Behalve voor het alsmaar kleinere, maar wel alsmaar rijkere kransje gefortuneerden, ziet het dagelijks bestaan in de Verenigde Staten er somber, chaotisch en onrustbarend uit. Althans, dat oordeel overweegt na lectuur van Een deuk in de Amerikaans Droom (Van Halewyck, 327 blz., 19,95 euro) van Suzy Hendrikx, die de voorbije zes jaar VS-correspondent was voor de Vlaamse tv-omroep VTM. Zelfs werkenden sukkelen er steeds meer onder de armoedegrens met hun lagelonenjobs. Ondertussen jagen kredietmaatschappijen op argeloze consumenten, die de schulden hopeloos hoog opstapelen.
...

Behalve voor het alsmaar kleinere, maar wel alsmaar rijkere kransje gefortuneerden, ziet het dagelijks bestaan in de Verenigde Staten er somber, chaotisch en onrustbarend uit. Althans, dat oordeel overweegt na lectuur van Een deuk in de Amerikaans Droom (Van Halewyck, 327 blz., 19,95 euro) van Suzy Hendrikx, die de voorbije zes jaar VS-correspondent was voor de Vlaamse tv-omroep VTM. Zelfs werkenden sukkelen er steeds meer onder de armoedegrens met hun lagelonenjobs. Ondertussen jagen kredietmaatschappijen op argeloze consumenten, die de schulden hopeloos hoog opstapelen. Met de ziektezorg is het al even pover gesteld. De VS hebben de beste ziekenhuizen ter wereld, maar één op zeven Amerikanen heeft geen ziekteverzekering. Uit de vele drama's die daaruit ontstaan, pikt Hendrikx een schrijnend geval uit van een tienjarig kind dat sterft in een spoedafdeling, omdat de dokters het meisje daar niet mogen behandelen van de verzekering. De moeder wordt onthaald op een uitbrander, omdat ze niet eens de hulpdienst had mogen bellen. 25.000 dollar voor jaar kleuterklas. Met die schokkende voorbeelden lijkt het alsof Suzy Hendrikx voluit de sensatietoer opgaat of alleen appelleert aan emoties. Zij stoffeert haar relaas evenwel met cijfers en een analyse van de fenomenen die ze aansnijdt. Die combinatie van opzienbarende feiten en een verklarend kader vormt een proeve van puike journalistiek. De problemen krijgen een menselijk gelaat, terwijl de analyse verhindert dat alleen de anekdotiek overblijft. Ook de wapenwedloop van de doorsnee Amerikaan wordt kundig toegelicht. Dat onderzoek leidt onvermijdelijk naar schietpartijen in scholen. Zelfs lagere scholen voeren nu al controles uit of de leerlingen geen wapens dragen. Ondertussen is het onderwijspeil in vrije val. Een indicatie: op wiskunde scoren de Amerikaanse studenten slechter dan hun leeftijdgenoten in Litouwen. Ouders die het zich kunnen permitteren, sturen hun kinderen naar privé-scholen. Over het algemeen zijn die scholen degelijk, maar ook bijzonder duur. In New York wordt voor een jaartje kleuterklas al gauw 25.000 dollar neergeteld. Althans, als het kind aanvaard wordt, want er zijn lange wachtlijsten. Complot van Wall Street. In De ondergang van een wereldorde (Contact, 336 blz., 19,90 euro) laakt de Nederlandse hoogleraar Karel van Wolferen zowel de binnen- als buitenlandse politiek van president GeorgeBush. In 1989 brak de auteur (toen nog journalist) internationaal door met Japan - De onzichtbare drijfveren van een wereldmacht, waarin hij een Japans complot aanwees om de wereld economisch te beheersen. Ook in zijn nieuwe boek pakt hij uit met een samenzwering, nu met een monsterverbond tussen Amerikaanse neoconservatieven en industriële concerns. Dat ruikt verdacht veel naar een tirade tegen de macht die vanouds toegedicht wordt aan het militair-industrieel complex. Meer dan een donderpreek is Van Wolferens schijnbaar opzienbarende complot dan ook niet, al haalt hij wel enkele interessante punten aan. Zo wil hij aantonen dat enkele machtige Amerikaanse cenakels een economische toppositie verworven hebben dankzij de financiële acrobatie van Wall Street en niet dankzij innovatieve technologie of schrandere marketing. Hij wijst ook op nauwe banden tussen politici en oliebaronnen. Volgens Van Wolferen kunnen Bush en co hun model niet lang meer opleggen. Door hun onbesuisde en solitaire optreden vernietigen ze de wereldorde die ze willen handhaven. Gemakshalve moffelt Van Wolferen wel het trauma van de aanslagen van 11 september 2001 wat weg. Harvard-professor Michael Ignatieff geeft die aanslagen wel een cruciale plaats in Afgedwongen vrijheid (Roularta Books, 142 blz., 14,90 euro). In zijn nuchtere, beknopte analyse weegt hij de pro's en contra's af van de wijze waarop de VS elders de democratie willen opleggen. Het essay mondt uit in een waarschuwing: plaatselijke politieke gezagsdragers moeten het land besturen, geen marionetten. Ze hebben ook steun nodig. Anders dreigen de VS hun gezag kwijt te raken en geconfronteerd te worden met gefrustreerde volkeren. In Een probleem uit de hel (Contact, 701 blz., 39,90 euro) klaagt de Amerikaanse mensenrechtenactiviste Samantha Power de grootmacht juist aan dat hij niet voldoende tussenbeide kwam om volkerenmoorden te stoppen of te verhinderen. Uit naïviteit, onverschilligheid, maar nu en dan uit eigenbelang werden klokkenluiders of getuigen genegeerd. Ook bij de genocide in Rwanda kwamen de VS niet tussenbeide. Door een terugtrekking van de VN te steunen, gaf het Witte Huis de Belgen zelfs een politieke dekmantel om zich terug te trekken na de moord op de tien Belgische para's. Luc De DeckerAmerika vandaag: een tienjarig kind sterft in een spoedafdeling, omdat de dokters het meisje daar niet mogen behandelen van de verzekering.