Wanneer de voorzitter en de manager van een topclub in het voetbal publieke verklaringen afleggen over het volle vertrouwen dat ze - ondanks de minder goede resultaten - behouden in de trainer, weet iedereen dat de trainer best zijn koffers pakt. Een soortgelijk ritueel geldt in financieel-economische materies. Wanneer iemand als AlanGreenspan, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, de problemen van de Amerikaanse economie tracht te reduceren tot Iraqnophobia, doet men er goed aan om na te gaan of deze achtenswaardige centrale bankier niet veel grotere structurele prob...

Wanneer de voorzitter en de manager van een topclub in het voetbal publieke verklaringen afleggen over het volle vertrouwen dat ze - ondanks de minder goede resultaten - behouden in de trainer, weet iedereen dat de trainer best zijn koffers pakt. Een soortgelijk ritueel geldt in financieel-economische materies. Wanneer iemand als AlanGreenspan, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, de problemen van de Amerikaanse economie tracht te reduceren tot Iraqnophobia, doet men er goed aan om na te gaan of deze achtenswaardige centrale bankier niet veel grotere structurele problemen tracht weg te praten (wat inderdaad het geval is). Zo verklaarde Guy Quaden, de gouverneur van de Nationale Bank van België, eind september 2001 dat de oorzaak van de zich fel doorzettende groeivertraging bij de impact van de aanslagen van 11 september gezocht moest worden. Maar ook zonder 11 september zou de economische conjunctuur flinke klappen te incasseren gekregen hebben. Een recenter voorbeeld komt van Edgar Meister, lid van de raad van bestuur van de Duitse Bundesbank en voorzitter van het Banking Supervision Committee van de Europese Centrale Bank ( ECB). Meister besloot een vurige uiteenzetting over de gezondheidstoestand van de Europese banksector met de categorische woorden: "There is no banking crisis." Voor wie, zoals ondergetekende, de jongste weken informele gesprekken voerde met verantwoordelijken binnen de Europese Commissie, de Oeso en de ECB, klinken Meisters woorden lachwekkend, ware het niet dat de problematiek zeer ernstige vormen aanneemt. Uit die gesprekken blijkt immers dat de crisis in de bank- en verzekeringswereld als één van de belangrijkste structurele zorgenkinderen van de Europese én de wereldeconomie wordt aanzien. Specifiek voor de Europese banken bestaan hun problemen uit een cocktail samengesteld met één of meer van de volgende ingrediënten: de recessie, fouten uit het verleden, te zware personeelslasten, te veel fragmentatie en hopeloos mismanagement bij fusies en overnames. Uiteraard ligt er op de schouders van bewindslui een belangrijke taak in het niet nodeloos uitlokken van paniek. Niemand heeft er belang bij dat problemen in de banksector een dimensie krijgen die de reële omvang van die problemen ver te boven gaat. Vandaar dat bewindslui zoals Greenspan, Quaden en Meister soms terecht problemen minimaliseren. Geruststellende taal vormt vaak een belangrijk onderdeel van de oplossing. Hun verhaal heeft evenwel een heel ander effect wanneer zij de acute problemen domweg ontkennen. De vrees ontstaat dan dat de problemen waarvan iedereen weet dat ze er zijn, nog veel grotere vormen aannemen. Verantwoord sussen verglijdt dan in averechts geklooi. Het belangrijkste effect van de stupide woorden van Edgar Meister is dat al wie ervan uitging dat de Europese banksector met enige maar geen dramatische problemen opgezadeld zat, nu vermoedt dat er vele zaken nog niet eens aan de oppervlakte kwamen. Een rustige, doordachte aanpak van de problemen van de Europese banken is nu al beduidend moeilijker geworden.Johan Van Overtveldt [{ssquf}]