In opdracht van de G20 bestudeert het International Monetary Fund (IMF) een eerlijke en substantiële bijdrage van de financiële sector ter vergoeding van de kredietcrisis. Het verlies aan de schatkist wordt per land immers op gemiddeld 2,7 % van het bruto binnenlands product (bbp) geraamd, terwijl de kapitaalwaarborgen van de overheid niet minder dan 25 % van het bbp belopen. Het IMF schat dat de staatsschuld tussen 2008 en 2015 met bijna 40 % van het bbp zal stijgen.
...

In opdracht van de G20 bestudeert het International Monetary Fund (IMF) een eerlijke en substantiële bijdrage van de financiële sector ter vergoeding van de kredietcrisis. Het verlies aan de schatkist wordt per land immers op gemiddeld 2,7 % van het bruto binnenlands product (bbp) geraamd, terwijl de kapitaalwaarborgen van de overheid niet minder dan 25 % van het bbp belopen. Het IMF schat dat de staatsschuld tussen 2008 en 2015 met bijna 40 % van het bbp zal stijgen. Daarom stelt de organisatie in haar tussentijdse rapport van eind april 2010 drie maatregelen voor: een bijdrage voor de financiële stabiliteit (Financial Stability Contribution, FSC), een heffing op financiële activiteiten (Financial Activities Tax, FAT) en een belasting op de financiële transacties (Financial Transactions Tax, FTT). De FSC is een vergoeding van de financiële sector voor de veroorzaakte schade uit het verleden, terwijl de FAT en de FTT in de toekomst de nationale schatkisten moeten financieren. Het IMF opteert voor de FSC en de FAT. De Europese Commissie wil daar een FTT bovenop om de ontwikkelingshulp tot fors boven 0,7 % van het bbp op te trekken. Daarnaast hebben 56 landen uit de diverse continenten - exclusief de Verenigde Staten - samen met het IMF, de Wereldbank en de niet-gouvernementele organisaties (ngo's) een actie tegen armoede gelanceerd, gesteund op innovatieve financieringen, waaronder wisselkoersbelastingen. Mede onder hun invloed heeft de G20 vorig jaar een ban op de belastingparadijzen gelegd. Tegen eind mei 2010 zal een speciale werkgroep een voorstel van belasting op financiële transacties (FTT) op tafel leggen. Lieven Denys - professor Fiscaal Recht aan de Vrije Universiteit van Brussel en lid van de Hoge Raad van Financiën - maakt deel uit van dat expertencomité. Wij vroegen hem om tekst en uitleg. LIEVEN DENYS. Alles hangt van de politieke wil af. Eind juni hopen de leiders van de belangrijkste industrielanden samen met de Europese Unie op de Top van de G20 in Toronto de knoop door te kunnen hakken. Vóór die datum moet het IMF zijn definitieve rapport afwerken. Ondertussen neemt de eensgezindheid binnen de groep af. Bovendien vrezen voorstanders dat Barack Obama zijn FCR als wisselmunt wil gebruiken om de publieke controle op de financiële sector te verscherpen. Duitsland en Frankrijk hebben echter de bankentaks al principieel goedgekeurd. Daarbij rekent Duitsland bijvoorbeeld op een opbrengst van minstens één miljard euro. De voorkeur gaat uit naar een uniforme maatregel. Concrete modaliteiten zijn nog niet goedgekeurd, maar worden samen met het IMF voorbereid. DENYS. De geplande bijdrage voor de financiële stabiliteit (FSC) is een belasting op bankverplichtingen, inclusief off balance. Ze beoogt twee doelstellingen. Enerzijds is de FSC een vergoeding voor de verliezen die de diverse schatkisten leiden door de overname van de rommelkredieten ( bad bank) en door de economische achteruitgang (werkloosheid) als gevolg van de financiële crisis. Anderzijds moet de FSC een buffer aanleggen om problemen met banken in de toekomst op te vangen en hen te ontmoedigen een al te risicovol gedrag te vertonen. Het is de bedoeling dat de financiële sector die belasting niet kan afwentelen op de consument. Tegen de verzekeringspremie rijzen er wel bezwaren. De maatregel bevestigt namelijk een vrijbrief van too big to fail, wat de mogelijke cowboys op de markt zou kunnen aanzetten tot het voortzetten van hun roekeloze gedrag. De staat vangt achteraf toch alle klappen op. Persoonlijk geef ik op dat vlak de voorkeur aan een verscherping van de regelgeving. DENYS. De FAT is een belasting op de toegevoegde waarde van de financiële sector, zonder aan de gebruiker zelf rechtstreeks btw aan te rekenen. Over de belastbare basis bestaat nog veel discussie. Volgens de ene partij moet het gewone rendement op het vermogen vrijgesteld worden en alleen overwinst en excessieve bonussen belast, terwijl de andere partij alle toegevoegde waarden (winsten en salarissen) wil belasten. DENYS. Juist, ja. Daarom pleit ik in de eerste plaats voor de invoering van een heffing op wisselkoerstransacties (Tobintaks) om de duurzame investeringen in de doelstellingen van de Millennium Development Goal (halvering van de armoede) of de strijd tegen het broeikaseffect (bijvoorbeeld 20 % minder uitstoot tegen 2020) te financieren. Die maatregel kan op korte termijn ingevoerd worden, want je hoeft maar een beperkt aantal financiële centra (elf instellingen hebben een marktaandeel van 80 %) te belasten. Op de tweede plaats geloof ik sterk in een belasting op transacties van effecten (FTT) - zowel op nationaal als op Europees vlak - om de budgettaire tekorten van de diverse overheden op te vangen. Over de belastbare basis woedt er nog een discussie. Zo stelt Stephan Schulmeister, economieprofessor aan het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek in Wenen, voor om alle financiële producten (aandelen, obligaties en derivaten) te belasten om de volatiliteit van de markt te beperken. In veel gevallen gaat de helft van de winst trouwens naar het management en de traders van de beleggingsinstrumenten. Ook is de technische realisatie van de FTT niet moeilijk. Zowat 99 % van de Europese beursverrichtingen in afgeleide producten loopt langs twee beurzen (Londen en Frankfurt), die volledig geautomatiseerd zijn. Net zoals in de btw-richtlijn volstaat het de lidstaten te laten overeenkomen wie de belasting moet innen - en hoe de verdeelsleutel er zal uitzien. Wat timing betreft, mik ik op vijf jaar. Bovendien kan de maatregel veel geld opleveren. Met de inkomsten kunnen de torenhoge lasten op arbeid verminderd worden. Het gaat over een fabelachtig bedrag, namelijk een omzet van 4.200.000 miljard dollar. DENYS. Inderdaad. Zij zijn het best geplaatst om de gedepersonaliseerde transactiebelastingen te innen, net zoals de notarissen bij ons nu al de registratierechten bij overdracht van onroerende goederen voor de overheid inzamelen. Nu al heffen de financiële instellingen de beurstaks. In België heb je amper zeven ambtenaren om die belasting te runnen. In Groot-Brittannië levert de Stamp Duty niet minder dan vijf miljard euro op. Die heffing op handel in Engelse aandelen tast het weefsel van het financiële centrum in Londen niet aan. Bovendien is de taks anoniem en administratief gemakkelijk te realiseren. Het rendement van een transactiebelasting (de verhouding tussen kostprijs en inkomsten) is veel hoger dan bij de klassieke personen- of vennootschapsbelasting. Als we de welvaartsstaat overeind willen houden, is ook een btw op financiële goederen en diensten geboden. Nu zijn die vrijgesteld, maar de bakker en de loodgieter zijn het niet. Om kapitaalvlucht te vermijden, moet de heffing op financiële transacties (FTT) wel universeel gebeuren. DENYS. Niet iedereen staat achter het idee. Zo vrezen de ontwikkelingslanden hun autonomie te verliezen en achten ze zich niet schuldig noch schatplichtig voor de bankencrisis, net zoals dat het geval is voor de milieuschade. Toch ligt een eerste belasting op wisselkoerstransacties binnen handbereik, omdat meer dan 75 % van de beoogde omzet langs één platform, een settlementinstituut, passeert, namelijk de Continuous Linked Settlement Bank in Engeland. Alle centrale banken in de wereld dringen dat vehikel op aan de financiële sector om het probleem van de tijdskloof te overbruggen (het zogenaamde Herstat-risico). Bovendien zijn wisselkoerstransacties het meest representatieve fenomeen van globalisering, verbonden aan internationale verrichtingen. Zij hebben niets te maken met klassieke producten en diensten, die de toegevoegde waarde van de economie realiseren. Ook remt de Tobintaks speculatie en brengt ze veel geld in het latje. Een zeer lage heffing van 0,005 % levert al 40 miljard dollar op. Rekening houdend met een daling van de omzet, schommelt een realistische schatting op 30 miljard dollar. Bovendien leidt de financiële sector geen schade, want ze zal net zoals de btw de kostprijs kunnen afwentelen op de financiers, die het verschil amper zullen voelen. De wisselkoersmarkt is het best geplaatst om de heffing af te wentelen naar de stakeholders van de kapitaalmarkten. DENYS. Ik ben niet voor een vermogensrendementsheffing naar Nederlands model. Onze noorderburen heffen een belasting op een fictief rendement van 4 %. Dat betekent dat iedereen die meer winsten realiseert, een vrijstelling krijgt. Dat druist in tegen het draagkrachtprincipe, want het zijn vooral de kleine spaarders die in producten met een laag risico en dus met een laag rendement - zoals obligaties - beleggen. Zo moedig je risicovol gedrag aan en de financiële crisis heeft ons getoond waar dat toe kan leiden. Ook kan je bij ons geen meerwaardebelasting op een rechtvaardige manier invoeren. Dat druist in tegen de Belgische cultuur. Je moet al over een fiscale politiestaat beschikken om de inning te controleren. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan anonieme transactiebelastingen die veel meer kunnen opbrengen. In ruil voor de afschaffing van de roerende voorheffing kan je een btw op financiële diensten invoeren. Zo respecteer je de privacy van de burger en vermijd je dat de banken een duur systeem moeten installeren om per rekeninghouder de winsten of verliezen te bepalen. Het regressieve karakter van de transactiebelasting wordt ruimschoots gecompenseerd door de opbrengsten te gebruiken om de belasting op arbeid fors te doen dalen. Ten slotte werkt de sociale zekerheid - een vlaktaks - ook herverdelend. (C) Door Eric PompenDe Tobintaks remt speculatie en brengt veel geld in het laatje. Een zeer lage heffing van 0,005 % levert al 40 miljard dollar op. "Met een vermogensrendementsheffing naar Nederlands model moedig je risicovol gedrag aan. Daar ben ik niet voor te vinden." Lieven Denys