Het afgelopen jaar zijn al heel wat gevolgen van de Grote Crisis de revue gepasseerd. Een aspect dat onderbelicht bleef, is de impact voor ontwikkelingslanden. Meer bepaald de westerse hulp aan ontwikkelingslanden.
...

Het afgelopen jaar zijn al heel wat gevolgen van de Grote Crisis de revue gepasseerd. Een aspect dat onderbelicht bleef, is de impact voor ontwikkelingslanden. Meer bepaald de westerse hulp aan ontwikkelingslanden. De redding van de financiële sector en de recessie hebben de schatkisten in de westerse wereld geplunderd en het duurt nog een hele tijd voor ze hiervan bekomen. Nu de middelen schaarser worden, moeten we op zoek naar de efficiëntste manier om het weinige geld te besteden. Dat geldt zowel voor de overheidsuitgaven in het Westen als voor de budgetten voor ontwikkelingshulp. Hoewel een absolute vermindering van dat laatste budget bijzonder cynisch zou zijn, zal ook de hulp aan de armste landen niet ontsnappen aan een grondige doorlichting. En dat is dan wel weer een goede zaak. Nu de tering naar de nering moet worden gezet, worden donoren en ontvangers verplicht om de efficiëntie op te drijven. Hoe help ik meer mensen met hetzelfde budget? Welk soort hulp werkt en welke werkt niet? In welke landen komt het geld op de juiste plaats terecht en in welke niet? Een studie van de Wereldbank uit 1998 toont aan dat ontwikkelingshulp veel effectiever is naarmate het ontvangende land beschikt over betere instellingen, een betere macro-economische besluitvorming en een grote transparantie over het gebruikte geld. De mogelijkheid voor de bevolking om politici en ambtenaren ter verantwoording te roepen, zorgt voor een langdurige impact van de hulp. Kortom: ontwikkelingsgeld wordt beter gebruikt in een land met goed bestuur. Veel ontwikkelingshulp gaat nog naar landen waar corruptie, wanbestuur en officieel gesanctioneerde kleptocratie hoogtij vieren. Het belangrijkste probleem van de armste landen is niet te weinig geld. Het belangrijkste probleem is te veel corruptie en te weinig goed bestuur. Daarover woedt in de ontwikkelingseconomie een bijzonder interessant debat. Aan de ene kant Jeffrey Sachs, bekend van onder meer zijn werk met U2-frontman Bono in het populariseren van de Millenniumdoelstellingen. Zijn centrale stelling is dat veel meer geld nodig is om armoede uit de wereld te bannen. Een Big Push als het ware om alle problemen van de armste landen eens en voor altijd de wereld uit te helpen. Aan de andere kant van het spectrum vinden we William Easterly, minder bekend dan Sachs, maar wel een naam om te onthouden. Hij stelt vast dat in Afrika gedurende vier decennia meer dan 550 miljard dollar werd geïnvesteerd terwijl de levensomstandigheden voor de gemiddelde Afrikaan niet verbeterden. Meer geld is volgens hem geen oplossing. Een studie van de Wereldbank toont bijvoorbeeld aan dat tussen 30 en 70 procent van alle medicijnen bestemd voor Afrikaanse ziekenhuizen onderweg 'verdwijnt'. Hoe krijg je dan meer medicijnen tot bij de hulpbehoevende bevolking? Meer medicijnen sturen of zorgen dat er minder verdwijnen? Zonder meetbare voorwaarden en doelstellingen verbonden aan ontwikkelingsgeld leidt meer geld alleen tot meer corruptie en verspilling. Malawi en Burundi horen allebei bij de twintig armste landen ter wereld. Toch staat Malawi bij wereldwijde corruptierangschikkingen meer dan zeventig plaatsen gunstiger gerangschikt dan Burundi. Een dollar hulp zal in Malawi dus veel meer mensen, maar minder politici of corrupte ambtenaren, helpen dan in Burundi. Ook slecht bestuur is een vernietiger van ontwikkelingsgeld: in de Democratische Republiek Congo kost het starten van een eigen zaak bijna vier jaarlonen en moeten dertien procedures worden doorlopen. In het naburige Rwanda bedraagt de prijs iets meer dan een maandloon en zijn slechts twee procedures nodig. Al deze drama's kunnen niet worden opgelost met meer geld. Het valt dan ook te hopen dat de komende magere jaren worden aangegrepen om corruptie en slecht bestuur aan te pakken en zo de allerarmsten écht te helpen. In een klimaat van economische crisis, oplopende overheidsschulden en het mislukken van een fel geanticipeerde klimaattop, kunnen we ervan uitgaan dat een wereldwijd gecoördineerde Big Push voor de ontwikkelingsbudgetten uitgesloten is. Mijn geld staat de volgende jaren dan ook op Easterly: niet meer hulp, maar betere hulp. DE AUTEUR IS chief economist van petercam. Peter De Keyzer