1964 Lang voor de regering-Di Rupo als marxistisch werd bestempeld, woedde er een strijd over hoe onze ziekteverzekering er zou moeten uitzien. De staatsgeneeskunde van het Britse National Health System (NHS) gold als een voorbeeld van hoe je een publieke gezondheidszorg organiseert, maar daar wilden de Belgische artsen niet van weten. Het resultaat was een Belgisch overlegmodel waarbij artsen, overheid en ziekenfondsen in de schoot van het Riziv tarievenakkoorden sluiten en terugbetalingsmodaliteiten vastleggen. Dat werkte lang naar behoren: de uitgaven voor gezondheidszorg stegen in ons land niet sneller en vaak zelfs trager dan in andere landen.
...

1964 Lang voor de regering-Di Rupo als marxistisch werd bestempeld, woedde er een strijd over hoe onze ziekteverzekering er zou moeten uitzien. De staatsgeneeskunde van het Britse National Health System (NHS) gold als een voorbeeld van hoe je een publieke gezondheidszorg organiseert, maar daar wilden de Belgische artsen niet van weten. Het resultaat was een Belgisch overlegmodel waarbij artsen, overheid en ziekenfondsen in de schoot van het Riziv tarievenakkoorden sluiten en terugbetalingsmodaliteiten vastleggen. Dat werkte lang naar behoren: de uitgaven voor gezondheidszorg stegen in ons land niet sneller en vaak zelfs trager dan in andere landen. Het glijmiddel voor dat overlegmodel is de mogelijkheid voor artsen om te weigeren de terugbetalingstarieven die het Riziv voorstelt toe te passen. Zelfs als de artsensyndicaten de tarieven aanvaard hebben, mogen individuele artsen ervoor kiezen ze niet te aanvaarden. Zij zijn dan de zogenaamde niet-geconventioneerde artsen. Zij mogen vrij hun honoraria bepalen, maar blijven in de praktijk - afhankelijk van de financiële armslag van hun patiënt - meestal in de buurt van de officiële tarieven. 22 procent van de specialisten en ongeveer 12 procent van de huisartsen doen dat. Nu. 48 jaar later dreigt dat overlegmodel op zijn limieten te botsen. Het grootste artsensyndicaat BVAS wil het op de helling zetten als de vrije honoraria in twee- of meerpersoonskamers aan banden worden gelegd. Minister van So-ciale Zaken Laurette Onkelinx (PS) heeft een wetsvoorstel in die zin klaar. Normaal komt dat nog deze maand op de parlementaire agenda. Waren supplementen dan al niet gereserveerd voor eenpersoonskamers? Er is een verschil tussen de kamersupplementen voor de 'hotelkosten' van een eenpersoonskamer en de supplementen die artsen kunnen vragen boven op de officiële tarieven. "Het thema van de supplementen is al ettelijke keren aan de orde geweest", zegt BVAS-voorzitter Marc Moens. "Bijgevolg mogen ziekenhuizen sinds enkele jaren geen kamersupplementen meer vragen, maar de artsenhonoraria vielen daar tot op heden niet onder. Dat daaraan nu wordt gemorreld, zit ons zeer hoog, want het hoort tot de fundamenten van het Belgische systeem." Een tweede deel van het wetsvoorstel is de veralgemening van de sociale regeling van het derdebetalersysteem naar de ambulante praktijk, zeg maar behandelingen buiten de ziekenhuismuren. Het komt erop neer dat artsen bij mensen die vallen onder de sociale regeling niet meer afrekenen met de patiënt zelf, maar rechtstreeks met zijn ziekenfonds. "Ruim twee miljoen mensen hebben recht op zo'n derdebetalersregeling", zegt Moens. "Het zijn voornamelijk ouderen, chronisch zieken en invaliden. Net de mensen die de meeste verzorging nodig hebben. En voor die heel grote groep zouden we nu ook geen supplementen meer mogen vragen bij ambulante verstrekkingen. Dat wil dus zeggen: een zelfstandige arts mag nu ook buiten de ziekenhuispraktijk niet meer zelf zijn honorarium bepalen. Als dat niet langer mag, waarom sluiten we dan nog akkoorden? Voor de grote groep met sociale terugbetaling wordt het ook in de ambulante zorg verplicht de tarieven te aanvaarden." Moens is zich ervan bewust dat die twee miljoen mensen die recht hebben op sociale terugbetaling, daar meestal goede redenen voor hebben. "Maar", argumenteert hij, "ook niet-geconven-tioneerde artsen houden rekening met de financiële armslag van hun patiënten." BVAS reageert principieel. "Het gaat over een van de fundamenten van ons systeem", zegt Moens. "We komen stilaan in een situatie dat de overheid vaste tarieven oplegt en dat je dus bijna nergens nog een eigen honorarium kan vragen." Het afschaffen van de vrije honoraria in de twee- en meerpersoonskamers stond in het regeerakkoord, maar niet het verplichte gebruik van de derdebetalersregeling in ambulante praktijk. Daarom richt de BVAS zijn pijlen in de eerste plaats op dat aspect van het wetsvoorstel. "Ik wil daar ook nog bij opmerken dat we in budgettair krappe tijden leven", zegt Moens. "En dan begrijp ik niet waarom de minister de sociale regeling wil verplichten. Die kost de overheid meer, omdat zij het remgeld van de patiënt betaalt." De boosheid van de artsen is niet los te zien van de financiering van de ziekenhuizen. Het is algemeen bekend dat artsen steeds grotere delen van hun honorarium moeten afstaan aan de ziekenhuizen waar ze werken. Die geldstroom moet de gebrekkige financiering van de ziekenhuizen compenseren. "Dat speelt mee", geeft Moens toe. "Artsen dragen almaar meer af. De overheid weet dat, en artsen kunnen hun beroep niet blijven uitoefenen zonder de ziekenhuizen. De ziekenhuisbeheerders zoeken hun centen niet bij patiënten omdat die anders elders gaan." Door de krappe ziekenhuisfinanciering zijn de vrije honoraria voor artsen een belangrijk onderdeel van hun inkomen, stelt Moens. En toch. Uiteindelijk treft de maatregel slechts een op de vier ziekenhuizen. Want alleen daar worden de ereloonsupplementen toegepast in meerpersoonskamers. "Dat gaat toch over 23 ziekenhuizen", repliceert Moens. "Daarvan liggen er twaalf in Vlaanderen, drie in Wallonië en acht in Brussel." "De kwestie is dat een aantal ziekenhuizen probeert uit te blinken in bepaalde disciplines. En ja, dat kost geld. Geld dat voor een stuk moet komen van die hogere honoraria." Volgens Moens is het wetsvoorstel daarom niet enkel een aderlating voor het inkomen van de artsen, het zet tevens de problemen met de ziekenhuisfinanciering scherper. "Uiteindelijk gaat dit over honderden arbeidsplaatsen die op 1 januari door de maatregel dreigen te verdwijnen", aldus Moens. De artsen willen niet weten van de afschaffing van de supplementen en de veralgemening van de derdebetalersregeling. "De uitbreiding van de derdebetalersregeling naar de ambulante praktijk gaat geld kosten. Geld dat er niet is in de ziekteverzekering", zegt Moens. Als alternatief voor de afschaffing van de vrije honoraria in de meerpersoonskamers stellen de artsen voor dat de supplementen behouden mogen blijven op voorwaarde dat de patiënt vooraf een kostenraming krijgt. Moens: "Wij hebben die supplementen nodig. De ziekenhuizen ook. Een wetsontwerp van het kabinet-Onkelinx wil in de esthetische geneeskunde zo'n bestek verplichten. Waarom zouden we dat niet veralgemenen, als we de supplementen maar kunnen behouden. Maar dat weigert het kabinet." ROELAND BYL"Een zelfstandige arts mag nu ook buiten de ziekenhuispraktijk niet meer zelf zijn honorarium bepalen. Waarom sluiten we dan nog akkoorden?" Marc Moens, BVAS