Per grote markt beschikt BASF meestal over twee zogenaamde Verbund-vestigingen van waaruit de meeste klanten bediend kunnen worden. Voor Europa zijn dat Antwerpen en Ludwigshafen, met elk een eigen rol voor de Europese markt. Ludwigshafen is gericht op chemische specialiteiten en Antwerpen vooral op basisproducten en standaardkunststoffen. In de VS zijn de twee Verbundsites die van Freeport (Texas) en Geismar (Louisiana). In Azië: Nanjing in China en Kuantan in Maleisië. BASF-woordvoerder Jan Van Doorslaer legt uit waarom het Verbundprincipe zo belangrijk is voor Antwerpen. ...

Per grote markt beschikt BASF meestal over twee zogenaamde Verbund-vestigingen van waaruit de meeste klanten bediend kunnen worden. Voor Europa zijn dat Antwerpen en Ludwigshafen, met elk een eigen rol voor de Europese markt. Ludwigshafen is gericht op chemische specialiteiten en Antwerpen vooral op basisproducten en standaardkunststoffen. In de VS zijn de twee Verbundsites die van Freeport (Texas) en Geismar (Louisiana). In Azië: Nanjing in China en Kuantan in Maleisië. BASF-woordvoerder Jan Van Doorslaer legt uit waarom het Verbundprincipe zo belangrijk is voor Antwerpen. "De vestiging in Antwerpen is de modelleerling van de klas," zegt hij. JAN VAN DOORSLAER (BASF). "In de eerste plaats besparen we kosten op productievlak. Door de chemische productielijnen te vervlechten, kunnen we sommige bijproducten van chemische processen onmiddellijk inzetten in andere chemische ketens. Bij alleenstaande productie-eenheden moeten die bijproducten vaak opgeslagen, vervoerd of verwerkt worden als afval. "In Antwerpen hebben we momenteel zo'n 56 productie-installaties staan, die samen een tiental productketens vormen. Ons productie-Verbund is dus heel sterk uitgebouwd en wordt met de komende investeringen - 1 miljard euro tussen 2006 en 2008 - nog versterkt. "In de tweede plaats behoren we tot de top van de wereld in energie-efficiëntie. Dat is gebleken na de energiebenchmark die is uitgevoerd in het kader van het Kyotoconvenant. We kunnen meer dan 80 % van de stoomvraag op onze vestiging voldoen via pure recuperatie van warmte. Slechts 16 % van de stoomvraag moeten we extra produceren en daarvoor valoriseren we dan weer energierijke nevenproducten die we op onze site (in de stoomcentrale) verbranden in plaats van aardgas of stookolie. Op die manier kunnen we het gebruik van fossiele brandstoffen voor de stoomproductie met meer dan de helft reduceren."VAN DOORSLAER. "Ondernemingen kunnen helaas geen levensverzekering afsluiten. De clustervorming is volgens ons wel een troef die versterkt moet worden, want we zijn in Europa lang niet de enige chemische cluster. Er zou nog meer synergie kunnen worden gezocht met strategische partners. Dezelfde infrastructuur gebruiken met meer partners, maakt het voor iedereen goedkoper. Dat gebeurt al wel, bijvoorbeeld bij Ineos en op onze eigen site." VAN DOORSLAER. "Een keten is zo sterk als zijn zwakste schakel. Een ketenopbouw moet dus weloverwogen en intelligent worden aangepakt, met inzicht en doorzicht. Ook het ketenbeheer vergt extra aandacht, maar die extra's zijn ruim de opbrengst waard. Nu steunt de Antwerpse chemiecluster gelukkig op meerdere poten en is het gevaar dat een van de hoofdketens ineen zou storten minimaal. Voor de meeste chemische producten is er ofwel binnen de Antwerpse cluster ofwel in de directe omgeving (Geel-Tessenderlo, Terneuzen-Vlissingen of Rotterdam) toch wel een back-up. De black-outs zijn eerder te verwachten in de stroomlevering dan in de productaanvoer- en verwerking." Roeland Byl