Aan braafheid gaat de wereld ten onder. Aimé Desimpel was gezond balorig, een bouwer. Hij was een man van de creative destruction. Die formule van de patroonheilige van de ondernemende mensen, Joseph Schumpeter (1883 - 1950) - ongewilde erflater van de dotcomorkaan - is aanleiding voor misverstanden. Creative destruction is even onschuldig als de misbruikte minislogans van Adam Smith ( laissez-faire en the invisible hand). De creatievevernietiging is de kern van het ondernemen. De ondernemer...

Aan braafheid gaat de wereld ten onder. Aimé Desimpel was gezond balorig, een bouwer. Hij was een man van de creative destruction. Die formule van de patroonheilige van de ondernemende mensen, Joseph Schumpeter (1883 - 1950) - ongewilde erflater van de dotcomorkaan - is aanleiding voor misverstanden. Creative destruction is even onschuldig als de misbruikte minislogans van Adam Smith ( laissez-faire en the invisible hand). De creatievevernietiging is de kern van het ondernemen. De ondernemer neemt/vindt ideeën, grondstoffen, talenten en schept daarmee nieuwigheden. Hij verhoogt de hoeveelheid kapitaal, staat niet stil, zoekt innovatieve terreinen, durft geld, gezondheid en netwerken riskeren, leeft met economisch civisme in het hart. De entrepreneur van Schumpeter is ongedurig, schrander en ergert zich aan de bureaucratenmentaliteit van de meerderheid van zijn medeburgers. Veertig jaar geleden was Aimé Desimpel al een merkwaardige man. Tegen de tijdsgeest in hield hij afstand van wat het dynamische VEV aanraadde: de creatie en de versterking van de gewesten en de gemeenschappen. Desimpel engageerde zich nationaal bij Jaycees, een wereldbeweging van jongeren waar het ondernemen hoog aangeschreven staat. Jaycees onderschreef lauw tot niet de economisch-politieke decentralisering van België. Vrienden voor het leven maakte Desimpel in Franstalig Brussel en Wallonië. Het is geen toeval dat hij met zijn risicokapitaalgroep participeert in één van de eerste Franstalige initiatieven en als voorbeeld geldt voor de francofone geldschieters. Bekend zijn de op het eerste gezicht onlogische etappes van zijn bedrijven in de jaren negentig. Aimé Desimpel bouwde de familiale groep - bakstenen en diversificaties - uit tot een beursgenoteerde onderneming, werd door de lezers van Trends gekozen tot Manager vanhet Jaar 1993 en ontving nadien de Ankerprijs voor zijn inzet voor de verankering van GroepDesimpel bij nationale aandeelhouders. De Ankerprijs stond amper op het dressoir of Desimpel verkocht de controle over zijn baksteenfabrieken aan het Britse conglomeraat Hanson. Een vlaag van kritiek volgde. Met de afstand die de tijd schept, moet men concluderen dat hij schoon gelijk had. Bakstenen zijn producten met minder toegevoegde waarde en groeikracht dan de aluminiumbranche, de hightech en het vastgoed waarin hij de hoge opbrengst van zijn verkoop aan de Britten stopte (70 miljoen euro voor hem en zijn broer Luc). Aimé Desimpel beweerde - en men kan hem geloven - dat hij meer tewerkstelling en waarde schiep na het doorknippen van de banden met de Groep Desimpel. Aimé Desimpel was een liberaal en geloofde dat hij op hoog niveau nuttig werk kon verrichten voor het ondernemen in België. Elke partij verleidt sympathisanten met gevulde portemonnees door hen veel te beloven. Tegen de beroeps, de mannen en de vrouwen die van de politiek hun stiel maken, hebben zij geen kans. Fernand Huts van Katoennatie ( VLD) mocht het ervaren in Antwerpen en sloot de deur met een messcherp biechtboek. Aimé Desimpel volhardde, maar beklaagde zich dat hij, als lid van een meerderheidspartij, nog minder aan de bak kwam dan tijdens de oppositiekuur van de liberalen. F.C. [{ssquf}]