Het kick-offevent van i-Cleantech Vlaanderen (iCTV) vorig jaar in Green Bridge in Oostende was ook de eerste werkdag van algemeen directeur Bart Vercoutere. Intussen telt het team, dat opereert vanuit Houthalen, acht mensen. Maar daar stopt het ook, zegt Vercoutere: "We blijven met acht. Vier van hen zijn business developers, die vooral kansen moeten creëren voor anderen. Onze rol is niet projecten uitvoeren, of kennisopbouw. Wij willen in de eerste plaats mensen samenbrengen, zaken katalyseren."
...

Het kick-offevent van i-Cleantech Vlaanderen (iCTV) vorig jaar in Green Bridge in Oostende was ook de eerste werkdag van algemeen directeur Bart Vercoutere. Intussen telt het team, dat opereert vanuit Houthalen, acht mensen. Maar daar stopt het ook, zegt Vercoutere: "We blijven met acht. Vier van hen zijn business developers, die vooral kansen moeten creëren voor anderen. Onze rol is niet projecten uitvoeren, of kennisopbouw. Wij willen in de eerste plaats mensen samenbrengen, zaken katalyseren." De bio-ingenieur uit Holsbeek had daarvoor zeventien jaar ervaring opgedaan bij het Nederlandse consulting- en engineeringbedrijf Royal Haskoning. Daar evolueerde hij de laatste jaren van specialist in milieu en waterbeheer tot adviseur duurzaamheid in de industrie. "Een beetje vergelijkbaar met wat ik hier doe: hoe masseer ik innovatie in het economisch systeem." Al was de overstap best groot. "Het heeft acht maanden geduurd voor het team rond was. Dat is vrij snel, maar ik leerde plots toch de ontzorgende rol van de administratie in een groot bedrijf te appreciëren." Naast zijn job bij iCTV doceert Vercoutere ook aan het Institute for Hydraulic Engineering in Delft, en werkt hij zijn doctoraat af. BART VERCOUTERE. "Het potentieel van onze Vlaamse kmo's. Bedrijven die meer dan 90 procent van hun omzet halen uit export, en beter weten wat er in de VS speelt dan in Limburg of West-Vlaanderen. Onze bedoeling is die community zichtbaar te maken. Daarbij spiegelen we ons aan Flanders Bio: dat heeft ook drie heel verschillende takken, die zich toch onder één koepel verzamelen. Een belangrijk middel daarvoor wordt ons jaarlijkse cleantech-rapport, dat we begin volgend jaar voor het eerst uitbrengen." VERCOUTERE. "We hebben intussen een dertigtal leden, zowel kmo's als multinationals. Maar in bijvoorbeeld de milieusector zijn we nog niet op zoek geweest naar leden. Dat heeft ook te maken met onze werking: het eerste wat we vragen, is hoe we het bedrijf in kwestie kunnen helpen. De enige kennis die we zelf echt in huis willen hebben, is die van het netwerk. "Onze leden moeten ofwel cleantech in huis hebben, ze toepassen of ze kunnen faciliteren. We hebben met alle provincies een samenwerkingsovereenkomst gesloten, om de kmo's beter in beeld te krijgen, én er bovendien voor gezorgd dat elke provincie een slimme specialiteit heeft." VERCOUTERE. "Ik hoop dat we dan rond een aantal grote productiebedrijven community's hebben kunnen bouwen, die dat bedrijf kunnen faciliteren. We willen worden afgerekend op de economische winsten en systemen die we hebben gerealiseerd. Ons budget komt voor de helft van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, de rest halen we uit lidgelden, events en Europese projecten. We kunnen het IWT duiden welke thema's leven in Vlaanderen, en middelen daarnaar sturen." VERCOUTERE. "Wij werken heel transsectoraal. Elke sector heeft zijn federatie, die haar belangen verdedigt. Maar zij moeten grenzen bepalen voor wat zij kunnen doen en wat niet. Dat zijn de gaten in de kaas die wij willen vullen. Nu heb je instellingen die ofwel met één facet van cleantech bezig zijn, ofwel grote instituten waar cleantech slechts een klein deel van is. Wij willen dat in beeld brengen, overkoepelen en helpen dingen te realiseren. Tot nu toe hebben we veel afgesproken en beloofd, de volgende zes maanden moeten we zorgen dat we het waarmaken."L.H."De enige kennis die we zelf echt in huis willen hebben, is die van het netwerk"