De Vlaamse regering struikelde vorige week bijna over de invoering van praktijktesten. Dat systeem van fictieve sollicitaties moet nagaan of allochtonen bij een aanwervingsproces worden benadeeld. U plaatst daar vraagtekens bij, terwijl onderzoek van de arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) aantoont dat allochtonen minder kans hebben op een sollicitatiegesprek.
...

De Vlaamse regering struikelde vorige week bijna over de invoering van praktijktesten. Dat systeem van fictieve sollicitaties moet nagaan of allochtonen bij een aanwervingsproces worden benadeeld. U plaatst daar vraagtekens bij, terwijl onderzoek van de arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) aantoont dat allochtonen minder kans hebben op een sollicitatiegesprek. JAN DENYS. "Hij verwijst naar het relatieve verschil in de kans om uitgenodigd te worden voor een eerste jobgesprek. Dat relatieve verschil loopt snel op tot 30 procent of meer. Maar het absolute verschil is vaak beperkt. In een getuigenis voor het Vlaams Parlement verwees Baert naar een onderzoek waaruit blijkt dat een Vlaamse werkzoekende 11 procent kans had op een jobgesprek en een werkzoekende van vreemde origine 8 procent. Omdat het over kleine getallen gaat, wordt een klein absoluut verschil een groot relatief verschil. En als je met praktijktesten het aantal doelgroepen uitbreidt, blijkt ook het aantal gediscrimineerde doelgroepen te stijgen." Welke doelgroepen zijn dat? DENYS. "Witte mannen van 30 jaar worden gediscrimineerd als ze kinderen hebben. Ook minder aantrekkelijke, zwaarlijvige en kleine mannen van 30 krijgen minder kansen. Om van vrouwen nog niet te spreken. Daar is allemaal onderzoek naar gedaan. Die gegevens brengen nog een ongemakkelijke waarheid in herinnering. Blijkbaar is een kleinere kans om uitgenodigd te worden voor een eerste gesprek niet zo beslissend voor de verdere arbeidsmarktdeelname. Mannen hebben bijna allemaal werk. Het verschil in participatiegraad heeft met veel zaken te maken zoals kwalificaties, talenkennis, netwerking, en ook discriminatie en vooroordelen. Leeftijd en een arbeidshandicap moeten zeker ook worden meegenomen. Er zijn sterke aanwijzingen dat die laatste mensen nog minder uitgenodigd worden." Hebben praktijktesten zin? DENYS. "De uitnodiging voor een gesprek is de eerste stap. Alles wat daarna komt, blijft buiten bereik van de praktijktest. Bedrijven kunnen ook in een systeem van praktijktesten personen buiten houden die ze niet wensen. Met praktijktesten volstaat het dat de eerste stap correct verloopt. Of je dan echt de discriminatie op de werkvloer aanpakt, is minder zeker." Wat is het alternatief? DENYS. "Er zijn minstens twee manieren om dit zinvol aan te pakken. Moderne overheden gebruiken meer en meer data om beleid te voeren. Het is vreemd dat ze die hiervoor niet gebruiken. De overheid weet perfect welke bedrijven significant witter zijn dan andere. Ze kan bedrijven in vergelijkbare marktomstandigheden - het ene bedrijf wit en het andere meer gekleurd - bij elkaar brengen en van elkaar laten leren. Daaruit kan een actieplan ontstaan dat de overheid kan monitoren. "Ook de ondernemingsraden kunnen worden ingeschakeld. Stijn Baert suggereerde al dat werkgevers vaak geen mensen van vreemde origine aanwerven uit vrees voor problemen met de al aanwezige werknemers. Door daar een onderwerp van te maken op de ondernemingsraad, kan dat soort problemen worden benoemd en aangepakt."