Congo kan uitgroeien tot het China van Afrika," zei president Joseph Kabila onlangs in Jeune Afrique. Bij ons neemt de politieke druk toe om 'meer te doen in Congo'. Op alle niveaus: Paleis, federale regering, Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden, zelfs de Vlaamse regering. De Belgisch-Afrikaanse Kamer duwt mee, er wordt gedacht aan een handelsmissie in het najaar. Texaf, de enige Congoholding op Euronext Brussel, stelde bij het bekendmaken van zijn goede jaarresultaten dat het aandeel een beeld geeft van de toestand in Congo en het risico sterk verminderd is. ...

Congo kan uitgroeien tot het China van Afrika," zei president Joseph Kabila onlangs in Jeune Afrique. Bij ons neemt de politieke druk toe om 'meer te doen in Congo'. Op alle niveaus: Paleis, federale regering, Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden, zelfs de Vlaamse regering. De Belgisch-Afrikaanse Kamer duwt mee, er wordt gedacht aan een handelsmissie in het najaar. Texaf, de enige Congoholding op Euronext Brussel, stelde bij het bekendmaken van zijn goede jaarresultaten dat het aandeel een beeld geeft van de toestand in Congo en het risico sterk verminderd is. Hierachter schuilen twee foute percepties. Eén: Congo wordt geen tweede China, maar een wingewest van China. De Chinese president Hu Jintao reist niet voor niets door het continent. Twee: de resultaten van Texaf weerspiegelen allerminst de voortschrijdende verpaupering, daarvoor is in Congo het dalende bierverbruik een betere barometer. Texaf profiteert van de vastgoedmarkt in Kinshasa, die opveert door de vraag van buitenlandse ngo's en VN-agentschappen, zoals Monuc. Bijna 60 % (1,2 miljard dollar) van de Congolese begroting komt uit internationale hulp, tegenover amper 0,18 % uit mijnexploitatie. Bij een gezonde uitbating zou minstens 2,5 miljard dollar aan eigen mijnopbrengsten mogelijk zijn. De mijnsector is de sleutel van het economische herstel. Maar wanneer westerse ngo's kritiek uiten op de zelfverrijking van een kleine elite die teert op de uitbuiting van de nationale rijkdommen, beroepen Congolese machthebbers zich op hun 'nationale soevereiniteit'. Het gebeurde vorige week op een persconferentie in Lubumbashi door een partijbons van Kabila's partij (PPRD). Hij noemde buitenlandse ngo's als het Nederlandse Fatal Transactions, die in een recent rapport vermeende corruptie bij mijncontracten had aangeklaagd, "organisaties verwant met maffiose netwerken die ageren tegen de (Congolese) mijnindustrie". Dat is potsierlijk en misplaatst. Als 60 % van je begroting van buitenlandse donoren komt, hebben die het recht en de plicht rekenschap te vragen. Een bloeiende mijnsector zou Congo echte soevereiniteit opleveren, maar de machthebbers spelen internationale donoren kennelijk liever tegen elkaar uit. Voor Mobutu was de Oost-Westtegenstelling het gedroomde chantagemiddel. Het komt de nieuwe Congolese machthebbers goed uit dat corruptiebestrijding voor Peking geen prioriteit is, Chinezen zullen niet malen om een tweede Mobutu. Omdat funderingen leggen voor een rechtstaat met eigen inkomsten uit de mijnsector ook voor de (westerse) internationale gemeenschap nooit een prioriteit is geweest, effent ze de weg naar een tweede Mobuturegime. De Wereldbank beweert werk te maken van corruptiebestrijding, maar haar daden in Congo staan daar haaks op. Onze eigen onderzoekscommissie-Grote Meren was een schijnvertoning. Naarmate China zwaarder weegt, zal het Westen aan invloed verliezen. Zo er al een poging is geweest om in Congo met een propere lei te herbeginnen, is die kans ruimschoots verkeken. Voor onze bedrijven is dat geen prettig vooruitzicht. Erik Bruyland Erik Bruyland