De bedrijven dragen in 2010 meer geld naar de banken dan ze er zelf losweken. Dat de ondernemingen de bank financieren - door de opname van vers krediet meer dan volledig te compenseren met de afbetaling van oude kredieten - in plaats van andersom is geen uniek of nieuw fenomeen. In de moeilijke periode die volgt op hoogconjunctuur en uitbundige kredietverlening durft de kredietstroom naar de bedrijven wel eens op te drogen. De laatste keer was in de periode 2001 tot 2004, volgend op de technologieboom. Het uitstaande volume bancaire kredieten daalde toen tussen 0 en 5 procent per jaar. De economie ging toen door een milde recessie en enkele jaren van trage groei, maar deze ervaring leert dat krimpende kredietvolumes een economisch herstel niet in de weg hoeven te staan.
...

De bedrijven dragen in 2010 meer geld naar de banken dan ze er zelf losweken. Dat de ondernemingen de bank financieren - door de opname van vers krediet meer dan volledig te compenseren met de afbetaling van oude kredieten - in plaats van andersom is geen uniek of nieuw fenomeen. In de moeilijke periode die volgt op hoogconjunctuur en uitbundige kredietverlening durft de kredietstroom naar de bedrijven wel eens op te drogen. De laatste keer was in de periode 2001 tot 2004, volgend op de technologieboom. Het uitstaande volume bancaire kredieten daalde toen tussen 0 en 5 procent per jaar. De economie ging toen door een milde recessie en enkele jaren van trage groei, maar deze ervaring leert dat krimpende kredietvolumes een economisch herstel niet in de weg hoeven te staan. Toch is het deze keer uitkijken voor een meer chronische vorm van kredietschaarste. De crisis heeft de kredietcapaciteit van de banken fel geraakt. De banken kampen gewoon nog met te veel onzekerheden om frivool met hun middelen om te springen. De banken blijven daarom nog enkele jaren heel voorzichtig. Een goed project raakt altijd gefinancierd, voor de anderen blijft het harken. Ook wie straks grote kredieten moet vernieuwen, wacht intense onderhandelingen met zijn bankier. Maar het zijn niet alleen de bankiers die de kredietriem aanhalen. Ook de bedrijven vragen volgend jaar minder krediet dan gewoonlijk. Vooral de industriële bedrijven kampen met nog heel wat overcapaciteit en voelen dus nauwelijks de behoefte om te investeren. In een omgeving van oplopende werkloosheid en stabiele of zelfs dalende prijzen neemt de zin om te investeren vanzelf af. De economie herstelt in 2010 onvoldoende om de bedrijven uit hun investeringshok te lokken. Goed nieuws is er wel van het prijsfront. De daling van de rentetarieven op bedrijfskredieten die in 2009 begon, zal in 2010 uitbodemen. Hogere tarieven staan niet op het programma omdat de centrale banken niet snel een einde maken aan hun goedkoopgeldbeleid. Ook de komst van een bescheiden herstel verzacht de hoge risicopremies en strakke kredietvoorwaarden. Met nog een behoorlijk slot op de bankkluizen kijken de bedrijven uit naar andere bronnen van financiering. Het herstel van de aandelenkoersen heeft het ophalen van kapitaal via de beurs weer relatief aantrekkelijk gemaakt. Nog meer bedrijven trekken in 2010 voor het eerst naar de beurs of brengen extra aandelen naar de beurs. Ook de trein van de bedrijfsobligaties heeft nog een paar stations te gaan, al is dit een spoor dat vooral voor de grote bedrijven gereserveerd is. Ook hier zal de wegebbende recessie de rentekosten verder verlichten, tenzij de economie op slappe benen blijft staan en een aantal grotere faillissementen de markten beroert. Een andere financieringsbron is de hulplijn naar durfkapitaalfondsen. Maar ook deze geldschieters hebben last van de naweeën van de crisis. Veel vermogende families - de hofleveranciers van deze fondsen - moesten flink inleveren. De appetijt om in meer risicovolle durfkapitaalfondsen te stappen, is allicht niet zo groot. En ook voor de durfkapitalisten is krediet schaars geworden, in schril contrast tot de golf van liquiditeit waarop ze voor de crisis konden surfen. Verschillende private-equityspelers dreigen daardoor in de problemen te komen, maar door de lange looptijd van de fondsen komt dat slechts gefaseerd aan de oppervlakte. Candover, bijvoorbeeld, zag de waarde van zijn bedrijvenportefeuille in een jaar met de helft zakken. The Boston Consulting Group denkt dat 20 tot 40 procent van de 100 grote private-equityhuizen niet overleeft. De milde heropleving van de beursintroducties schenkt de durfkapitalist daarom weer enige moed. Een laatste redmiddel voor bedrijven met onoverkomelijke financieringsproblemen is een overname door een concurrent. Industriële groepen met een stevige balansstructuur zijn de komende maanden aan zet. Verzwakte collega's zijn te koop voor een lagere prijs. De kredietcrisis veroorzaakt dus een stevige consolidatiegolf in 2010. Door Daan Killemaes en Lieven Desmet