Grote onzekerheden wegen op het herstel van de wereldeconomie. De belangrijkste onzekerheid komt in 2003 ongetwijfeld van het imminente gevaar van een oorlog tegen Irak. Toch lijkt het erop dat de wereldeconomie aan de beterhand is, De Verenigde Staten, Azië en Latijns-Amerika hebben betere groeiperspectieven dan een jaar geleden. Europa daarentegen doet het minder goed. Het consumentenvertrouwen staat op een laag pitje, de export slabakt. De groeiverwachtingen voor 2003 zijn door de meeste professionele voorspellers drastisch verlaagd. Doemdenken is in.
...

Grote onzekerheden wegen op het herstel van de wereldeconomie. De belangrijkste onzekerheid komt in 2003 ongetwijfeld van het imminente gevaar van een oorlog tegen Irak. Toch lijkt het erop dat de wereldeconomie aan de beterhand is, De Verenigde Staten, Azië en Latijns-Amerika hebben betere groeiperspectieven dan een jaar geleden. Europa daarentegen doet het minder goed. Het consumentenvertrouwen staat op een laag pitje, de export slabakt. De groeiverwachtingen voor 2003 zijn door de meeste professionele voorspellers drastisch verlaagd. Doemdenken is in. Waarom doet Europa het nu minder goed, terwijl nog niet zolang geleden werd gezegd dat het Oude Continent de crash van de aandelenmarkten beter had doorstaan dan de andere werelddelen? Het antwoord, dat vandaag vooral in de Angelsaksische pers tot vervelens toe wordt herhaald, verloopt als volgt: Europa zit vastgeroest in rigiditeiten allerhande; rigiditeiten in de arbeidsmarkten, lage productiviteitsgroei, onvoldoende technologische innovatie. Al die rigiditeiten beletten de heropleving, en maken het moeilijk of zelfs onmogelijk om een politiek van relance van de vraag te voeren. Een dergelijke politiek zou immers vlug op de beperkingen van het aanbod botsen, en zou uiteindelijk de inflatie alleen maar aanwakkeren. Dezelfde Angelsaksische consensus voegt daaraan toe dat het in de VS net omgekeerd is. De grote flexibiliteit van de Amerikaanse economie maakt het mogelijk om met monetaire en budgettaire impulsen een flinke duw te geven aan de totale vraag, zonder dat die vraagexpansie de inflatie aanwakkert. Deze Angelsaksische analyse heeft grote invloed uitgeoefend in Frankfurt, waar de Europese Centrale Bank ( ECB) meer dan een jaar heeft gewacht om iets te doen aan de terugval van de economische activiteit. Het was allemaal de schuld van de rigiditeiten in Europa. De ECB kon daar niets aan doen. Laat de politici hun huiswerk doen met structurele hervormingen, en dan kan de ECB haar taak vervullen. Dit verhaal is ongeloofwaardig. Al sinds ik economie studeer, hoor ik mensen vertellen over Europese rigiditeiten. Die zijn als het ware de universele constante in het Europese landschap. Maar ze hebben niet belet dat de Europese economie sterke conjunctuurbewegingen heeft gekend. Gedurende de jaren negentig was er een diepe recessie en nadien een krachtige boom, met als achtergrond steeds weer de Europese rigiditeiten. Eigenlijk zijn de Europese rigiditeiten geen constante. Ze zijn afgenomen. Dat blijkt nog het best uit het feit dat gedurende de jongste economische opleving van 1998-2000 de werkgelegenheid krachtig toenam. De groei bleek plots erg tewerkstellingsvriendelijk te zijn, vooral dankzij een grotere flexibiliteit van de Europese arbeidsmarkten. Tussen haakjes: dat is ook de reden waarom de productiviteit, zoals die statistisch wordt gemeten, minder snel is gaan groeien in Europa. De inschakeling van werklozen in het productieproces doet de productiviteit statistisch naar beneden gaan, omdat de meeste werklozen ongeschoold zijn en dus minder toegevoegde waarde realiseren dan de andere werknemers. Nochtans is de productiviteit van de Europese economieën toegenomen, omdat die werklozen voordien niets produceerden, terwijl ze dat nu wel doen. En toch blijft men de vertraging van de productiviteitsgroei in Europa toeschrijven aan rigiditeiten. Het omgekeerde is waar. Deze vertraging is het gevolg van een toegenomen flexibiliteit van de Europese economieën.Self-fulfilling prophesyDe grote economische bewegingen van de jongste twee decennia werden in hoofdzaak gedreven door bewegingen in de vraag van consumenten en investeerders. Dat was het geval tijdens de recessie van 1991-1993 en tijdens de heropleving van 1998-2000. Vandaag is het opnieuw zo. De pessimistische voorspellingen over de toekomstige economische activiteit hebben tot gevolg dat de consumenten hun uitgaven op een laag pitje houden, terwijl de ondernemingen hun investeringen uitstellen. Dat heeft niets te maken met rigiditeiten, wel met een gebrek aan vertrouwen van consumenten en bedrijven. We zijn terechtgekomen in een typische, zichzelf voedende economische teruggang waarvan het script bekend is: consumenten en investeerders zien het niet zitten; ze houden hun bestedingen in, waardoor de conjunctuur achteruitgaat; de consumenten en de investeerders hadden dus gelijk dat ze het niet zagen zitten.Een dergelijk probleem kan alleen door een stimulerende vraagpolitiek worden bestreden. Wachten op 'structurele hervormingen', zoals de ECB gedurende een jaar heeft gedaan, is absurd. Zoals we eerder al betoogden, is er vooruitgang op het vlak van de structurele hervormingen. Bovendien is er geen reden om te wachten, aangezien de bron van de economische vertraging een vraagfenomeen is. De Europese overheden, en de ECB in het bijzonder, hebben de instrumenten in handen om aan dit vraagprobleem iets te doen. De ECB heeft een schuchtere aanzet gegeven toen ze eind 2002 de rentevoeten naar beneden bracht. Dat beleid moet worden voortgezet. De verantwoordelijkheid rust op de schouders van de ECB. Ze kan zich aan die verantwoordelijkheid niet onttrekken door te verwijzen naar slechte structuren. Natuurlijk moeten de structuren in Europa worden verbeterd. Maar de rigide Europese structuren hebben niets te maken met de huidige economische malaise. Er bestaat een redelijke kans dat de ECB in 2003 de uitdaging van een stimulerend beleid zal aangaan, en dat ze zal ophouden overal een inflatiespook te zien. De aankondiging door president Wim Duisenberg dat de centrale bank haar beleid zal evalueren, is een goed teken. Laten we hopen dat de strategie van de ECB niet langer wordt bepaald door angst. Want zoals Franklin Roosevelt het al zei: er is niets wat we meer moeten vrezen dan onze eigen vrees... (2003)De self-fulfilling prophecy van de angst kan alleen door een stimulerende vraagpolitiek worden bestreden.