Toezichthouders en regelgevers zijn bezorgd over de gezondheid van de Europese banken. Eerder deze maand trok zowel Steven Maijoor, de Nederlandse voorzitter van de Europese beurswaakhond ESMA, als IMF-topvrouw Christine Lagarde aan de alarmbel. Het probleem van de Europese grootbanken is er een van solvabiliteit: ze houden te weinig kapitaal aan in verhouding tot hun activa. Zeker als in economisch moeilijke tijden zoals vandaag de kans op probleemkredieten en wanbetaling toeneemt.
...

Toezichthouders en regelgevers zijn bezorgd over de gezondheid van de Europese banken. Eerder deze maand trok zowel Steven Maijoor, de Nederlandse voorzitter van de Europese beurswaakhond ESMA, als IMF-topvrouw Christine Lagarde aan de alarmbel. Het probleem van de Europese grootbanken is er een van solvabiliteit: ze houden te weinig kapitaal aan in verhouding tot hun activa. Zeker als in economisch moeilijke tijden zoals vandaag de kans op probleemkredieten en wanbetaling toeneemt. "Veel Europese banken zijn nog altijd ondergekapitaliseerd", bevestigt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van de denktank Itinera. "Ze blijven werken met een te grote hefboom, wat wil zeggen dat hun schuldenlast buitensporig hoog is in verhouding tot hun eigen middelen. De kapitaalbuffer is te klein, waardoor ze geen kussen hebben om schokken op te vangen of stresssituaties het hoofd te bieden." "Na het uitbreken van de financiële crisis zijn de banken gered, maar ze zijn niet structureel hervormd", zegt Koen Schoors, professor economie aan de UGent. "België is een uitzondering. Dexia, Fortis en KBC zijn wel structureel hervormd. Maar veel landen hebben banken die nog altijd te complex en te groot zijn, zoals Deutsche Bank en BNP Paribas. Veel van die instellingen doen nog altijd hetzelfde: hoe kunnen we regels zo veel mogelijk in ons voordeel aanwenden om met zo weinig mogelijk kapitaal zo veel mogelijk risico te nemen? De basishouding van kapitaalminimalisatie is niet veranderd." "Daarom is er dringend nood aan fatsoenlijke kapitaal- en liquiditeitsregels", beklemtoont Van de Cloot. "Maar telkens weer worden de eisen voor kapitaalbuffers en liquiditeitsreserves uitgehold." Ook vorige week haalde de bankenlobby haar slag thuis. Het Baselcomité besliste genoegen te nemen met soepeler liquiditeitsnormen, en zwakte zo de nieuwe bankregulering af. Zoals het cijfer al doet vermoeden, vormt Basel III de derde poging van de internationale gemeenschap van financiële regulatoren om de bankwereld naar veiliger wateren te loodsen. Tijdens de financiële crisis bleken veel banken op heel korte termijn erg kwetsbaar door hun beperkte volume aan beschikbare liquiditeiten. Het opleggen van specifieke normen voor liquiditeitsbuffers was een van de nieuwigheden in Basel III. Vorige week besliste het Baselcomité die liquiditeitsvoorschriften op drie manieren af te zwakken. Ten eerste krijgen de banken vier jaar meer tijd om zich aan te passen aan de nieuwe regels. De limiet verschuift van 2015 naar 2019. Ten tweede verkleint de omvang van de verplichte liquiditeitsbuffer, omdat de aannames over de snelheid waarmee liquiditeit in crisistijden teruggetrokken wordt, fors versoepeld zijn. Ten derde komen meer activa in aanmerking voor de liquiditeitsbuffer (bedrijfskredieten van minimaal BBB-, aandelen, mortgage backed securities,...). Het gevolg is dat de banken minder liquide activa (of activa met meer kans op verliezen bij snelle omzetting in échte liquiditeit) nu toch tot de liquiditeitsbuffer mogen rekenen. Volgens de woordvoerders van de grootbanken was die versoepeling van de liquiditeitsnormen nodig om de kredietvoorziening niet in gevaar te brengen. Dat argument slaat telkens weer aan bij politici en regelgevers, al lijkt het hier weinig hout te snijden. Cijfers verzameld door de Duisenburg School of Finance tonen aan dat maar de helft van de activa van de Europese banken bestaat uit kredieten en leningen. En daarvan gaat dan weer maar de helft naar ondernemingen en gezinnen. Je kan dus rustig stellen dat bij een gemiddelde bank slechts een kwart van de activa onder de noemer investeringen in de reële economie (zie tabel) valt. "Kijk naar de situatie in België", vult Van de Cloot aan. "Er staat 230 miljard euro op de spaarboekjes. Dat is te veel om zinvol te investeren in de Belgische economie. De banken verschuiven het geld steeds meer naar het buitenland. Ze weten gewoon niet wat ze er in eigen land mee moeten aanvangen. Het argument dat strenge regels de kredietverstrekking kunnen belemmeren, houdt zeker in België geen steek." Uit contacten met medewerkers van het Baselcomité blijkt dat de regelgevers de liquiditeitsvereisten vooral versoepelden om de winstcapaciteit van de banken intact te laten. Uiteraard was de liquiditeit van de banken op het hoogtepunt van de crisis een nijpend probleem, maar dan vooral omdat het zich manifesteerde in tandem met een solvabiliteitscrisis (een gebrek aan eigen vermogen). De financiële crisis is nooit alleen een liquiditeitscrisis geweest, want dan hadden de centrale bankiers ze snel de kop kunnen indrukken. Eigenlijk is er al meer dan tien jaar sprake van een solvabiliteitsprobleem: de grote banken hebben te weinig kapitaal in verhouding tot de risico's die ze aan boord namen. "In de jaren voor de crisis ontstond in de financiële sector een heel sterke focus op de return on equity", verklaart professor Schoors. "Men haalde rendementen van 15 tot 20 procent, zogezegd zonder risico's te nemen. Dat was een leugen. Banken groeiden jaren naeen sneller dan de reële economie, enkel dankzij de gestegen schulden en de grote hefbomen. Een aantal mensen denkt nu dat die hefbomen een noodzakelijke voorwaarde voor economische groei zijn." De Basel II-normen van 2007 tastten de kapitaalbuffers verder aan. Onder Basel II moesten banken enkel kapitaal aanhouden in verhouding tot het risicogewicht van de activa (de zogenaamde risk based ratio's). Dat lijkt logisch: hoe groter het risico verbonden aan kredieten, hoe meer kapitaal ze moesten aanhouden. Het draaide anders uit. De risicoweging gebeurde op basis van de interne risicomodellen van de bank zelf. Als die het risico laag inschatte, kwam er kapitaal vrij en kon de bank op de interbancaire markt geld lenen waarmee ze dan bijkomende, vaak risicovolle beleggingen deed. Zo konden de banken hun balans opblazen zonder dat het eigen vermogen meegroeide. Bovendien leek het alsof gesofisticeerde modellen steevast op een lagere risicograad uitkwamen. En de toezichthouders? Die stonden erbij, keken ernaar en vonden dat het goed was. Het probleem van die werkwijze was dat banken konden beweren dat ze 8 of 9 procent kapitaal tegenover de risicogewogen activa aanhielden, terwijl hun leverage ratio (eigen vermogen op balanstotaal) zakte tot 2 procent. En dan ontstaan gevaarlijke situaties. Want als een bank maar 2 procent eigen vermogen heeft, volstaat het dat 1 procent van de activa slecht of problematisch wordt om de helft van het eigen vermogen te doen verdampen. Als een bank 2 procent van haar balans moet afschrijven, mag ze de deuren sluiten. Helaas hebben ook veel banken, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, nog altijd een leverage ratio van 2 tot 3 procent (zie kader). Ze moeten dringend hun eigen vermogen versterken. Dat kan op twee manieren: door gerealiseerde nettowinsten te reserveren en/of door vers kapitaal aan te trekken bij bestaande of nieuwe aandeelhouders. De oorspronkelijk voorziene liquiditeitsbuffers van Basel III hielden in dat de banken een deel van hun activa moesten aanhouden in meer liquide, en dus per definitie minder opbrengende wederbeleggingen. Dat zou de winstgevendheid drukken en bijgevolg ook de mogelijkheid om het kapitaal te versterken via winstreservering. Daardoor verhoogde de druk om vers kapitaal aan te trekken, en dat was slecht nieuws voor de zittende aandeelhouders. Zij zouden hun belang zien verwateren. Bovendien zou de verse inbreng allicht enkel tot stand komen tegen een lage waardering. Het heeft er dus alle schijn van dat de versoepeling van de liquiditeitseisen finaal vooral een tegemoetkoming is aan de aandeelhouders van de grootbanken. In de context van de financiële crisis van 2007-2009 en zijn maatschappelijk nare gevolgen is het erg jammer dat de regelgevers gas terugnemen. "In plaats van de banken te verplichten zich aan te passen, bijvoorbeeld door de maturiteit van hun passiva te verlengen, versoepelen de regelgevers de voorschriften. Dat is een perverse logica", oordeelt Schoors. Nochtans is er meer dan ooit behoefte aan maatregelen die de stabiliteit van het bank- en financiewezen versterken. Want volgens Steven Maijoor, de topman van de beurswaakhond ESMA, mag er worden getwijfeld aan de kwaliteit van de kredieten en leningen die de banken op hun balans hebben. Europa kreunt onder een economische crisis, en hij acht de kans groot dat gezinnen en kmo's moeilijker hun leningen kunnen afbetalen. Volgens de Nederlander hebben de banken daarvoor onvoldoende provisies aangelegd en dreigen er forse afboekingen op de waarde van hun kredietportefeuille. Wie viseerde Maijoor? Niet de Belgische banken, zegt een aantal analisten. Het klopt dat de provisies voor slechte kredieten erg laag liggen in ons land. Maar wanbetaling blijft uitzonderlijk in België, en onze banken hebben een traditie van conservatief bankieren. Niettemin wijst een enquête van Ernst & Young uit dat twee derde van de Belgische bankiers een toename van de provisies tegen kredietverliezen verwacht. In andere landen, met een andere cultuur en traditie, is de toestand veel erger. "Vooral in Zuid-Europa, maar ook in Centraal- en Oost-Europa houdt men er andere boekhoudkundige praktijken op na", zegt Van de Cloot. Hij wijst expliciet naar Spanje. "Daar hebben de banken zware investeringen gedaan in vastgoedprojecten en -concerns, waardoor ze nu met een enorm belangenconflict kampen. Als ze hun vastgoedinvesteringen afwaarderen in lijn met de dalende markt, snijden ze in hun eigen vel. En dus geven ze de voorkeur aan een bepaalde 'papieren waarde' boven de reële waarde. Zo ontstaan zombie-instellingen, die op hun balans steeds meer lege dozen tellen." Ook de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley waarschuwt in een recent rapport voor de toename van slechte kredieten in Spanje en Italië (zie grafieken blz. 18). De bank voorspelt dat banken met een blootstelling aan Spaans vastgoed maar ook aan Spaanse kmo's (die steeds meer betalingsproblemen ervaren) in 2013 gedwongen worden tot het aanleggen van hogere provisies. Van de Spaanse banken hebben volgens Morgan Stanley voorlopig enkel Santander en Banesto hun blootstelling aan de vastgoedsector substantieel verminderd. Ook de Nederlandse bankgroep ING blijft over de tongen gaan. ING zit op een portefeuille van 45 miljard euro vastgoed in Spanje, terwijl ook de eigen Nederlandse vastgoedmarkt al maanden naeen keldert. JOHAN VAN OVERTVELDT EN PATRICK CLAERHOUT"Het argument dat strenge regels de kredietverstrekking kunnen belemmeren houdt zeker in België geen steek" Ivan Van de Cloot Het heeft er alle schijn van dat de versoepeling van de liquiditeitseisen finaal vooral een tegemoetkoming is aan de aandeelhouders van de grootbanken. "In plaats van de banken te verplichten zich aan te passen, versoepelen de regelgevers de voorschriften. Dat is een perverse logica" Koen Schoors