De jaarresultaten van ArcelorMittal, de grootste staalproducent van de wereld, gaven een gemengd beeld. De hoeveelheid verscheept staal steeg met 3 % (+3,4 % in het vierde kwartaal), tot 85,1 miljoen ton. De onderliggende bedrijfskasstroom (ebitda) steeg met 8,5 %, tot 7,23 miljard USD, nipt beter dan de marktconsensus van 7,19 miljard USD en de eigen verwachtingen van minstens 7 miljard USD (na de halfjaarresultaten verlaagd van 8 miljard USD). De stijging met 8,5 % kwam er ondanks de negatieve evolutie in het mijnbouwsegment, waar de vrije val van de ijzerertsprijs in 2014 - van 135 USD naar 65 USD per ton - de ebitda met 36,8 % drukte, tot 1,25 miljar...

De jaarresultaten van ArcelorMittal, de grootste staalproducent van de wereld, gaven een gemengd beeld. De hoeveelheid verscheept staal steeg met 3 % (+3,4 % in het vierde kwartaal), tot 85,1 miljoen ton. De onderliggende bedrijfskasstroom (ebitda) steeg met 8,5 %, tot 7,23 miljard USD, nipt beter dan de marktconsensus van 7,19 miljard USD en de eigen verwachtingen van minstens 7 miljard USD (na de halfjaarresultaten verlaagd van 8 miljard USD). De stijging met 8,5 % kwam er ondanks de negatieve evolutie in het mijnbouwsegment, waar de vrije val van de ijzerertsprijs in 2014 - van 135 USD naar 65 USD per ton - de ebitda met 36,8 % drukte, tot 1,25 miljard USD. De ijzerertsproductie steeg met 6,9 %, tot 63,7 miljoen ton, en het verscheept ijzererts tegen marktprijs steeg met 13,2 % (+5 % verwacht in 2015). Het doel blijft de capaciteit te verhogen tot minstens 84 miljoen ton, al is de oorspronkelijke timing daarvoor (eind 2015) niet meer haalbaar. Door de wereldwijde overcapaciteit gaat de aandacht vooral naar kostenverminderingen (-7 % in 2014 en -10 % vooropgesteld voor 2015). Ondanks het positieve effect van de lagere ijzerertsprijzen op de staalproductiekosten zijn ze een forse streep door de rekening, vermits Arcelor sinds de financiële crisis vooral in het mijnbouwsegment investeerde. In het staalsegment lag de klemtoon de voorbije jaren op saneren en het afstoten van niet-strategische activa. Die inspanningen beginnen vruchten af te werpen, want de ebitda steeg in 2014 met 27,3 %, tot 6,07 miljard USD dankzij een combinatie van hogere volumes (+3 %), lagere grondstoffenkosten en kostenbesparingen. Op groepsniveau herstelt de ebitda per ton gestaag: van 74 USD in 2012, over 82 USD in 2013 naar 86 USD in 2014 (90 USD exclusief 350 miljoen USD kosten van de extreem harde winter in Noord-Amerika). Daarmee blijft het middellangetermijndoel van 150 USD per ton evenwel een verre droom. Zeer positief was de hoger dan verwachte daling van de nettoschuldpositie tot 15,8 miljard USD (17,4 miljard USD eind juni 2014), het laagste niveau sinds de fusie tussen Arcelor en Mittal in 2006 en stilaan in de buurt van de beoogde 15 miljard USD. Het nettoverlies daalde van 2,55 miljard USD in 2013 (1,46 USD per aandeel), naar 1,09 miljard USD (0,61 USD per aandeel). Het brutodividend blijft onveranderd op 0,20 USD per aandeel, of 1,8 % brutorendement. Arcelor verwacht in 2015 een groei van de vraag naar staal met 1,5 % tot 2 %, waarbij Europa en China (+1,5 % tot 2,5 %) het voortouw nemen, terwijl de Verenigde Staten na een zeer sterk 2014 (+8 %), licht zouden terugvallen (0 % tot -1 %). Arcelor rekent op een stijging van het eigen verscheepte staalvolume met 4 tot 5 %. De vooropgestelde verwachte ebitda voor 2015 van 6,5 tot 7 miljard USD door de zwakke vooruitzichten op korte termijn van de ijzerertsprijs lag ver onder de analistenconsensus. Ondanks de voorzichtige ebitda-prognose voor 2015 reageerde de markt positief op de jaarrapportering van Arcelor. De huidige koers verrekent tegen een ondernemingswaarde van 0,45 keer de boekwaarde en 5,8 keer de onderkant van de verwachte ebitda voor 2015 dan ook een wel heel zwartgallig scenario. Vooral het herstel in Europa biedt perspectieven voor een verdere koersremonte. Advies: koopwaardig Risico: gemiddeld Rating: 1B