Bankbreuk

Europa bouwt voort aan de bankenunie, waarvan ze midden 2012 de fundamenten legde. Terzelfder tijd rijpt in de Europese Unie het idee voor nog een ander project: de creatie van een kapitaalmarktenunie.

Voor de ECB wordt 2015 het eerste jaar dat ze de controle heeft over de banken in de eurozone, een taak die ze op zich nam in november 2014. Voor ze die nieuwe verantwoordelijkheid op zich nam, voerde ze een jaar lang een onderzoek naar de gezondheid van 130 grote banken, die samen meer dan 80 procent van de bankactiva vertegenwoordigen. Een van de eerste prioriteiten is nu ervoor te zorgen dat de banken de kapitaalgaten vullen die daarbij aan het licht kwamen. Ze krijgen zes tot negen maanden om dat te doen.

De ECB hoopt nu dat haar onderzoek en de resultaten ervan de twijfels van de investeerders wegneemt over slechte leningen die zich nog ergens op de balansen mochten verschuilen. De aanvulling van het kapitaal van de banken moet de kredietverlening herstellen. Die moet de spartelende economie van de eurozone ondersteunen.

De hindernissen op weg naar het herstel zijn nog enorm. Europa heeft te veel banken, staat in een studie uitgevoerd in opdracht van het Europees Comité voor Systeemrisico’s. De activa van de banken in de eurozone zijn 30 biljoen euro waard, drie keer het bbp. Hun balansen begonnen pas midden 2012 af te nemen en krompen dan met 10 procent in de twee daaropvolgende jaren. Die inkrimping kan doorgaan, zelfs al zijn de banken beter gekapitaliseerd. Het businessmodel van veel middelgrote Europese banken is niet leefbaar.

Dat alles maakt het des te belangrijker dat de eurozone veel meer gebruikmaakt van de kapitaalmarkt om aan de vraag naar krediet te voldoen. De effectenmarkten zijn er onderontwikkeld en de uitgifte van obligaties door ondernemingen wordt in haar groei belemmerd. Banken brengen in de EU 70 procent van de schuldenfinanciering van niet-financiële bedrijven aan. Dat staat in scherp contrast met de 30 procent in de Verenigde Staten. De eurozone hangt zelfs nog meer af van de banken: voor 85 procent, schat de kredietbeoordelaar Standard & Poor’s. Groot-Brittannië ligt daar tussenin met 62 procent.

Werk van een generatie

Eén manier om minder afhankelijk te worden van de banken is de securitisatiemarkt opnieuw tot leven te wekken. Die was sinds de financiële crisis nog maar een schaduw van vroeger, ook al lag het cumulatieve wanbetalingscijfer op Europese securitisaties sinds 2007 veel lager dan in de Verenigde Staten. Dankzij zo’n heropleving kunnen de banken nieuwe financieringsbronnen aanboren, en zouden ze zich van risico’s kunnen ontdoen en kapitaal bijhouden. De ECB draagt haar steentje bij door asset-backed securities (ABS) in te kopen in een programma dat ze eind 2014 opstartte. Regels die in 2016 van kracht worden, zouden verzekeraars — een primaire pool van investeerders — ervan kunnen weerhouden ABS’en aan te houden. Hoewel die regels minder streng zijn dan aanvankelijk gevreesd, kunnen ze toch de ontwikkeling van de markt belemmeren.

Een fundamentelere reden om een langzame verschuiving van de banken naar de markt te verwachten, is de aard van het Europese kapitalisme. Meer dan in de VS hebben daarin kleine en middelgrote ondernemingen het overwicht, vooral in Zuid-Europa. Eigenaars van familiebedrijven schrikken ervoor terug hun onderneming naar de beurs te brengen. Dat was in het verleden ook niet nodig omdat de banken meer dan bereid waren hun ondernemingen te financieren. Een echte kapitaalmarktenunie opbouwen, is wellicht het werk van een generatie.

De auteur is redacteur economie van The Economist.

PAUL WALLACE

Het businessmodel van veel middelgrote Europese banken is niet leefbaar.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content