Stel, u hebt de beschikking over een bedrijfswagen die u vooral gebruikt om naar kantoor te rijden en, af en toe, op weekend te gaan. Van de 20.000 kilometer die u per jaar aflegt, zijn er misschien 3000 die beroepshalve verreden worden, bijvoorbeeld om een klant te bezoeken of een vergadering bij te wonen. De belastingadministratie wil nu nog enkel rekening houden met die 3000 kilometer. Vanaf volgend jaar zal ze u dus op 17.000 kilometer belasten in plaats van op de nu gebruikelijke 5000 kilometer. Voor dat voordeel zou voortaan 5350 euro worden aangerekend in plaats van 1573 euro nu, wat een extra belasting van ruim 1800 euro betekent. Een serieuze opdoffer voor uw gezinsbudget, tenzij uw werkgever het verschil met de glimlach bijlegt.
...

Stel, u hebt de beschikking over een bedrijfswagen die u vooral gebruikt om naar kantoor te rijden en, af en toe, op weekend te gaan. Van de 20.000 kilometer die u per jaar aflegt, zijn er misschien 3000 die beroepshalve verreden worden, bijvoorbeeld om een klant te bezoeken of een vergadering bij te wonen. De belastingadministratie wil nu nog enkel rekening houden met die 3000 kilometer. Vanaf volgend jaar zal ze u dus op 17.000 kilometer belasten in plaats van op de nu gebruikelijke 5000 kilometer. Voor dat voordeel zou voortaan 5350 euro worden aangerekend in plaats van 1573 euro nu, wat een extra belasting van ruim 1800 euro betekent. Een serieuze opdoffer voor uw gezinsbudget, tenzij uw werkgever het verschil met de glimlach bijlegt. Een extreem geval, zegt u? Mis, dit is maar een voorproefje. Omdat ze de strikte privé-verplaatsingen niet beter kunnen afbakenen, heeft een aantal fanatiekelingen bij de fiscus er niets beter op gevonden dan een uiterst restrictieve definitie van 'beroepsverplaatsingen' te gaan hanteren. Het resultaat is een fiscale ramp voor wie veel op de baan is voor zijn werk. De zaak ging aan het rollen in 2002, toen verschillende ondernemingen een zogenaamde "algemene vragenlijst aangaande de bedrijfsvoertuigen" ontvingen. Geen paniek: het was volgens de brief gewoon ter informatie. Wat niet wegnam dat het wel om een erg indringende rondvraag ging: de bedrijven moesten een opgave maken van alle voertuigen die in de voorgaande drie jaar ter beschikking van het personeel werden gesteld, samen met de afgelegde kilometers, en een aantal inlichtingen over de gebruikers. Een tijdje later kregen die bedrijven opnieuw een brief, waarin een Brussels controleur, die blijkbaar een en ander landelijk coördineert, herinnerde aan de bepalingen van het wetboek van de inkomstenbelastingen en het bijhorende Koninklijk Besluit, "waarvan de bepalingen van openbare orde zijn, zodat er niet van mag afgeweken worden". Verder werd benadrukt dat een voordeel van alle aard betrekking heeft op elke kilometer die reëel verreden wordt. Blijkt bovendien dat daarmee niet enkel de weg naar het kantoor bedoeld werd, maar ook naar elke plaats waar de werknemer een duurzame activiteit uitoefent. Omdat de Belgische belastingbetaler al snel verzeilt in belastingschijven van 50 % - wat voor de bedrijven neerkomt op 70 % van de totale loonlast -, heeft men al snel naar de voordelen in natura gegrepen, met de onvermijdelijke bedrijfswagen op de eerste rij. Dat die zo gewild is, is overigens begrijpelijk: een loonsverhoging van een kaderlid heeft niet hetzelfde effect wanneer ze in biljetjes dan wel op vier wielen toegekend wordt. Fiscalist Jef Wellens berekende dat - op basis van de nettokostprijs - het rendement van zo'n operatie voor de werknemer respectievelijk 47 en 122 % bedraagt. Met zo'n restrictieve definitie van het begrip beroepsverplaatsing kan men zich best voorstellen dat binnenkort aan de zelfstandigen gevraagd wordt om de weg van en naar het werk, waarvoor ze per kilometer 15 cent beroepskosten in rekening mogen brengen, maar te vergeten. Een ander mogelijk onrechtstreeks gevolg is dat werknemers die verplaatsingen doen voor rekening van het bedrijf maar met hun eigen wagen, eveneens getroffen worden. De redenering die gevolgd wordt, is simpel. Als een Gentenaar die geregeld met zijn bedrijfswagen naar Antwerpen moet, deze verplaatsing moet beschouwen als een privé-verplaatsing, is er geen reden waarom het anders zou zijn als hij zijn eigen auto gebruikt. De terugbetaling van kosten voor rekening van de werkgever is er dan niet meer bij. Om die werknemer te vergoeden, is er dan nog enkel het sociaal abonnement, waarvan de fiscale vrijstelling is beperkt tot 150 euro per jaar. Wanneer bij die gemotoriseerde werknemers nog eens de zelfstandigen geteld worden, komen we waarschijnlijk tot een miljoen kandidaten voor de duimschroef. Of het echt zover zal komen? Het lijkt zo'n enorme ingreep dat je geneigd bent "nee" te antwoorden. Het is echter onweerlegbaar dat er een verandering op til is en dat het aandraaien van de duimschroeven een van de fiscale prioriteiten voor 2004 is. Het probleem is dat het nieuwe schema gewoon onbetaalbaar is, ook al is het in principe de wet. De eerder genoemde Brusselse controleur en zijn collega's moeten dat toch weten. Hebben ze dit initiatief genomen zonder echte steun van de hiërarchie? En hoe zit het met de overheid? De minister van Financiën antwoordt op parlementaire vragen hierover dat hij van niets weet. Wie zet wie een hak? In afwachting van een (overigens dringend) antwoord, worden in de beroepsfederaties de rangen gesloten, met op de eerste rij het Verbond van Belgische Ondernemingen ( VBO), de sociale secretariaten en een aantal andere groeperingen. Zij organiseren op 28 november een crisisvergadering. Intussen wijzen sommigen erop dat de openbare sector zijn eigen regels heeft opgesteld in 1999, waarbij rekening gehouden wordt met een voordeel in natura gebaseerd op 5000 kilometer voor wie minder dan 25 kilometer van het werk woont en 7500 kilometer voor de anderen. Kan de administratie verhinderen dat de privé-sector daarop afstemt? Een andere mogelijkheid is dat de definitie van privé-verplaatsing herschreven wordt. Maar dan moeten we wel vermijden dat we in het averechtse geval terechtkomen dat we de pendelaars gaan subsidiëren op de rug van de mensen die dichter bij hun werk gaan wonen zijn en vaak dubbel zoveel voor hun huis moeten betalen. En dan ook minder vervuilen, voegen de groenen eraan toe. U ziet het, het is een breed maatschappelijk debat. Is er trouwens nog tijd om te onderhandelen? Allicht, ook omdat sommigen de administratie ervan verdenken een onbetaalbaar schema naar voor te schuiven om de politiek te dwingen nieuwe regels uit te werken. De dreiging wordt er echter niet minder om. Guy LegrandHet zou kunnen dat binnenkort aan de zelfstandigen wordt gevraagd om de weg van en naar het werk, waarvoor ze per kilometer 15 cent mogen inbrengen, maar te vergeten.