Met VW Vorst wordt 'globalisering' weer iets meer synoniem voor rampspoed. Want hoewel het om een verschuiving van jobs gaat tussen VW-fabrieken binnen Europa, is de echte verantwoordelijke voor steeds meer fabriekssluitingen de lonencompressor die aangerold komt uit China, India, Vietnam en andere opkomende economieën. Concurrentie uit die lagelonenlanden is echter, willen of niet, met of zonder protectionistische reflexen, niet te stuiten. De globalisering is een feit, de opkomst van de nieuwe landen een gegeven waar we met z'n allen (op termijn) beter van worden. We zouden moeten hopen dat Afrika ook snel diezelfde weg opgaat. Met het risico dat...

Met VW Vorst wordt 'globalisering' weer iets meer synoniem voor rampspoed. Want hoewel het om een verschuiving van jobs gaat tussen VW-fabrieken binnen Europa, is de echte verantwoordelijke voor steeds meer fabriekssluitingen de lonencompressor die aangerold komt uit China, India, Vietnam en andere opkomende economieën. Concurrentie uit die lagelonenlanden is echter, willen of niet, met of zonder protectionistische reflexen, niet te stuiten. De globalisering is een feit, de opkomst van de nieuwe landen een gegeven waar we met z'n allen (op termijn) beter van worden. We zouden moeten hopen dat Afrika ook snel diezelfde weg opgaat. Met het risico dat nog meer jobs van bij ons ook daarnaartoe gezogen worden - wat een gezondere situatie zou zijn dan de onbeheersbare toevloed van armtierige immigranten. Maar aan zo'n discours hebben de arbeiders van VW Vorst momenteel geen boodschap. Populistische antiglobaliseringskreten slaan daar beter aan. In andere bedrijfssectoren zou men nochtans tijdens de sociale onderhandelingen voor nieuwe interprofessionele akkoorden beter de strijdkreet 'Solidariteit voor Werk', waarmee tienduizenden afgelopen zaterdag in Brussel betoogden, omarmen vanuit een totaal ander gezichtspunt. Niet als een ideologische wapenspreuk, maar solidariteit onder het consigne 'Arbeiders en patroons, één strijd'. Dat klinkt als een provocatie, maar in de praktijk is het revolutionaire elan al grotendeels getemperd. Werkgevers ondervinden dat de realiteitszin in de bedrijven groeit. Werkgevers én werknemers beseffen dat ze samen in de boot zitten en moeten roeien met de riemen die ze hebben. Om met vereende krachten de woelige baren van de aanrollende globaliseringsgolven te trotseren. In dat perspectief is een visionair pact tussen de sociale partners (waarvoor vorige week, op deze pagina, werd gepleit) misschien niet zo utopisch. Om dit mogelijk te maken en onze competitiviteit te herstellen, is ideologische verstarring en polarisatie uit den boze, zowel aan vakbondskant als bij de patroons. We moeten leren leven met vrijhandel, maar globalisering voorwenden als een globalisme of een ideologisch dogma, leidde ook in werkgeverskringen tot excessen. Het zijn de uitwassen van globalisme ( stock options en golden parachutes tegenover almaar lagere lonen en precaire werkomstandigheden) die de globalisering ondermijnen en protectionisme opwekken. Werknemers kunnen begrip opbrengen voor en zich aanpassen aan de wetmatigheden van de wereldwijde marktwerking, met alles wat dat impliceert aan loonmatiging en arbeidsflexibiliteit, als hun in ruil een beter evenwicht wordt geboden tussen korte- en langetermijnperspectief voor hun loopbaan (niet noodzakelijk in één onderneming). The Economist waarschuwde onlangs voor de toenemende kloof tussen arm en rijk in onze samenlevingen. Het Britse zakenblad pleit voor een - redelijk - sociaal vangnet en eerlijke herverdeling via belastingen en sociale voorzieningen van de winsten uit de globalisering. Naast de sociale partners, hebben overheid en wetgever ook hun verantwoordelijkheid. Want wat baten een paar procentjes loonmatiging tegenover onze buurlanden als ze meteen worden tenietgedaan door buitensporige energieheffingen (Elia) en wispelturige milieureglementeringen? Erik Bruyland