Volgens de Belgische bankenfederatie is de minimumrente van 0,11 procent op een spaarboekje niet langer houdbaar. Topman Karel Van Eetvelt pleit ervoor die wettelijke verplichting te schrappen. Een nulrente of zelfs een negatieve rente moet mogelijk zijn.

Daarmee geven de banken het signaal dat spaargeld voor hen niets meer waard is. Terwijl ze van kredietwaardigheidsbureaus net positieve commentaren krijgen voor hun stabiele financieringsbasis: de spaarcenten van hun klanten. Bovendien is het signaal naar de klanten verkeerd. Sparen moet worden aangemoedigd. Daarom heeft de overheid aan het gereglementeerd spaarboekje een fiscaal voordeel toegekend en legt ze een minimumrente op. De hoge spaarquote van de Belgen ligt aan de basis van de vlotte kredietverstrekking en bij uitbreiding van de welvaart in dit land.

Banken blijven hardleers.

Dat de minimumspaarrente de diversiteit en de financiële gezondheid van de banksector bedreigt, is niet correct. Er moet maximaal 300 miljoen euro rente worden uitgekeerd. Dat is een peulschil in vergelijking met de winst van 5,6 miljard euro die de Belgische banken in 2018 hebben geboekt. Het klopt dat de rendabiliteit van de sector is gedaald en dat dat nog een tijd kan aanhouden. Maar van een existentieel probleem is geen sprake.

De banken hebben andere middelen om hun winstgevendheid te verdedigen. Ze zetten het mes in hun kantoren en bouwen hun personeelsbestand af. Tegelijk trekken ze de tarieven voor allerlei diensten gevoelig omhoog en proberen ze klanten naar beleggingsproducten te leiden, waarop ze nieuwe inkomsten boeken.

Rest de vaststelling dat de banken sinds de crisis van 2008 niet veel geleerd hebben. Ze blijven vertrekken vanuit hun eigen logica en financiële behoeften. De banken mogen er dan wel de mond van vol hebben dat ze de klant centraal stellen, in de praktijk bewijzen ze het tegendeel.

Volgens de Belgische bankenfederatie is de minimumrente van 0,11 procent op een spaarboekje niet langer houdbaar. Topman Karel Van Eetvelt pleit ervoor die wettelijke verplichting te schrappen. Een nulrente of zelfs een negatieve rente moet mogelijk zijn. Daarmee geven de banken het signaal dat spaargeld voor hen niets meer waard is. Terwijl ze van kredietwaardigheidsbureaus net positieve commentaren krijgen voor hun stabiele financieringsbasis: de spaarcenten van hun klanten. Bovendien is het signaal naar de klanten verkeerd. Sparen moet worden aangemoedigd. Daarom heeft de overheid aan het gereglementeerd spaarboekje een fiscaal voordeel toegekend en legt ze een minimumrente op. De hoge spaarquote van de Belgen ligt aan de basis van de vlotte kredietverstrekking en bij uitbreiding van de welvaart in dit land.Dat de minimumspaarrente de diversiteit en de financiële gezondheid van de banksector bedreigt, is niet correct. Er moet maximaal 300 miljoen euro rente worden uitgekeerd. Dat is een peulschil in vergelijking met de winst van 5,6 miljard euro die de Belgische banken in 2018 hebben geboekt. Het klopt dat de rendabiliteit van de sector is gedaald en dat dat nog een tijd kan aanhouden. Maar van een existentieel probleem is geen sprake. De banken hebben andere middelen om hun winstgevendheid te verdedigen. Ze zetten het mes in hun kantoren en bouwen hun personeelsbestand af. Tegelijk trekken ze de tarieven voor allerlei diensten gevoelig omhoog en proberen ze klanten naar beleggingsproducten te leiden, waarop ze nieuwe inkomsten boeken. Rest de vaststelling dat de banken sinds de crisis van 2008 niet veel geleerd hebben. Ze blijven vertrekken vanuit hun eigen logica en financiële behoeften. De banken mogen er dan wel de mond van vol hebben dat ze de klant centraal stellen, in de praktijk bewijzen ze het tegendeel.