Belast de bedrijfswagens tegen de volle pot, maar zorg tegelijkertijd voor een substantiële verlaging van de loonkosten. Zowel de fiscus als de bedrijven en particulieren varen wel bij een eenvoudig en transparant systeem. De huidige regeling verhoogt alleen de rechtsonzekerheid. Dat is nefast voor onze economie.
...

Belast de bedrijfswagens tegen de volle pot, maar zorg tegelijkertijd voor een substantiële verlaging van de loonkosten. Zowel de fiscus als de bedrijven en particulieren varen wel bij een eenvoudig en transparant systeem. De huidige regeling verhoogt alleen de rechtsonzekerheid. Dat is nefast voor onze economie. De hoge belastinggraad op arbeid verplicht werkgevers om een beroep te doen op fiscale spitstechnologie om de nettovergoedingen van hun personeelsleden op te krikken. Voor vele werknemers vormt de auto een belangrijk onderdeel van het beloningspakket. Vandaag krijgen niet alleen managers, maar nagenoeg ook alle kaderleden en heel veel bedienden een vierwieler aangeboden. Tijdens de eerste acht maanden van dit jaar schreven de bedrijven, leasingmaatschappijen en zelfstandigen samen niet minder dan 173.206 nieuwe personenvoertuigen in. Dat is bijna 44 % van het totale wagenpark. Maar de gevolgen zijn desastreus voor het milieu. Meestal neemt de werknemer of zelfstandige bedrijfsleider een groot model met een zware motor - kwestie van zijn prestige te verhogen. Ook wat rijstijl en onderhoud betreft, laat de autobestuurder al snel het 'zuinige-huisvaderprincipe' varen. Met een tankkaart in de hand betaalt hij of zij toch geen eurocent meer, ongeacht het aantal afgelegde kilometers. Daar kan geen enkel mobiliteitsplan tegenop. Toch blijft de overheid een dubbelzinnig beleid voeren. Enerzijds belast de fiscus het privégebruik van de bedrijfswagen slechts in beperkte mate, namelijk 5000 of 7500 kilometer, afhankelijk van de afstand tussen woon- en werkplaats. Daarnaast worden de voordelen van alle aard forfaitair vastgesteld op basis van de cilinderinhoud (pk). Die berekeningswijze is facultatief, en maakt controle nagenoeg overbodig. Anderzijds heft de paarse regering sinds 1 januari 2005 een CO2-solidariteitsbelasting op bedrijfswagens, zogezegd omwille van ecologische motieven. Het betreft echter een louter budgettaire maatregel om het gat in de begroting van de sociale zekerheid te dichten. De zogenaamde CO2-taks zet namelijk weinig zoden aan de dijk in de strijd tegen het broeikaseffect. Uit onderzoek blijkt dat bedrijven hun vlootbeheer amper of niet aanpassen. De grote ondernemingen verlagen alleen de cilinderinhoud van hun voertuigen om wat geld uit te sparen, terwijl de kmo's hun bedrijfswagens vergeten aan te geven. Hiermee leggen ze de vinger op de wonde van de Belgische wetgeving, die volledig op het criterium van de paardenkracht is geënt. Onze buurlanden daarentegen hanteren al het ecologisch criterium van de CO2-uitstoot als grondslag voor hun voertuigen- en/of verkeersbelasting. Aansluitend op het negatieve milieurapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zoekt federaal minister van Milieu Bruno Tobback (SP.A) nu naar fiscale maatregelen om de luchtkwaliteit in ons land te verbeteren. Als de regering werkelijk innovatief wil zijn, schaft ze de CO2-solidariteitsbijdrage af en maakt zij alleen nog groene bedrijfswagens fiscaal aftrekbaar. Zo komt de realisatie van het Kyotoprotocol een stap dichterbij. En met de opbrengst van die maatregelen kan je de verlaging van de loonlasten financieren. Eric Pompen