Tot vorige week leek er een fusie in de maak tussen twee Noord-Amerikaanse goudproducenten, Barrick Gold uit Canada en Newmont Mining uit de Verenigde Staten. Het gecombineerde bedrijf zou de grootste gouddelver ter wereld worden, met een jaarlijkse productie van meer dan 12 miljoen ounce. Het samengaan van beide groepen was economisch zeker zinvol, omdat Barrick en Newmont over nogal wat aangrenzende activa beschikken in de Amerikaanse staat Nevada, waar respectievelijk 39 en 31 % van hun groepsproductie vandaan komt. Daarnaast konden ook de joint ventures efficiënter worden gerund. Barrick had al 1 miljard USD aan synergievoordelen becijfer...

Tot vorige week leek er een fusie in de maak tussen twee Noord-Amerikaanse goudproducenten, Barrick Gold uit Canada en Newmont Mining uit de Verenigde Staten. Het gecombineerde bedrijf zou de grootste gouddelver ter wereld worden, met een jaarlijkse productie van meer dan 12 miljoen ounce. Het samengaan van beide groepen was economisch zeker zinvol, omdat Barrick en Newmont over nogal wat aangrenzende activa beschikken in de Amerikaanse staat Nevada, waar respectievelijk 39 en 31 % van hun groepsproductie vandaan komt. Daarnaast konden ook de joint ventures efficiënter worden gerund. Barrick had al 1 miljard USD aan synergievoordelen becijferd, en dat was nog maar het begin. Toch draaide de toenaderingspoging opnieuw op een sisser uit. Naast de verschillen in bedrijfscultuur en de grote ego's in de bestuursraden, was de geplande spin-off het voornaamste struikelblok. Het was de bedoeling dat de fusiegroep zou bestaan uit een kernbedrijf, met in hoofdzaak de Noord-Amerikaanse activiteiten, en een afgesplitst bedrijf met de mijnen in Azië en Oceanië. Het valt moeilijk te zeggen of alle bruggen voor een fusie nu opgeblazen zijn. Maar zeker als de goudprijs nog een tijd laag zou blijven, zal de economische logica met mogelijke kostenbesparingen vroeg of laat opnieuw komen bovendrijven. Het aandeel van het Canadese Barrick Gold daalde vorige zomer naar het laagste niveau sinds 2002. Net als alle grote goudmijngroepen moest Barrick zware verliezen opbiechten door afschrijvingen en waardeverminderingen. Die zijn het gevolg van herstructureringskosten, een herberekening van de waarde van de goudreserves door de gedaalde prijs en de lagere boekwaarde van projecten die worden uitgesteld (of afgesteld). Barrick schreef alles samen al 13,1 miljard USD af. Het is belangrijk te beseffen dat het om boekhoudkundige verliezen gaat. De onderliggende kasstromen worden uiteraard ook getroffen door de lagere goudprijs, maar Barrick is operationeel nog altijd winstgevend. Dat is vooral te danken aan de totale productiekosten, die op jaarbasis met 10,7 % daalden, tot 833 USD per ounce. Bij de zes grootste mijnen van de groep, die samen instaan voor 60 % van de productie, was dat zelfs maar 672 USD. Dat laatste cijfer zal dit jaar wel toenemen tot gemiddeld 750 tot 800 USD. Op groepsniveau komen de totale productiekosten uit op 920 à 980 USD per ounce. Er moet dus al bijzonder veel gebeuren op de goudmarkt om Barrick dit jaar operationeel in het verlies te duwen. De Canadese mijngroep produceerde in het eerste kwartaal 1,59 miljoen ounce goud, tegenover 1,8 miljoen een jaar eerder. De prognose voor het volledige boekjaar bleef ongewijzigd op 6 à 6,5 miljoen ounce. Door de lagere goudprijs daalde de omzet met 22,5 %, tot 2,6 miljard USD. Barrick ligt op schema om ook zonder fusie dit jaar voor 500 miljoen USD aan kostenbesparingen te realiseren. We zien het afblazen van de fusieplannen niet als een slechte zaak. Beide groepen zijn sterk genoeg om zelfstandig te blijven. Barrick kan uitpakken met de laagste productiekosten van alle grote mijngroepen, en dat is een niet te onderschatten troef. Zelfs na de forse afboekingen noteert het aandeel nog maar 1,5 keer de boekwaarde.Advies: koopwaardig Risico: hoog Rating: 1C