Men gaat ervanuit dat de werkeloosheid een Europees probleem is dat alleen kan worden verholpen op Europees niveau. Deze overtuiging wordt subtiel aangewend door de regeringen om hun gebrek aan actie te verdoezelen... Statistieken tonen opmerkelijke verschillen : in de afgelopen drie jaar steeg de tewerkstelling in Nederland met 1 % tegen 0,1 % in België. Zulke verschillen tussen twee buurlanden (beide beïnvloed door hun grote Duitse broer) bewijzen dat de nationale overheid zelfstandig een min of meer doeltreffende werkgelegenheidpolitiek kan nastreven (...). Arbeidskosten stegen veel minder vlug in Nederland dan in België. De Nederlanders stimuleerden ook nadrukkelijker deeltijdse arbeid. Zij liberaliseerden hun arbeidsmarkt. Dus, als nationale overheden echt willen vechten tegen de werkeloosheid, kunnen en moeten ze iets doen.
...

Men gaat ervanuit dat de werkeloosheid een Europees probleem is dat alleen kan worden verholpen op Europees niveau. Deze overtuiging wordt subtiel aangewend door de regeringen om hun gebrek aan actie te verdoezelen... Statistieken tonen opmerkelijke verschillen : in de afgelopen drie jaar steeg de tewerkstelling in Nederland met 1 % tegen 0,1 % in België. Zulke verschillen tussen twee buurlanden (beide beïnvloed door hun grote Duitse broer) bewijzen dat de nationale overheid zelfstandig een min of meer doeltreffende werkgelegenheidpolitiek kan nastreven (...). Arbeidskosten stegen veel minder vlug in Nederland dan in België. De Nederlanders stimuleerden ook nadrukkelijker deeltijdse arbeid. Zij liberaliseerden hun arbeidsmarkt. Dus, als nationale overheden echt willen vechten tegen de werkeloosheid, kunnen en moeten ze iets doen. (Jean-Claude Koeune, hoofdeconomist bij de BBL in The Wall Street Journal Europe, 22 juli)Hoe zou ik me kunnen verantwoorden tegenover de City, de industrie en het Britse volk als ik me nu zou terugtrekken uit het debat over het belangrijkste economische thema voor de komende vijftig jaar ? Wat zou er gebeuren als ik zo'n beslissing zou overlaten aan de andere Europeanen, zonder Britse input ? Nu uit het debat stappen, is onverantwoord. We hebben een absoluut recht om neen te zeggen tegen de eenheidsmunt. En als het ons nationaal belang niet dient, zúllen we neen zeggen tegen de EMU. Laat daarover geen twijfel bestaan. Maar als ik nu aan de andere Europeanen zou zeggen : ga maar van start, veel plezier ermee terwijl wij Britten aan de kant staan toe te kijken, zou dat niet geloofwaardig zijn. (De Britse premier John Major in The Times, 25 juli)De (Nederlandse) minister van Verkeer Annemarie Jorritsma verkeert in een unieke positie dat zij de haar toegemeten gelden niet op krijgt. Kritische toetsing is daardoor onvoldoende. Wie het eerst komt met een politiek haalbaar idee, maalt het eerst. De besluitvorming rond de Betuwelijn, de HSL-lijn en Schiphol bieden hiervan bizarre voorbeelden. Deze projecten zijn tot stand gekomen door een sterke politieke lobby. Zij werden niet gesteund door gunstige financiële berekeningen. (...) Met de grote projecten begeeft de staat zich op ondernemerspad, maar hij doet dat wel met andermans geld. Wie ziet toe op deze ondernemers ? Wie let op de risico's ? Het kabinet gaat plannen maken voor 105 miljard gulden, dat is zo'n 20.000 gulden per huishouden. Zouden huishoudens hun inkomen niet liever in een ander fonds beleggen ? Zou een voorzichtig man als Kok voor eigen risico willen investeren in een zo onzeker project als de Betuwelijn ? (Econoom Caster van Ewijk, Universiteit van Amsterdam, in De Volkskrant, 27 juni)Zeven op vijftien topeconomieën zullen in 2020 in Azië liggen, met China als nummer één, vóór de VS. Deze regio wordt de motor van de wereldeconomie. De Amerikaanse handel met Azië zal die met Europa overvleugelen. Maar daarmee is het oordeel over de geopolitieke oriëntatie van de VS verre van compleet. De inhoud van de economische betrekingen is een ander paar mouwen. De VS bouwden met Azië een stijgend handelsdeficit van 882 miljard dollar op tussen 1980 en 1993. Met Europa bedraagt dit slechts 10 miljard. Even belangrijk : de kwaliteit van de handel kan niet worden vergeleken. Amerika exporteert vooral gronstoffen naar Azië, terwijl de uitvoer naar Europa vooral hightech betreft. Handel met Azië leidt tot verlies, met Europa tot behoud van arbeidsplaatsen. Voor alles geldt tenslotte dat Europa de onontbeerlijke partner blijft voor de creatie van een wereldordening gebaseerd op vrijhandel. (Professor Karl Kaiser van de Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik, in Focus, 29 juli)Bedrijven onderdrukken arbeiders in ontwikkelingslanden niet door ze in dienst te nemen. Het succes van Taiwan en Korea heeft aangetoond dat exporteren naar wereldmarkten een verstandige strategie is voor economische groei. Daarenboven kunnen de productietechnieken en de organisatiekennis van buitenlandse investeerders een positief surplus-effect hebben op de rest van de economie. Maar multinationals kunnen zich niet veroorloven blind te zijn voor de condities waarin hun producten dus ook hun winsten worden gerealiseerd. Zoals de recente heisa tegen Kathie Lee Gifford aantoont, kunnen Amerikaanse consumenten soms zeer heftig reageren tegen producten uit zogenoemde " sweatshops". Bedrijven die afhankelijk zijn van leveranciers uit de derde wereld spiegelen zich best aan pioniers zoals Levi Strauss en Gap. Zij waken over de arbeidsomstandigheden om de ergste misbruiken te voorkomen. (Hoofdartikel uit Business Week, 29 juli)De geschiedenis van de economische sancties bevestigt de Aziatische visie die stelt dat op lange termijn constructieve afspraken betere resultaten afwerpen. Sancties en isolement hebben Saddam Hoessein niet toegeeflijker gemaakt en tientallen jaren VS-embargo tegen Cuba en Vietnam hebben weinig verbetering gebracht in het gedrag van de respectieve regeringen of het welzijn van hun getroffen bevolkingen. Landen daartegenover zoals Taiwan en Zuid-Korea, waarmee handel werd gedreven, kenden een gestage verbetering omdat hun bevolkingen gesofisticeerder en welvarender werden. Het valt moeilijk te bepleiten dat omwille van al zijn grofheid Birma vandaag wreder zou zijn dan Zuid-Korea in 1966. (Hoofdartikel in de Far Eastern Economic Review, 25 juli)Het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank broeden (tegen oktober) een plan uit om de schulden van de armste en de meest schuldplichtige ontwikkelingslanden te verlichten. De grondgedachte is dat arme landen nooit op hun benen kunnen staan omwille de steeds zwaardere schulden waarmee ze zitten. Dit is een verkeerde diagnose. Het probleem is het gevolg van hun rampzalig economisch beleid, een politiek die al te vaak werd uitgetekend of goedgekeurd door het IMF. Deze naties worden geplaagd door een bedrijfsvijandige omgeving. Vier principes liggen aan de basis van economische groei : betrouwbare financiën, lage belastingen, eigendomsrechten en geen bureaucratische inmenging bij het opstarten en het leiden van een bedrijf. (Columnist Steve Forbes in Forbes, 29 juli)