Zowat de inzet van elke recente Europese beleidsdiscussie is telkens dezelfde: raken we uit deze crisis door een afbouw van de schulden of door het stimuleren van de groei? A priori hoeven beide elementen geen tegenstelling in te houden. Snellere economische groei kan een versnelde schuldenafbouw mogelijk maken, terwijl minder schulden de groei kunnen stimuleren. Niettemin heerst in Europa een Babylonische spraakverwarring tussen de twee antagonisten in dit ideologische debat. Laten we hen Austerië en Stimulistan noemen. In drie grote discussies staan beide kampen lijnrecht tegenover elkaar.
...

Zowat de inzet van elke recente Europese beleidsdiscussie is telkens dezelfde: raken we uit deze crisis door een afbouw van de schulden of door het stimuleren van de groei? A priori hoeven beide elementen geen tegenstelling in te houden. Snellere economische groei kan een versnelde schuldenafbouw mogelijk maken, terwijl minder schulden de groei kunnen stimuleren. Niettemin heerst in Europa een Babylonische spraakverwarring tussen de twee antagonisten in dit ideologische debat. Laten we hen Austerië en Stimulistan noemen. In drie grote discussies staan beide kampen lijnrecht tegenover elkaar. Vertrouwen of groei? Wat is de aard van de economische crisis in Europa: is er te weinig groei omdat er consumenten en bedrijven geen vertrouwen hebben, of ontbreekt het aan vertrouwen omdat er onvoldoende groei is? Over het antwoord verschillen Austerië en Stimulistan grondig van mening. Stimulistan wijst er voortdurend op dat door de nasleep van banken- of vastgoedcrisis de vraag vanuit de privésector veel te zwak is om iedereen aan de slag te krijgen. Het land is er dan ook van overtuigd dat de overheid economische groei moet creëren en dat vervolgens het vertrouwen van bevolking en bedrijven automatisch zal weerkeren. De inwoners van Austerië hebben hierover een andere mening. Zij stellen vast dat consumenten en bedrijven de vinger op de knip houden omdat ze het vertrouwen hebben verloren in de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op langere termijn. Zij vrezen hogere belastingen en een algeheel verlies aan welvaart als de schuldenberg niet wordt aangepakt. Nog meer schulden maken, zou de privésector helemaal de stuipen op het lijf jagen en leiden tot meer sparen, minder investeringen en minder groei. Saneren of stimuleren? Austerië en Stimulistan komen tot volkomen verschillende diagnoses voor de crisis. Hun oplossingen liggen dan ook mijlenver van mekaar. Stimulistan stelt vast dat saneringen op korte termijn zorgen voor lagere economische groei. Zij zien dan ook heil in Grote Toekomstgerichte Groeibevorderende Projecten die volgens hen honderdduizenden aan de slag zullen zetten. In de eerste plaats is het echter maar de vraag in welke mate de overheid geschikt is om de 'juiste' projecten te selecteren die tot meer groei zouden leiden. De grote schuldopbouw van de afgelopen decennia is namelijk gepaard gegaan met een structurele daling van de potentiële groei in Europa. Waarom zou de overheid dan nu wel het verschil kunnen maken? Bovendien, argumenteert Austerië, als het probleem afkomstig is van een gebrek aan vertrouwen in de overheidsfinanciën, dan is meer stimulus en meer schulden de verkeerde oplossing. Ten slotte is er nog een contradictie in het standpunt van Stimulistan: hun enthousiasme voor relance in tijden van recessie is omgekeerd evenredig aan hun enthousiasme voor besparingen en schuldenafbouw in tijden van hoogconjunctuur. Austerië ziet in het pleidooi van Stimulistan voor relance alleen maar een sirenenzang om een verdere stijging van het overheidsbeslag te kunnen rechtvaardigen. Hervormingen of schulden? Wat is de beste reactie op de crisis: het doorvoeren van te lang uitgestelde hervormingen of door het maken van meer schulden tijdelijk opnieuw wat uitstel kopen? De Spaanse economie is hiervan hét typevoorbeeld en is vandaag dan ook het favoriete slagveld voor het ideologische gevecht tussen Stimulistan en Austerië. Zowel de Spaanse overheid als bevolking heeft jarenlang boven haar stand geleefd. Prestigeprojecten voor de overheid en een snelle stijging van de welvaart voor de bevolking werden mogelijk gemaakt door de opbrengsten van een onhoudbare schuldgefinancierde vastgoedzeepbel. Wat is dan de oplossing op het moment dat die zeepbel klapt? Zich verzetten tegen een in collectieve verarming (nog altijd beperkt in vergelijking met de welvaartstoename de afgelopen vijftien jaar) en hopen dat meer schulden de pil kunnen vergulden? Of daarentegen tijdelijk terugplooien en inzetten op structurele hervormingen, concurrentiekracht herscholing, een efficiëntere arbeidsmarkt en kansen voor nieuwe industrieën? Daar gaat het voor de toekomst van Europa kapitale debat tussen Austerië en Stimulistan uiteindelijk over. Gaan we voor symptoombestrijding op korte termijn of een betere gezondheid op de langere termijn? De auteur is hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis.PETER DE KEYZERGaan we voor symptoombestrijding op korte termijn of een betere gezondheid op de langere termijn?