Het in Genève gevestigde Internationaal Arbeidsbureau (ILO) heeft recentelijk een studie gepubliceerd waarin een aantal trends inzake de evolutie van de arbeidsmarkt in diverse landen is aangewezen, die ook onderling zijn vergeleken. De meest interessante gegevens uit dit rapport zijn weergegeven in bijgaande grafiek.
...

Het in Genève gevestigde Internationaal Arbeidsbureau (ILO) heeft recentelijk een studie gepubliceerd waarin een aantal trends inzake de evolutie van de arbeidsmarkt in diverse landen is aangewezen, die ook onderling zijn vergeleken. De meest interessante gegevens uit dit rapport zijn weergegeven in bijgaande grafiek.Op het vlak van vlijt - het jaarlijks gewerkte aantal uren per tewerkgestelde arbeidskracht - voeren Singapore, Maleisië en Thailand de rangschikking aan. Vlak achter dit trio volgen de Verenigde Staten, waar werknemers gemiddeld bijna 2000 uren per jaar werken. Dat is méér dan in landen als Zuid-Korea, Japan, Mexico en Brazilië. Noorwegen zit voor dit criterium helemaal onderaan, met net geen 1400 uren. De VS zijn bovendien het enige van de geïndustrialiseerde landen waar het aantal per jaar gepresteerde uren stéég tussen 1980 en 1997, in casu met 4%. Groot-Brittannië sluit op dit vlak het nauwst aan bij de VS, met een werkvolume dat in uren nagenoeg constant bleef tussen 1980 en 1997. Is het toeval dat dit nu net de landen zijn die de jongste jaren op het vlak van jobcreatie en tewerkstelling het beste scoren onder de geïndustrialiseerde landen? Ter vergelijking: in Frankrijk liep over diezelfde periode het jaarlijks gewerkt aantal uren terug met 8,5% en in West-Duitsland met 10,4%. Frankrijk en Duitsland behoren, zoals bekend, tot de landen die het qua tewerkstelling niet zo best deden de voorbije twee decennia. Hoe langer men werkt, hoe lager de werkloosheid: als dit geen brok is waar researchers eens de tanden kunnen inzetten. Ook inzake de arbeidsproductiviteit steken de Amerikanen er met kop en schouders bovenuit, al geven de ILO-cijfers aan dat over de periode 1980-1997 de West-Europese landen gemiddeld 22% van hun achterstand op de VS goedmaakten. Zoals de grafiek aangeeft, plaatst België zich qua arbeidsproductiviteit op een mooie tweede plaats, op de voet gevolgd door Zweden, Frankrijk, Japan en Canada. Tussen 1980 en 1997 tekenden, in volgorde, Ierland, Finland, Japan en Zweden de sterkste stijging op inzake arbeidsproductiviteit. Nederland, Griekenland en Canada presteerden op dit vlak het zwakst. Op het vlak van de langdurig werklozen voeren Italië, België, Chili en Spanje de rangschikking aan. De landen met de hoogste participatiegraad, d.i. effectief werkenden als percentage van de totale bevolking in de actieve leeftijdscategorie, zijn Noorwegen, Zwitserland, de VS en Zweden. De landen met het meeste parttime-jobs zijn Nederland, Zwitserland, Australië en Groot-Brittannië. International Labour Office, Key Indicators of the Labour Market 1999, ILO, CH-1211, Geneva 22