Peter Camp, Gebouwen met een ziel - Het belang van gebouwen voor organisaties en mensen. De Prom, 336 blz., 29,90 euro.
...

Peter Camp, Gebouwen met een ziel - Het belang van gebouwen voor organisaties en mensen. De Prom, 336 blz., 29,90 euro."Wie ben jij en wat kom jij hier doen?" vroeg architect Antoon Croonen zonder dralen, toen hij de communicatieruimte van de Rabobank in Nijmegen binnenstormde, waar Peter Camp op hem wachtte. Camp, een socioloog die faam verwierf als organisatieadviseur, liet zich niet van zijn stuk brengen. "Ik maak een boek over organisatieverandering en architectuur," antwoordde hij kalm. "Over hoe een mooi gebouw de organisatie én de mensen inspireert. Deze invalshoeken integreer ik met de matrixmethode." Die matrixmethode is een model om veranderingsprocessen in beeld te brengen en doeltreffend aan te pakken. Camp licht de methode toe in De kracht van de matrix, zijn doorbraakboek uit 1992, waarvan in 2000 een nieuwe editie op de markt kwam. Met zijn rustige repliek op de ongeduldige architect vat Camp niet alleen zijn nieuwe boek keurig samen, hij trok er ook nog een lang gesprek mee op gang en kreeg daarin van Croonen de gedroomde titel voor zijn project: Gebouwen met een ziel. Aan de hand van reële (Nederlandse) voorbeelden en gesprekken met de bouwers of architecten, toont Camp de impact van architectuur op bedrijfsgebouwen, kantoren, openbare gebouwen en vrijetijdsruimten. Een gebouw met een doordachte en persoonlijke architectuur geeft een boodschap aan zowel passanten, klanten als personeelsleden. Die invloed is niet gering. Samengevat, luidt de conclusie: "Toon me het gebouw en ik zeg je welke bedrijfscultuur er heerst." De rake voorbeelden tonen aan dat de recente Nederlandse bedrijfsarchitectuur heel wat boeiende verrassingen in petto heeft. Dat geldt zowel voor structuur, aankleding als inrichting. Treffend is zeker het nog jonge torengebouw van verzekeringsmaatschappij Interpolis in Tilburg, een complex dat ook veel Belgen al moet opgevallen zijn. Of je nu met de trein of de auto voorbij de Noord-Brabantse stad komt, de twee verbonden torens zijn moeilijk te missen. De inrichting weerspiegelt de nieuwe werkwijze: vroeger moest elke medewerker voor elke stap een handtekening vragen, nu bepalen de medewerkers zelf hoe ze met de klant omgaan. Dat wordt fysiek vertaald in het open kantoor, in open ruimtes met vergadertafels, centrale faciliteiten, concentratieplekken en vergaderruimten. Van het kantoor werd een clubhuis gemaakt, waar niemand nog een vaste werkplek heeft. Je werkplek is waar je bent. Dat heeft niet alleen positieve gevolgen op de gezelligheid en het sociale karakter, maar ook op productiviteit en klantgerichtheid. Kortom, vergeet de architectuur niet als je de bedrijfscultuur wilt veranderen en de rentabiliteit opkrikken. Luc De Decker