Johan Van Overtveldt
...

Johan Van OvertveldtWanneer zich een crisis voordoet, biedt snel en doordacht optreden vaak soelaas. Snel en ondoordacht optreden vergroot meestal de problemen die men probeert opgelost te krijgen. Deze stelregel gaat zeker op voor wat voor velen de actuele crisissituatie is waarin de wereldeconomie dreigt te verglijden. Een steeds verder uitdeinende financiële crisis, de quasizekerheid van een recessie in de VS en de onverwacht sterke groeiterugval in euroland vormen, in die volgorde, de belangrijkste ingrediënten in dat verhaal. Vooraleer we verder ingaan op de ondoordachtheid van een aantal beleidssuggesties die vandaag circuleren, eerst even een nuancering van het crisisgegeven. Het IMF schroefde voor het geheel van de wereldeconomie haar groeiverwachting voor dit jaar terug van 4,9 % naar 4,1 %. De voorbije tien jaar groeide de wereldeconomie gemiddeld per jaar met 4,2 %; de voorbije vijf jaar met 5 %. De recent als vrij rampzalig aangekondigde 4,1 % is dus nog lang zo slecht niet en hoeft op zich zeker niet gedramatiseerd te worden, verre van zelfs. Het feit is natuurlijk dat een verdere neerwaartse bijsturing van die groeiprognose tot de zeer reële mogelijkheden behoort. Maar voor 2001 en 2002 tikte de wereldeconomie af op 2,5 % resp. 3,1 % groei en daar liepen we toch ook geen onherstelbare schade door op. Beheerste bezorgdheid moet, maar wie vandaag echt panikeert rond de groeiperspectieven doet dat dus vrij lichtzinnig. Waar echter helemaal niet lichtzinnig mag mee omgesprongen worden, is de financiële crisis. Ondertussen bijna acht maanden aan de gang, heeft het er alle schijn van dat we inzake deze crisis nog lang niet aanbeland zijn in de fase waar men met redelijk gerust gemoed kan stellen dat we het ergste achter de rug hebben. De jaren 1930 en de aanslepende problemen in Japan leren ons vooral dat enkel met een snelle en doortastende aanpak van een crisis in het financieel bestel kan voorkomen dat men, ofwel in een chronische stagnatie terechtkomt (zoals Japan), ofwel dat het hele economische systeem onderuitgaat met miserie op alle vlakken tot gevolg, niet het minst in termen van politieke en maatschappelijke stabiliteit (zoals in de jaren 1930, rechtstreeks uitmondend in de Tweede Wereldoorlog). Concreet houden deze en andere lessen uit het verleden in dat we vandaag allicht in een situatie beland zijn waar het beleid van de belangrijkste centrale banken nagenoeg uitsluitend in functie van die financiële crisis dient gestuurd te worden. Als het op de been houden van het financieel systeem lagere kortetermijnrentevoeten vereist, dan moet dat maar, zelfs als het inflatievuur dan verder aangewakkerd wordt. Hier komen we op het punt waar de ondoordachtheid van een aantal beleidssuggesties die dezer dagen luidkeels verkondigd worden, aan de orde komt. Meer bepaald bedoelen we dan de roep om meer stimulus vanuit budgettaire hoek. De regeringBush nam al concrete maatregelen in die richting en Dominique Strauss-Kahn, de nieuwbakken algemeen directeur van het IMF, roept er nu in elke speech toe op. Vele anderen roepen mee. In de realiteit komen die kreten om meer budgettaire stimulus erop neer dat men zegt dat grotere begrotingstekorten geen probleem zijn vandaag, meer nog, dat ze kunnen bijdragen aan de oplossing van de voorliggende problemen (incl. de financiële crisis). Dit is ondoordacht. Het monetaire beleid, zeker van de Amerikaanse Fed maar ook dat van de Europese Centrale Bank (ECB), werkt vanuit de noodzakelijkheden van de financiële crisis vandaag al erg stimulerend voor de economie. De kans dat de kortetermijnrentevoeten verder naar beneden moeten en het stimulerende effect dus nog zal vergroten, schatten we op zeker méér dan 50 % in. Het valt zeer te betwijfelen of daar nog eens een flink scheut budgettaire stimulus bovenop doen, veel zoden aan de dijk zal zetten. Een dergelijke ingreep zal zelfs veeleer contraproductief werken want finaal vooral inflatoir uitvallen, zo durven we te vrezen. Er is echter nog meer dan enkel maar het inflatiegevaar waarom het ons veel verstandiger lijkt om budgettair terughoudend te blijven. Vooral met de vergrijzingskosten die zich stilaan concreet aandienen, zullen zowel in de VS als in Europa, om van Japan en zeker China maar te zwijgen, de beleidsmensen nog veel nood hebben aan budgettaire ruimte. Uiteraard moet men bij een serieuze terugval van de economische activiteit de zogenaamde automatische stabilisatoren laten werken. Concreet betekent dit dat men tekorten die ontstaan als gevolg van, bijvoorbeeld, verhoogde werkloosheidsuitkeringen en verminderde belastingontvangsten, beter grotendeels kan aanvaarden. Bijkomende vergroting van het deficit laat men best achterwege. De huidige situatie verrechtvaardigt een oproep tot alle beleidsbetrokkenen om back to basics te gaan. De monetaire verantwoordelijken moeten de financiële crisis oplossen met zo weinig mogelijk sociaaleconomische averij. De politieke gezagsdragers moeten hun budgettaire huishouding afstemmen op de behoeften van de maatschappij op de langere termijn. Wat de korte termijn betreft, moeten zij hun profileringsdrang bedwingen en zich qua macro-economisch management ondergeschikt maken aan de noodwendigheden van de financiële crisis. (T) de auteur is ALGEMEEN DIRECTEUR VAN HET VKW.