De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be De inkomsten uit auteursrechten blijven fiscaal razend interessant. Even leek het erop dat de personenbelasting op auteursrechten gevoelig zou omhooggaan. Maar na luid protest werd die dreiging alsnog afgewend. Er zijn wel enkele kleine aanpassingen, maar die kunnen de pret nauwelijks bederven. Inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten worden minstens tot een bepaalde grens beschouwd als roerende inkomsten, die in de personenbelasting afzonderlijk worden belast tegen een bijna te verwaarlozen tarief van 15 procent. Die grens ligt voor indexatie op 37.500 euro, na indexatie voor de inkomsten van 2012 (het aanslagjaar 2013) bedraagt die limiet 54.890 euro. Pas nadat die grens is overschreden, wordt overgeschakeld naar de gewone belastingregels, wat betekent dat op het hogere gedeelte de normale progressieve tarieven van de personenbelasting verschuldigd zijn. Maar dat gebeurt slechts in de veronderstelling dat de inkomsten in een beroepsmatige context worden verkregen. Is dat niet het geval, dan blijft het tarief 15 procent. De lage belasting op inkomsten uit auteursrechten is nog aantrekkelijker als men weet dat ook nog een bijzondere kostenaftrek van toepassing is. Van de eerste schijf van 10.000 euro (bedrag nog te indexeren) wordt de helft geacht kostendekkend te zijn. Dat wil zeggen dat van die eerste 10.000 euro slechts de helft aan belastingen wordt onderworpen. Daardoor daalt de feitelijke belastingdruk ook tot de helft: in plaats van 15 procent op 10.000 euro moet slechts 15 procent op 5000 euro worden afgedragen. Op de eerste brutoschijf van 10.000 euro (bedrag nog te indexeren) is dus slechts 7,5 procent belasting verschuldigd. Op de tweede schijf van 10.000 euro (bedrag nog te indexeren) is bovendien een forfaitaire kostenaftrek van 25 procent van toepassing. Van die tweede schijf wordt dus niet 10.000, maar slechts 7500 euro onderworpen aan de belasting van 15 procent. Op een bruto-inkomen uit auteursrechten van 20.000 euro (bedrag nog te indexeren), is dus amper 1875 euro belasting verschuldigd: 750 euro op de eerste schijf van 10.000 euro en 1125 euro op de tweede schijf van 10.000 euro, of in totaal minder dan 10 procent. Enkele maanden geleden leek het erop dat dit belastingvoordeel zou worden afgezwakt. Tijdens de onderhandelingen over de begroting besliste de regering het tarief van de roerende voorheffing, en in het zog daarvan ook het tarief van de personenbelasting op roerende inkomsten, in principe te verhogen naar 25 procent. Die verhoging zou ook de inkomsten uit auteursrechten treffen. Maar na luid protest werd de verhoging voor de auteursrechten ingetrokken nog voordat die goed en wel was voorgesteld. De maatregel dat de inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten voortaan altijd op het aangifteformulier in de personenbelasting moeten worden vermeld, werd niet ingetrokken. Tot nu toe was dat niet het geval, als de belasting op die inkomsten volledig door inhouding van roerende voorheffing was voldaan. Die inhouding werkte bevrijdend, wat betekent dat de betrokken inkomsten niet op het aangifteformulier van de personenbelasting hoefden te worden vermeld, en dat als gevolg daarvan geen aanvullende gemeentebelasting verschuldigd was. De nieuwe aangifteverplichting heeft tot gevolg dat boven op de personenbelasting steeds de aanvullende gemeentebelasting verschuldigd is, ook als die personenbelasting bij wijze van roerende voorheffing is ingehouden. Maar nog belang-rijker is dat de fiscus door die nieuwe aangifteverplichting een beter zicht krijgt op belastingplichtigen die inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten verwerven. En dat dus ook de controles scherper zullen worden. Uit de praktijk blijkt dat de eerste controles al aan de gang zijn. De eerste aanslagbiljetten wegens vermeend misbruik of oneigenlijk gebruik van het aantrekkelijke aanslagstelsel voor auteursrechten zijn de deur uit. De strijd voor de rechtbanken en de hoven van beroep kan beginnen. JAN VAN DYCKDe fiscus verwerft een beter zicht op de inkomsten uit auteursrechten.