In 1990 leefde 36 procent van de wereldbevolking in extreme armoede. Tegen 2010 was dat gedaald tot 18 procent. In absolute cijfers is het aantal mensen dat in erbarmelijke omstandigheden leeft, gedaald van 1,9 miljard in 1990 naar 1 miljard vandaag. Dat opmerkelijke succes heeft een nog stoutmoediger streven opgewekt: de volledige uitroeiing van extreme armoede tegen 2030. De Wereldbank heeft dat al tot haar doel uitgeroepen en verwacht wordt dat de VN er later in het jaar een hoeksteen van hun nieuwe ontwikkelingsagenda van maken. Het doel is lovenswaardig. Maar de economische vooruitzichten voor de ontwikkelingslanden zijn somberder geworden. ...

In 1990 leefde 36 procent van de wereldbevolking in extreme armoede. Tegen 2010 was dat gedaald tot 18 procent. In absolute cijfers is het aantal mensen dat in erbarmelijke omstandigheden leeft, gedaald van 1,9 miljard in 1990 naar 1 miljard vandaag. Dat opmerkelijke succes heeft een nog stoutmoediger streven opgewekt: de volledige uitroeiing van extreme armoede tegen 2030. De Wereldbank heeft dat al tot haar doel uitgeroepen en verwacht wordt dat de VN er later in het jaar een hoeksteen van hun nieuwe ontwikkelingsagenda van maken. Het doel is lovenswaardig. Maar de economische vooruitzichten voor de ontwikkelingslanden zijn somberder geworden. Dat maakt het veel moeilijker om de deadline te halen. Armoede is volgens de definitie van de Wereldbank dat mensen moeten overleven met minder dan 1,25 dollar per dag in dollars van 2005, aangepast aan inflatie en rekening houdend met de lagere levensduurte in de betrokken landen. De armoede uitroeien betekent bijgevolg niet dat iedereen moet toetreden tot de middenklasse, en nog veel minder dat de relatieve armoede moet verdwijnen. Sommigen zullen altijd armer zijn dan anderen. De Wereldbank heeft ook wat marge ingebouwd in haar doelstelling. De armoede zal als uitgeroeid worden beschouwd wanneer niet meer dan 3 procent van de wereldbevolking het met 1,25 dollar per dag moet rooien. Ze neemt namelijk aan dat er nog jaren zogenoemde frictionele armoede zal bestaan. Economische onzekerheid en politieke strubbelingen zullen af en toe de inwoners van arme landen weer onder de armoedegrens duwen. Hoe dan ook, het wordt een aartsmoeilijke opdracht. Gebaseerd op prognose van de groei, demografie en ongelijkheid in elk land afzonderlijk, hebben onderzoekers berekend dat de globale armoedegraad in 2030 zou uitkomen op 8,5 procent. De Wereldbank is in haar Global Economic Prospects-rapport optimistischer, maar komt toch ook niet verder dan een armoedegraad van 5 procent tegen 2030. Een beter resultaat is natuurlijk mogelijk. Enige politieke en economische stabiliteit in de armste landen kan wonderen doen. Bovendien wijst de Wereldbank erop dat ze twee doelen uitgezet heeft. Het ene is een einde te maken aan de armoede. Het andere is 'welvaart delen' door in elk land afzonderlijk de inkomensgroei te stimuleren van de armste 40 procent van de bevolking. Die tweede doelstelling ondersteunt de eerste. Als ontwikkelingslanden hun groei aanhouden en het inkomen van de armste 40 procent van hun bevolking elk jaar 2 procentpunt sneller toeneemt dan het algemene gemiddelde, dan kan de wereldwijde armoedegraad tegen 2030 dalen tot 2,7 procent. Zo'n gigantische vooruitgang voor de onderste lagen van de maatschappij is "ongekend en hoogstwaarschijnlijk onrealistisch", beseft de Wereldbank. Toch is het nuttig te erkennen dat het de beste manier is om armoede uit te roeien. Economische groei is het krachtigste wapen in de strijd tegen armoede, maar op zich is dat niet genoeg. De regeringen moeten ook een beleid uitwerken dat de armsten van de armen helpt, zoals investeren in plattelandsinfrastructuur en gezondheidszorg. De wereld zal uiterste ontbering misschien niet kunnen wegwerken tegen 2030, maar hij kan wel proberen de beste omstandigheden te creëren om dat doel te bereiken. THE ECONOMIST