In Australië leiden natuurkrachten al snel tot catastrofes. De zondvloed die in januari Queensland teisterde en die volgde op een decennium van droogte, maakt van de Australische zomer 2010-2011 de meest dramatische natuurramp die het land ooit kende. Met de globalisering laten de gevolgen van de overstromingen in Queensland - de Sunshine State - zich ook buiten de landsgrenzen voelen.
...

In Australië leiden natuurkrachten al snel tot catastrofes. De zondvloed die in januari Queensland teisterde en die volgde op een decennium van droogte, maakt van de Australische zomer 2010-2011 de meest dramatische natuurramp die het land ooit kende. Met de globalisering laten de gevolgen van de overstromingen in Queensland - de Sunshine State - zich ook buiten de landsgrenzen voelen. In normale tijden brengen de gebieden die nu onder water staan bijna een derde van het fruit en de groenten van het land voort. De lokale prijzen vliegen de hoogte in. De inflatie treft ook de wereldprijzen, meer bepaald die van de landbouwproducten, die ten prooi vallen aan de zenuwachtigheid op de markt, vooral omdat de wereldvraag aanhoudend stijgt. De prijs van de tarwe staat op zijn hoogste niveau sinds twee jaar: de helft van de oogst in het gebied staat onder water. De prijs van het rundvlees op de beurs van Chicago staat op zijn hoogste peil van de voorbije 30 maanden. Australië is de tweede grootste exporteur van rundvlees ter wereld. "De zwaarste impact op de rest van de wereld heeft te maken met steenkool", zegt Paul Bloxham, de chief economist van HSBC Australië. China en India nemen voor hun thermische centrales en hun staalfabrieken ontzaglijke hoeveelheden kolen af van Australië, de grootste exporteur ter wereld. Voor de catastrofe verscheepte Queensland elke dag voor 100 miljoen dollar aan steenkool overzee. Maar de ondergelopen mijnen werden gesloten of werken op halve kracht. De wegen en de spoorlijnen stonden onder water of zijn versperd en de bevoorrading van de terminals aan de kust is zowat onmogelijk. Voor de kust ligt een honderdtal ertsschepen met lege ruimen te wachten. Cokes, waarvan Australië de grootse uitvoerder ter wereld is, zijn onmisbaar voor de Aziatische groei. Hun koers is al met een vijfde gestegen en daar kan tijdens het volgend kwartaal nog eens 40 procent bijkomen. De markt vraagt zich af hoe lang het duurt om al dat water uit de mijnen te pompen en de infrastructuur te herstellen. "In het slechts geval verliezen we de productie van een kwartaal", voorspelt UBS-analist Tom Price. Ook de staalprijzen, die gekoppeld zijn aan die van de steenkool, stijgen. Het is nog te vroeg om de definitieve kostprijs van de ramp te bepalen, maar er wordt toch al uitgegaan van een schade van 9,7 miljard euro of 1 procent van het bbp. Op de korte termijn moet de aangehouden Australische groei (voor 2011 wordt 3,5 % voorzien) daaronder lijden, ook al kan de wederopbouw het verlies in het toerisme, de land- en de mijnbouw compenseren. Er zou 90.000 kilometer weg beschadigd zijn. Australië heeft bij deze catastrofe het beste van zichzelf getoond. Helemaal anders dan de ongelooflijke desorganisatie van de hulp in New Orleans toen dat getroffen werd door de orkaan Katrina. Door het efficiënte optreden van de Australische overheid bleef het aantal doden beperkt tot een twintigtal. Maar Queensland ervoer vooral dat mateship nog altijd bestaat. De geest van onderlinge bijstand, de fiere erfenis uit de tijd dat de pioniers moesten overleven in een vijandige omgeving. Op het platteland hielp iedereen waar mogelijk het vee van de boeren ontzetten. In Brisbane gaven de stedelingen die op de heuvels wonen onderdak aan onbekenden uit de lager gelegen gedeelten van de stad. Als de natuur tempeest, laait het heilige vuur van de samenhorigheid op. Maar er is eveneens het gepolariseerde nationale debat over de houding die het land, de wereldkampioen van de koolstofuitstoot per hoofd van de bevolking, moet aannemen ten opzichte van de opwarming van de aarde. "Ook al valt moeilijk te zeggen of deze overstromingen veroorzaakt worden door de klimaatverandering, het staat vast dat dit soort gebeurtenissen steeds vaker zal voorkomen", waarschuwt James Pittock, professor aan de Australian National University. "Dit is een vlak land en het overgrote deel van de bevolking woont aan de kust, wat ze des te kwetsbaarder maakt." De groenen sturen aan op een CO2-taks, maar de Labourregering aarzelt, ook al hangt ze voor haar meerderheid in het parlement van Canberra af van de groenen. Nu al doet het vooruitzicht op zo'n belasting niet alleen de mijnindustrie steigeren, maar ook de landbouwers - de veeteelt brengt evenveel broeikasgassen voort als de transportsector - en de rechtse oppositie, die vreest dat een eenzijdige belasting de concurrentiekracht van de Australische economie aantast. "De klimaatverandering aanvoeren, is zoeken naar excuses", beklemtoont Barnaby Joyce, de senator van Queensland die zich in het schaduwkabinet bezighoudt met het waterdossier en die weken aan het overstromingsfront met de voeten in de modder stond. "Het klimaat verandert voortdurend. Ik ben sceptisch over het vermogen van de mens om de temperatuurschommelingen onder controle te houden. De oplossing bestaat in de bouw van dammen die het water kunnen bijhouden voor de tijden van droogte en toekomstige overstromingen in goede banen kunnen leiden." JEAN-MICHEL DEMETZVoor de catastrofe verscheepte Queensland elke dag voor 100 miljoen dollar steenkool. De ondergelopen mijnen werden gesloten of werken op halve kracht.