Deze week belichten we twee producties die niet met elkaar te verzoenen zijn : de biopic "Basquiat" en het anti-apartheidsdrama "Inside".
...

Deze week belichten we twee producties die niet met elkaar te verzoenen zijn : de biopic "Basquiat" en het anti-apartheidsdrama "Inside"." Basquiat" is het regiedebuut van de plastische kunstenaar Julian Schnabel. De film gaat over de opkomst en korte roem van Jean-Michel Basquiat, een kunstenaar die op 27-jarige leeftijd overleed aan een overdosis. Schnabels eerbetoon aan zijn vriend Basquiat is bijwijlen onderhoudend. Maar als film stelt "Basquiat" niet veel voor. Schnabel roept Basquiats getormenteerd gevoelsleven op via een uitgebreide compilatie pop- en rocksongs. Dit is een gemakkelijkheidsoplossing waardoor van dramatiek en doorleefde emoties geen sprake meer is. Eenzelfde oppervlakkigheid spreidt hij tentoon in zijn schets van het New Yorkse kunstmilieu. De vriendschap tussen Basquiat en Warhol (leuk neergezet door David Bowie) ten slotte wordt geïdealiseerd. Geen woord over het feit dat beide kunstenaars op hun gezamenlijke expositie niet met elkaar spraken en dat Warhol gereserveerd was tegenover Basquiat omdat die laatste arrogant en verspilzuchtig was en drugs gebruikte. "Basquiat" is een holle mythevorming, die interessanter is voor de marktwaarde van deze kunstenaar dan als beschrijving van zijn leven en persoonlijkheid. " Inside" is de bescheiden terugkeer van regisseur Arthur Penn naar het grote scherm. Penn werd in de jaren '60 en '70 bekend met klassiekers als " The Miracle Worker", " Bonnie and Clyde", " The Chase", " Little Big Man" en " Night Moves". Voor "Inside" werd Penn aangezocht door de acteur Louis Gossett Jr. (tevens co-producent) om het script van Bima Stagg te verfilmen. Deze maakte de bewogen overgang van het apartheidsregime naar de nieuwe politiek van Nelson Mandela mee. In "Inside" werkt hij deze thematiek uit via twee ondervragingen : de ene in 1986, de andere in 1996. Hoofdbrok van "Inside" is de mentale en fysieke marteling van de politieke gevangene Marty Strydom ( Eric Stoltz). Opgepakt in 1986, wordt deze idealistische professor uit een prominente, blanke Zuid-Afrikaanse familie, verdacht van samenzwering en verraad. De locatie blijft beperkt tot Marty's cel en het bureau van zijn kwelgeest kolonel Kruger ( Nigel Hawthorne). De intensiteit en de claustrofobie van de uitputtende confrontaties tussen Strydom en Kruger worden onderbroken door Krugers krijgsverhoor tien jaar later. Penns regie is klassiek, maar doeltreffend. Ondanks het déjà vu-gevoel en het theatrale karakter, bekomt Penn een enorme levendigheid door de buitengewoon knappe vertolkingen en zijn efficiënte beeldregie. Piet Goethals Inside Buitengewoon knappe vertolkingen.