Dat Wim Duisenberg géén president wordt van de Europese bank staat nu al vast. Weliswaar is ons vorige week plechtig verzekerd dat veertien van de vijftien lidstaten zijn kandidatuur ondersteunen, maar de Fransen zijn tegen. Dan gaat het feest niet door. De Fransen beroepen zich op een vertrouwelijke afspraak met de Duitsers dat zij de eerste bankpresident mogen leveren. Mogelijk betreft het een Frans verzinsel (ze hebben het geheim "zelf" uitgebracht) maar de bom heeft zijn werk gedaan. Een bankpresident waartegen de Fransen openlijk bezwaar maken, is in Europees verband vleugellam. Naar buiten toe kan Nederland weinig anders dan aan Duisenberg vasthouden, maar we mogen al blij zijn dat de eerste bankpresident een Belg of een Luxemburger wordt. Nog mooier zou een Duitser zijn.
...

Dat Wim Duisenberg géén president wordt van de Europese bank staat nu al vast. Weliswaar is ons vorige week plechtig verzekerd dat veertien van de vijftien lidstaten zijn kandidatuur ondersteunen, maar de Fransen zijn tegen. Dan gaat het feest niet door. De Fransen beroepen zich op een vertrouwelijke afspraak met de Duitsers dat zij de eerste bankpresident mogen leveren. Mogelijk betreft het een Frans verzinsel (ze hebben het geheim "zelf" uitgebracht) maar de bom heeft zijn werk gedaan. Een bankpresident waartegen de Fransen openlijk bezwaar maken, is in Europees verband vleugellam. Naar buiten toe kan Nederland weinig anders dan aan Duisenberg vasthouden, maar we mogen al blij zijn dat de eerste bankpresident een Belg of een Luxemburger wordt. Nog mooier zou een Duitser zijn. (Dirk-Jan Van Baar in de Volkskrant van 20 januari '97)De regeringen van de nationale staten, murw gemaakt door de beperkte manoeuvreerruimte van kleine en middelgrote economieën, spreken tegenwoordig in haast animistische termen over de wereldmarkt, een mytisch verscheurend beest dat zoet gehouden moet worden met dagelijkse werklozenoffers en waartegen politici niets kunnen ondernemen (of zelfs niet meer willen kunnen ondernemen). Gedachteloos wordt het nationale scenario overgeplant naar Europa. De betrekkelijke onmacht van de nationale staten wordt zonder enig serieus argument van toepassing verklaard op de Europese Unie. (...) De Europese Unie van de vijftien is goed voor meer dan 29 procent van de wereldproductie, en is daarmee de grootste economische macht in de wereld, ruim voor de Verenigde Staten (26 procent) en Japan (een bescheiden 17,5 procent). Een economische macht van een dergelijke omvang is niet gedwongen een angstige, marktconforme politiek te voeren. (S. Stuurman, hoogleraar Europese ontwikkelingsstudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, in NRC Handelsblad van 18 januari)Korea's nieuwe arbeidswetten zijn niet bedacht om de vlucht van arbeidsplaatsen naar het buitenland te stoppen ; met virtueel een volledige tewerkstelling is dit niet Korea's probleem. De veranderingen zijn nodig om de chaebol, Korea's grote conglomeraten, te verlossen van een strop : door de onmogelijkheid om personeel te ontslaan, waren ze genoodzaakt te diversifiëren naar activiteiten waarvan ze geen benul hadden, gewoon om het surplus aan arbeidskrachten op te vangen. Een vrijere arbeidsmarkt zou de chaebol de kans geven hun activiteiten te richten en productiviteit te verhogen. Kleinere ondernemingen zouden er ook voordeel uithalen. Tot nog toe hebben de conglomeraten de intelligentste werknemers naar zich toegehaald. ( Commentaar van The Economist op 18 januari '97) De globalisering legt de zwakheden van het land bloot. Ze mag niet het alibi worden dat de eigen verantwoordelijkheden maskeert en dat de aanpassingstermijnen schadelijk voor groei en tewerkstelling nog langer maakt. De internationale concurrentie vanuit de lagelonenlanden is niet de voornaamste oorzaak van de werkloosheid in bepaalde sectoren (...). Het verschrompelen van de tewerkstelling voor niet gekwalificeerde arbeiders heeft veel meer te maken met de technologische evolutie dan met de wereldhandel. Die laatste leidt niettemin tot lagere lonen voor de minst gekwalificeerde arbeiders ; wanneer minimumlonen en sociale bijdragen een ondergrens opleggen aan de vergoedingen, groeit de werkloosheid.De globalisering zet het systeem van sociale bescherming niet op de helling, maar drukt ons met de neus op het verschil tussen de omvang van de mogelijke sociale uitgaven en de omvang van de gewenste uitgaven. De internationale concurrentie legt aan de sociale uitgaven de limieten op die men niet kan overschrijden zonder de prijs van een toenemende werkloosheid te moeten betalen.De globalisering legt de zwakheden bloot van bepaalde industriële sectoren waarin de investeringen, het onderzoek, de productkwaliteit ontoereikend zijn. Ze laat ondernemingen toe te delokaliseren om te ontsnappen aan het te hoge niveau van de productiekosten. Het zijn de oorzaken van die ondraaglijke kosten die men moet bekritiseren, en niet de globalisering. Men kan maar beter daaraan remediëren dan door protectionisme een artificiële situatie in stand te houden.( De Franse ex-premier Raymond Barre in Le Monde van 16 januari)Uiteindelijk vindt een beurscultuur zijn weg in Duitsland en de rest van Europa. De sterkere dollar die de economische activiteit in het voordeel van Europa herverdeelt, de soepele monetaire politiek en het feit dat aandelen beter dan obligaties de Duitsers beschermen tegen de hogere inflatiecijfers die ze van de Bundesbank niet gewend zijn, voeden de opmars van aandelen. Er wordt niet alleen, naar het voorbeeld van de Angelsaksiche landen, van een shareholder value gesproken, er wordt ook naar gehandeld. In de financiële en ondernemingswereld groeit bovendien het besef dat toegang tot de kapitaalmarkten van vitaal belang is voor de toekomstige competitiviteit van de Europese ondernemingen. De internationale kapitaalmarkten eisen een behoorlijke return. Dit zette velen aan tot degelijk beheer en herstructureringen. Een toenemende vraag naar aandelen zal als ze komt komen van de groei van private pensioenfondsen. Tot nu toe oriënteerde de demografische ontwikkeling de overheden slechts beperkt naar het privatiseren van de pensioenen. Maar de grote privatisering is op komst en wanneer dat gebeurt betekent dit een stimulans voor de aandelen. ( Commentaar in de Financial Times van 18/19 januari)De voorbije jaren is de inflatie in nagenoeg alle ontwikkelde landen verdwenen. De trend van stabiele of zelfs dalende prijzen valt het meest op bij producten die thuishoren in de informatietechnologie : computers, telecomtoestellen enzovoort. Als je je de nieuwste computersnufjes vandaag niet kan veroorloven, wacht dan een paar weken. Je kan er immers zeker van zijn dat ze in die tijdsspanne goedkoper zijn geworden. De invloed van het informaticatijdperk gaat evenwel verder dan alleen maar prijsdalingen van de individuele toestellen : De ontwikkeling van de informatietechnologie stimuleert de wereldgroei. En daarom is het waarschijnlijk dat het informatietijdperk de wereldprijzen ook in de toekomst zal blijven bedwingen. ( Commentaar in The Independent, 14 januari) Uit Le Monde, 18 januari.