De filmarchieven gooien hun deuren open. Ze zijn volop bezig hun collecties te digitaliseren en maken van die gelegenheid gebruik om dat bezit te ontsluiten via internet, apps en dvd's (zie kader Van celluloid naar pixels). Welke mogelijkheden dat inhoudt, bewijst de website European Film Gateway 1914. 26 filmarchieven uit 15 Europese landen hebben 2700 films over de Eerste Wereldoorlog gedigitaliseerd en online geplaatst -- samen goed voor 650 uur film. 176 films komen uit de collectie van Cinematek, het Koninklijk Filmarchief in Brussel.
...

De filmarchieven gooien hun deuren open. Ze zijn volop bezig hun collecties te digitaliseren en maken van die gelegenheid gebruik om dat bezit te ontsluiten via internet, apps en dvd's (zie kader Van celluloid naar pixels). Welke mogelijkheden dat inhoudt, bewijst de website European Film Gateway 1914. 26 filmarchieven uit 15 Europese landen hebben 2700 films over de Eerste Wereldoorlog gedigitaliseerd en online geplaatst -- samen goed voor 650 uur film. 176 films komen uit de collectie van Cinematek, het Koninklijk Filmarchief in Brussel. Battle of the Somme moet wel de meest onwaarschijnlijke kaskraker uit de filmgeschiedenis zijn. In de eerste zes weken na de première in augustus 1916 gingen 20 miljoen Britten kijken naar de documentaire. Ze toont de voorbereiding en het begin van het Somme-offensief, een van donkerste bladzijden in de Britse militaire geschiedenis. Alleen al op 1 juli 1916, de dag dat de aanval werd ingezet, verloren de Britten 60.000 manschappen. Dat kregen de kijkers niet te zien. De film moest het moreel op het thuisfront hoog houden. Slecht nieuws kwam daarbij ongelegen. "De cameralui in de Eerste Wereldoorlog liepen niet in de vuurlijn naast de soldaten, zoals hun collega's in de Tweede Wereldoorlog", vertelt Nicola Mazzanti, de directeur van Cinematek. "Je kunt hun films nog het beste vergelijken met de beelden van de oorlog tegen Irak in 1991 en 2003. Daarop zag je ook alleen wat ver achter of boven de linies gebeurde." Oorlogsbeelden waren vrij nieuw midden 1916. Cinema was nog een jong medium. Pas in november 1915 was de Britse legerleiding ingegaan op het verzoek van de producenten van bioscoopjournaals om cameralui naar het front te sturen. Op hetzelfde moment ontdekten ook de andere oorlogvoerende landen dat film een machtig instrument kon zijn om de publieke opinie op het thuisfront te bespelen. De propagandafilm was geboren. Bijzonder is dat de films vaak dezelfde veldslagen belichten vanuit het standpunt van de verschillende kampen. Voorbeelden zijn Ein Heldenkampf in Schnee und Eis, met prachtige handgekleurde beelden van de Oostenrijkse troepen die in de Alpen opereerden, en Guerra sulle Alpi, dat de acties van hun Italiaanse tegenstanders toont. "Je doet soms vreemde ontdekkingen", vertelt Mazzanti. "Er is bijvoorbeeld een Duitse film die de lof van de Duitse duikboten zingt. Een kopie viel in handen van de Britten. Zij gebruikten dezelfde beelden met andere tussentitels om aan te tonen wat een afschuwelijk wapen die duikboten waren. De propagandacommissies hadden heel vlug door hoe je beelden kunt manipuleren." De oorlog was niet alleen een zaak van soldaten. Om de enorme hoeveelheden wapens en munitie te produceren die nodig waren aan het front, stond de hele economie in het thuisland in het teken van de oorlog. Alle burgers moesten hun bijdrage leveren. De fabrieken waren een favoriet onderwerp van de propagandafilms. De landen wilden hun bevolking ervan overtuigen dat hun industrie superieur was, en dat zij de beste troeven hadden om de oorlog te winnen. En iedereen moest een voorbeeld nemen aan de vrouwen die in de werkplaatsen de plaats innamen van de mannen die naar het front waren vertrokken. Das Stahlwerk der Poldi Hütte registreert in adembenemende beelden hoe in de staalwalserij van Poldi Hütte, nabij de Tsjechische stad Kladno, uit ruw ijzer artilleriemunitie wordt gemaakt. De fabriek verschijnt als een gigantische, bovenmenselijke machine waarvan de arbeiders nietige, anonieme radertjes zijn. Modern Times, zonder de satire. Ook de makers van fictiefilms voerden propaganda voor de oorlog. Nadat de Verenigde Staten in 1917 in de oorlog waren gestapt, kwam D.W. Griffith, de grote pionier van de Amerikaanse cinema, naar de slagvelden in Vlaanderen en Noord-Frankrijk om Hearts of the World te draaien. Hij stelde de Duitsers voor als barbaren, die de burgerbevolking in de bezette gebieden terroriseren. Net op tijd slaagt het Franse leger erin het dorp te bevrijden waar de hoofdpersonages met de dood worden bedreigd. "De helden en heldinnen zijn menselijkheid, de boeman is militarisme", heette het in de programmablaadjes. Het was hoog tijd dat de Amerikanen orde op zaken kwamen stellen in Europa. Hearts of the World bevat echte beelden van de slagvelden. Ze werden gemaakt door Alfred Machin, een Fransman die in 1912 in Sint-Jans-Molenbeek de eerste Belgische filmstudio had opgericht. In 1914, kort voor de oorlog, maakte hij Maudite soit la guerre, een antioorlogsfilm over de rivaliteit tussen twee vliegeniers, die op het slagveld tegenover elkaar komen te staan. De film -- met handgekleurde beelden -- bevat grootse actiescènes, waaronder het eerste luchtgevecht in de filmgeschiedenis. Machin kon voor de opnames beschikken over twee infanteriebataljons van het Belgische leger, artillerie, zeppelins en vliegtuigen. Maudite soit la guerre is een van de eerste Belgische films, en het is wellicht ook de spectaculairste en duurste productie die ooit in ons land is gemaakt. Na de oorlog was het uit met het spektakel. "De Eerste Wereldoorlog was een catastrofe voor de Europese cinema", zegt Nicola Mazzanti. "Voor 1914 waren Frankrijk en Italië het mekka van de film. Tijdens de oorlog namen de Verenigde Staten de overhand, tot nu." www.europeanfilmgateway.eu/nlWIM VER ELST"De Eerste Wereld-oorlog was een catastrofe voor de Europese cinema"