdistributie. We konden alle belangrijke supermarktketens in ons land overtuigen om het in hun gamma op te nemen en te promoten bij de consument. In topperiodes leverden we twintig ton vers struisvogelvlees per week aan de Belgische supermarkten." Na de geslaagde lancering van de struisvogelfilet ging Deleersnyder op zoek naar andere exotische vleessoorten. "Tijdens een reis in Zimbabwe kwam ik op het idee om krokodil in te voeren, iets wat geen enkele Europese importeur ons had voorgedaan. Het krokodillenvlees baande de weg naar de export voor ons hele exotische gamma, dat we uitbreidden met kangoeroe, antiloop, bizon, zebra, kameel en ratelslang." Deli Ostrich groeide uit tot de Europese marktleider in de distributie van exotisch vlees. Dat wordt ingevoerd uit alle hoeken van de wereld. Het wordt ter plaatse geslacht en uitgebeend, het versnijden en verpakken gebeurt door de werknemers van Deli Ostrich. Zo'n 45 procent van de producten gaat richting de Belgische supermarkten, de rest is bestemd voor de uitvoer. Maar het bedrijf heeft ook moeilijke periodes gekend. "Om onze voorsprong op de concurrentie te handhaven, moesten we zwaar investeren. Dat was voor een kleine onderneming niet gemakkelijk. Als gevolg van de lokale struisvogelkweek, die eind jaren 1990 opgang maakte, en de protectionistische houding van sommige Europese landen, daalde onze omzet met 35 procent, terwijl we net hadden geïnvesteerd in een nieuw bedrijfspand. We hebben toen op de rand van het faillissement gestaan." Deli Ostrich kroop weer uit het dal. "De kwaliteit van het regionale struisvogelvlees bleek niet zo geweldig -- ons klimaat is niet geschikt voor het kweken van struisvogels -- en de klanten kwamen weer bij ons aankloppen. De crisis die de traditionele vleessector doormaakte als gevolg van hormonenschandalen, varkenspest en de dollekoeienziekte, speelde ook in ons voordeel." Ondanks het uitgebreide assortiment haalt de West-Vlaamse invoerder de helft van zijn omzet nog altijd uit struisvogelvlees. Dat houdt het nodige risico in. In 2004, en opnieuw in 2011 brak de vogelgriep uit in Zuid-Afrika en werd de uitvoer van struisvogelvlees verboden. "We vonden wel alternatieve aanvoerkanalen in Zimbabwe, Polen of Tsjechië, maar daarmee krijgen we onze struisvogelomzet nooit helemaal op peil. Nu is er nog altijd geen aanvoer van struisvogels uit Zuid-Afrika. Daarbovenop kregen we problemen met de aanvoer van antiloopvlees uit dat land toen er mond-en-klauwzeer uitbrak. Dat vlees was goed voor 10 procent van onze omzet. Hoewel de kangoeroe profiteerde van de afwezigheid van struisvogelvlees, was het toch duidelijk dat we nog meer moesten diversifiëren in nieuwe exclusieve vleessoorten. Deli Ostrich moet het hebben van nicheproducten." Die niches vond het bedrijf onder meer in Iberico-varkensvlees, bekend van de pata- negraham, en in Rubia Gallega, een Spaanse rundersoort uit het Baskenland. "Bij ons vond je dat vlees al in toprestaurants, wij introduceerden het in de supermarkten." Opvallend voor een vleesbedrijf: Deli Ostrich lanceerde zich ook op de markt van de vegetarische producten. "Ik was nooit een grote fan van soja of tofu", geeft Deleersnyder toe. "Maar het is een commercieel interessant segment geworden, ook al is er al veel concurrentie. Hoe wij ons op die markt willen onderscheiden? Door producten aan te bieden die een vleeseter lekker vindt. We richten ons op de flexitariër die graag afwisselt, eerder dan op de principiële vegetariër. Die laatste zit wellicht niet te wachten op vegetarische scampi die in uitzicht en textuur heel erg lijken op echte scampi. Onze vegetarische producten verkopen we al bij Spar en binnenkort ook bij Carrefour. De producten, op basis van soja en melkwei, worden aangevoerd vanuit Taiwan." Van kippen naar insecten, het is geen alledaags bedrijfsverhaal. Maar de grootste krachttoer, vindt Deleersnyder, was het opvangen van de spectaculaire omzetdaling als gevolg van de Zuid-Afrikaanse vogelgriep. "In 2011, voor de ziekte uitbrak, bedroeg onze omzet 14 miljoen euro, in 2012 was daar nog maar 6,8 miljoen euro van over. In 2013 zaten we aan 8,5 miljoen euro, voor 2014 hebben we opnieuw 10 miljoen euro gebudgetteerd. Heel wat bedrijven zouden zo'n daling niet overleven. Gelukkig zijn wij ondertussen bedreven in het drukken van de kosten en spelen we creatief in op nieuwe markten. We waren een gezond bedrijf en hadden een sterke financiële buffer." Gelukkig had Deleersnyder in 2008 een deel van zijn aandelen verkocht aan een particuliere holding. "Zo kon ik toch een en ander veiligstellen, waardoor de stress deels wegviel. Stoppen is nog niet aan de orde. Ik heb de kick nog nodig. Nieuwigheden introduceren, zoals nu die insecten, dat is gewoon mijn ding." KARIN EECKHOUT, FOTOGRAFIE EMY ELLEBOOG"We zullen op den duur niet anders kunnen dan insecten op het menu te zetten" "Gelukkig zijn we bedreven in het creatief inspelen op nieuwe markten"