De Brusselse Galerie Patrick Derom toont tekeningen, gravures, affiches en schilderijen van de Luikenaar Armand Rassenfosse.
...

De Brusselse Galerie Patrick Derom toont tekeningen, gravures, affiches en schilderijen van de Luikenaar Armand Rassenfosse. Twee zaken vallen meteen op wanneer men de werken van Armand Rassenfosse (1862-1934) bekijkt die bij Galerie Patrick Derom gepresenteerd worden : primo, de kunstenaars favoriete thema was de vrouw, en secundo, hij was op zijn sterkst als tekenaar en etser, minder als schilder. Geboren in 1862 als zoon van een Luikse winkelier, was Rassenfosse voorbestemd om mee in de familiebusiness van porselein, faience en andere decoratievoorwerpen te stappen. Maar van kindsbeen af was hij een verwoed tekenaar, en toen hij effectief als aankoper aan de slag ging in vaders zaak, bleef hij artistieke ambities koesteren. Een gravurehandboek zette er hem in 1883 toe aan zijn eerste ets te maken. Zijn dagtaak brengt hem regelmatig in Parijs, waar hij in 1888 in contact komt met Félicien Rops, die er op dat moment een gevierd kunstenaar is. Die ontmoeting is beslissend voor de artistieke carrière van Rassenfosse, die zich van dan af volledig concentreert op het experimenteren om de ideale gravuretechniek te zoeken. Ets, aquatint, droge naald, alles probeert hij uit. Hij geeft zijn werk in de familiezaak op om zich aan de kunst te kunnen wijden een halftijdse job bij de Imprimerie Bénard, waar hij affiches ontwerpt en drukt, dient om in het onderhoud van zijn gezinnetje te voorzien. In voortdurend contact met Rops ontwikkelt Rassenfosse nu zijn tekentalent en techniek. Zijn werk sluit aan bij dat van de symbolisten. De invloed van Rops in de behandeling van de onderwerpen is overduidelijk wat critici verleidt tot verwijten van epigonisme. De dood van Rops in 1898 is een zware klap voor Rassenfosse, die ook overwerkt is geraakt door een illustratie-opdracht voor Les Fleurs du Mal van Baudelaire. Hij begint nu het schilderen met olieverf te verkennen, eerst impressionistische buitenzichten, later meer intimistische interieurs, zoals steeds vooral vrouwenportretten. De dood van z'n zoon in 1913 dompelt hem opnieuw in droefheid, maar het is juist in deze periode dat hij zijn sterkste olieverfwerk borstelt, met warme en levendige kleuren, en oosters van inspiratie. Van 1917 af wordt zijn kleurgebruik soberder, rond 1919 ontdekt hij de dans als onderwerp een combinatie van z'n twee "studie-objecten" : de vrouw en de beweging.Voor nieuwlichters als Picasso en Matisse heeft hij geen goed woord net zomin als voor het bolsjevisme hij blijft zijn eigen, figuratieve weg volgen, en gaat zelfs terug de symbolistische toer op, maar dan wel met een sterkere aanwezigheid van de doodsthematiek. Hij sterft uiteindelijk in 1934. RAF PAUWELSGalerie Patrick Derom, Wolstraat 1, 1000 Brussel. Van dinsdag tot zaterdag tussen 10 u.30 en 18 u.30. Inlichtingen : tel.(02)514.08.82.Nu accroupi (Rassefosse, 1931)