Het is een van de grote debatten van het begin van de 21ste eeuw: zal de menselijke arbeid verdwijnen ten gevolge van automatisering, robotisering en artificiële intelligentie? Zijn we op weg naar een basisinkomen voor iedereen, aangezien werken in de samenleving almaar minder relevant wordt? De Franse econoom Nicolas Bouzou ontkracht die voorspellingen in Le travail est l'avenir pour l'homme. Volgens hem is er geen sprake van dat het werk zoals we het eeuwen kennen zwaar onder druk komt. Arbeid sterft nooit, is zijn stelling. Het werk maakt gewoon een transformatie door. De manier van werken is veel flexibeler geworden. Er zullen uitera...

Het is een van de grote debatten van het begin van de 21ste eeuw: zal de menselijke arbeid verdwijnen ten gevolge van automatisering, robotisering en artificiële intelligentie? Zijn we op weg naar een basisinkomen voor iedereen, aangezien werken in de samenleving almaar minder relevant wordt? De Franse econoom Nicolas Bouzou ontkracht die voorspellingen in Le travail est l'avenir pour l'homme. Volgens hem is er geen sprake van dat het werk zoals we het eeuwen kennen zwaar onder druk komt. Arbeid sterft nooit, is zijn stelling. Het werk maakt gewoon een transformatie door. De manier van werken is veel flexibeler geworden. Er zullen uiteraard banen verdwijnen door de automatisering, maar er zullen nieuwe bij komen. Automatisering doet werk niet verdwijnen, wordt meermaals herhaald in het boek. Bouzou verwijst naar landen als Denemarken, Duitsland en Zuid-Korea. Daar is sprake van een bijna volledige tewerkstelling en toch behoren die economieën tot de meest geautomatiseerde ter wereld. Dat arbeid een blijver is, is een goede zaak volgens de auteur, want het maakt de kern uit van de menselijke beschaving. "Door landbouw en industrie uit te vinden, door steden, scholen en ziekenhuizen te bouwen heeft de mens zich via zijn arbeid geëmancipeerd van de natuur." Bouzou valt eerst de theorie van het malthusianisme in het denken over de arbeidsmarkt aan. Die stelt dat er een vaste hoeveelheid arbeid of jobs is en dat die in de tijd niet kan evolueren. Meer nog, het aantal jobs zal volgens die theorie afnemen. En dus is arbeidsherverdeling nodig, zodat iedereen langzaam maar zeker minder uren werkt. Onzin, zegt Bouzou, die aantoont dat jobs voor extra banen zorgen als er een ondernemingsvriendelijk klimaat is. Interessant aan het boek is dat het de discussie in een historisch perspectief plaatst. In het verleden zijn er verschillende periodes geweest waarin een grote vrees bestond voor massale en definitieve jobvernietiging. Zo waren er in Engeland aan het eind van de 18de eeuw de Luddieten, die weefmachines in fabrieken vernielden. Hun naam is ontleend aan de vermoedelijk mythische Ned Ludd, die een wever zou zijn geweest die in 1779 twee weefmachines stuksloeg. Het was volgens hen de enige manier om banen te behouden. Bouzou gaat nog verder terug in de tijd, tot in de Romeinse tijd. Zo is er de legende dat keizer Tiberius een ambachtsman ter dood zou hebben veroordeeld omdat hij onbreekbaar glas had ontworpen. Volgens Tiberius betekende dat een bedreiging voor de economie van het Romeinse Rijk. De angst voor dermate grote economische revoluties dat het werk zou verdwijnen is een constante in de geschiedenis. Maar de voorspellingen kwamen nooit uit, stelt Bouzou vast. Er is volgens hem geen enkele reden om te denken dat het nu plots anders zou zijn. "De boodschap verkondigen dat werken op termijn ten dode is opgeschreven, leidt tot een impasse in het publieke debat: dat van het malthusianisme van het werk. Dat van het universeel basisinkomen, terwijl er extra inspanningen nodig zijn. Niet om zich voor te bereiden op het einde van het werk, wel op zijn mutatie." Nicolas Bouzou, Le travail est l'avenir de l'homme, Editions de l'Observatoire, 2017, 208 blz., 17 euro ALAIN MOUTON