Twee keer per jaar trekt Marc Aspeslagh, zaakvoerder van de bvba DNG Europe naar IJsland. Maar alleen in de zomer. Want het klimaat weerspiegelt zich in zijn bewoners: ze zijn stuurs, nors en wantrouwig. "De IJslandse visserijproducenten maken zeer vooruitstrevende, hoogtechnologische producten. Maar de IJslanders kunnen heel moeilijk verkopen. Daarom ben ik hun vertegenwoordiger voor Europa geworden."
...

Twee keer per jaar trekt Marc Aspeslagh, zaakvoerder van de bvba DNG Europe naar IJsland. Maar alleen in de zomer. Want het klimaat weerspiegelt zich in zijn bewoners: ze zijn stuurs, nors en wantrouwig. "De IJslandse visserijproducenten maken zeer vooruitstrevende, hoogtechnologische producten. Maar de IJslanders kunnen heel moeilijk verkopen. Daarom ben ik hun vertegenwoordiger voor Europa geworden." Vanuit Blankenberge promoot Marc Aspeslagh volautomatische en elektrisch aangedreven jigging-systemen; longline en gill-net-producten; en het positie- en rapporteringssysteem L.O.G.I.S. Het zijn stuk voor stuk producten van het IJslandse concern Hampidjan, producent van onder meer de grootste visnetten ter wereld. Eén van de dochterbedrijven is DNG-Sjovelar, gespecialiseerd in jigging-technieken. Daarom werd in Blankenberge de bvba DNG Europe opgericht, voor de Europese markt. Marc Aspeslagh is voorlopig de enige werknemer. In 1997 zorgde hij voor 6 miljoen van de 180 miljoen frank omzet van DNG-Sjovelar. De producten van DNG-Sjovelar opteren voor een totaal andere visserijtechniek dan in België gebruikelijk is. "Niet de kwantiteit, maar de kwaliteit primeert," verklaart Marc Aspeslagh. "Belgische vissers werken bijna uitsluitend met netten. Maar zestig procent van die vangst is onbruikbaar. Bij de lijnvisserij van DNG-Sjovelar wordt alleen vis van topkwaliteit gevangen. Die komt levend boven." Ook ecologisch is de lijnvisserij waardevol. In tegenstelling tot netvangst wordt geen schade aangericht aan de zeebodem, en de organismen die er zich bevinden.De kleinere, maar hoogwaardige vangstcapaciteit drukt bovendien de investeringslast. Een volledig geïnstalleerde boot kost 10 miljoen frank. Een traditionele Eurokotter vergt echter een investering van 100 miljoen frank. Bovendien beperkt de volledig geautomatiseerde lijnvisserij de personeelslast. De bemanning bestaat uit drie mensen, tegen minimum zes voor de Eurokotter. Toch verliep de start van DNG Europe de voorbije twee jaar moeizaam. Het conservatieve milieu, en de volgens Marc Aspeslagh rigide wetgeving bemoeilijken de doorbraak. Bij vissers in België en Nederland primeert nog steeds de bulkvis; in de andere Europese landen staat kwaliteit voorop. Zestig procent van de omzet van DNG Europe wordt dan ook geëxporteerd. Voornamelijk naar Frankrijk en Groot-Brittannië.