De Belgische loonkostenhandicap neemt in 2011 af. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) stelt in zijn jaarlijkse rapport over de Belgische concurrentiekracht dat de uurloonkosten in België dit jaar stijgen met 2,6 procent, terwijl ze in Duitsland, Nederland en Frankrijk toenemen met 3,1 procent.
...

De Belgische loonkostenhandicap neemt in 2011 af. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) stelt in zijn jaarlijkse rapport over de Belgische concurrentiekracht dat de uurloonkosten in België dit jaar stijgen met 2,6 procent, terwijl ze in Duitsland, Nederland en Frankrijk toenemen met 3,1 procent. Pieter Timmermans, directeur-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), haast zich om dat gunstige cijfer te relativeren. "De daling van de Belgische loonkostenhandicap is het gevolg van een reële loonblokkering die voortkomt uit het interprofessioneel akkoord. Daarin is afgesproken dat dit jaar enkel de loonin- dexering wordt toegekend. Sommigen zien in de sterke stijging van de Duitse lonen een signaal dat Duitsland aan een massale inhaalbeweging bezig is. Maar het verschil is niet dichtgefietst." Geert Janssens, hoofdeconoom van het ondernemersplatform VKW, sluit zich daarbij aan. "De handicap nam af omdat de loonkosten in Duitsland veel sneller stegen dan bij ons en ook sneller dan verwacht", legt hij uit. "Tijdens het tweede kwartaal van 2011 zijn de loonkosten per uur in Duitsland met 1,4 procent gestegen ten opzichte van het eerste kwartaal. Dat is de derde grootste stijging sinds men in 1997 in Duitsland een gedetailleerde arbeidskostenindex is gaan bijhouden. In vergelijking met het tweede kwartaal van 2010 gaat het zelfs om een stijging met 4,4 procent. Bij ons zouden de lonen dit jaar stijgen met 2,6 procent. In Duitsland zijn royale loonakkoorden afgesloten, meer premies toegekend en deeltijdse arbeid afgebouwd. De Duitse arbeidsmarkt kreunt onder de krapte en dat wakkert de looneisen aan. Maar een zwaluw maakt de lente niet. Misschien komt er een einde aan de lange periode van Duitse loonmatiging, maar we mogen niet de fout maken om op onze lauweren te rusten. Ook bij ons is en blijft er krapte. Het ziet ernaar uit dat de loonkosten in België volgend jaar opnieuw sneller stijgen dan in Duitsland en de andere buurlanden." In 1996 werd de wet op de loonnorm ingevoerd die stelt dat de Belgische loonkosten niet uit de pas mogen lopen met die in de buurlanden. De wet baseert zich op de uurloonkosten. Maar eigenlijk zijn de loonkosten per eenheid product een beter criterium om de concurrentiekracht te meten. Dat zijn de loonkosten gecorrigeerd voor productiviteitsgroei. Hanteren we dat criterium dan bedraagt de loonkostenhandicap - gemeten van 1996 - volgend jaar zelfs 9,7 procent, tegenover de 4,6 procent waarvan de CRB melding maakt. (zie grafiek Verloop van de Belgische loonkostenhandicap) De vakbonden hebben altijd gesteld dat hoge loonkosten geen probleem hoeven te zijn voor de Belgische concurrentiekracht omdat de hoge productiviteit van de werknemers ze rechtvaardigt. Onlangs maakte de Europese Commissie nog cijfers bekend die aantonen dat België op de vijfde plaats staat in het rijtje van landen met de hoogste productiviteit. De voorbije veertig jaar heeft België inderdaad een hoog productiviteitsniveau opgebouwd door automatisering en het gebruik van nieuwe technologieën. Maar er zijn grenzen aan automatisering en aan groeiende arbeidsproductiviteit. De voorbije vijftien jaar groeide de productiviteit in België trager dan in onze buurlanden. "Sinds 2004 ging onze relatieve productiviteit er met 2 procentpunten op achteruit. Een kwart van de loonkostenhandicap die ons land sinds 1996 heeft opgebouwd, is dus specifiek daaraan toe te schrijven", zegt Janssens. Het gevolg is dat de Belgische productiviteitscijfers niet langer de stijgende loonkosten neutraliseren. De hoge Belgische productiviteit is geen concurrentieel voordeel meer. En zo komt de competitiviteitsbarometer op storm te staan. Dat blijkt ook uit het dalende Belgische marktaandeel op de internationale exportmarkten. Sinds 2000 verloor België 7,3 procent marktaandeel. In diezelfde periode heeft Duitsland meer dan 20 procent gewonnen. De werkgevers willen de loonkosten dringend naar beneden halen. Dat kan door een bijsturing van het automatische indexsysteem, dat algemeen als de hoofdoorzaak van de Belgische loonkostenhandicap wordt aangewezen. Plotse schokken zoals een forse stijging van de olieprijzen (zoals in 2008 en in de eerste helft van 2011) maken dat de inflatie vaak hoger uitkomt dan verwacht, wat zich door de automatische indexering van de lonen direct vertaalt in een sterke stijging van de loonkosten. België komt in een vi-cieuze cirkel terecht: loonontsporingen leiden tot sterker stijgende prijzen, die op hun beurt door de automatische index opnieuw de loonkosten de hoogte injagen. In de buurlanden die geen automatische indexering kennen, is de impact van een externe prijsschok veel beperkter. Bovendien hebben onze buurlanden de voorbije jaren eigenlijk enkel de gestegen levensduurte in de lonen doorgerekend, zonder bijkomende reële loonsverhogingen. (zie grafiek Toename van de loonkosten per uur in de privésector in België). "Het probleem is dat de automatische indexaanpassing bij ons niet als loon worden be-schouwd", stelt Timmermans. "Er moet dus een extraatje bij komen." Het systeem moet dan ook bijgestuurd worden. Twee regels zijn volgens Timmermans belangrijk: "Het effect van een plotse schok zoals die van olieprijsstijgingen moet je vermijden door de doorstroming ervan naar de economie te vertragen. En perverse effecten zoals het doorrekenen van groene belastingen of btw in de automatische index moeten vermeden worden." Hij maakt ook een historische vergelijking: "Zowel in de de jaren tachtig onder Wilfried Martens, als in de jaren negentig was een aanpassing van het automatische indexsysteem nodig om de competitiviteitsproblemen opgelost te krijgen." ALAIN MOUTON"We mogen niet de fout maken op onze lauweren te gaan rusten" Geert Janssens (VKW)