Na lang wachten, is het nieuwe Koninklijk Besluit over de levensverzekeringen eindelijk een feit. Het betekent een flinke vooruitgang.
...

Na lang wachten, is het nieuwe Koninklijk Besluit over de levensverzekeringen eindelijk een feit. Het betekent een flinke vooruitgang. De verbeteringen van deze nieuwe wetgeving vallen hoofdzakelijk in drie categorieën uiteen. In de eerste plaats krijgen de verzekerden meer transparante informatie toegespeeld. Ten tweede worden nieuwe verzekeringsproducten voortaan goedgekeurd. En tot slot worden de Europese richtlijnen omgezet, waardoor de producten die door buitenlandse bedrijven worden verkocht in België, onze wetgeving moeten naleven. Dat houdt een betere bescherming van de verzekerde in, die op deze manier zeker weet dat hij informatie krijgt die identiek is aan de informatie die hij van een Belgische verzekeraar zou krijgen. Met één belangrijke uitzondering: de tarieven. Daarover mag de controleautoriteit van de buitenlandse verzekeraar nog altijd zijn zegje doen. Iedere reclame (brochure, tv-spot...) moet voortaan heel duidelijk vermelden dat de rendementen die in het verleden werden aangekondigd, in geen enkel opzicht een garantie voor de toekomst inhouden. In het recente verleden benadrukten verzekeringsmaatschappijen dat punt niet altijd even duidelijk. Tijdens de hoogtij-jaren van de beurs hebben sommige mensen die een levensverzekering gekoppeld aan een investeringsfonds (Tak 23) aangingen, zich laten misleiden. Ze dachten dat de resultaten uit het verleden ook voor de toekomst zouden gelden. Voortaan waarschuwt een verplichte vermelding de verzekerde heel duidelijk. De wetgever gaat nog veel verder. Hij voorziet in een hele reeks andere parameters over de informatie die de verzekeraar voortaan in zijn reclame moet verstrekken. Ten eerste moet, als er een rentevoet gegarandeerd wordt voor het onderschreven contract, de duur van deze garantie voortaan worden vermeld (een jaar, tien jaar enzovoort). Ten tweede moet de verzekeraar voor verzekeringsproducten op kortere termijn (zoals de verzekeringsbon) het reële rendement vermelden, rekening houdend met de ingehouden kosten. De verzekeraar mag ook het brutorendement vermelden, maar dan moet hij de ingehouden kosten heel duidelijk weergeven. Tot slot moet de verzekeraar, als het om Tak 23-producten gaat, de risicocategorie (hoog, middelhoog of laag risico), de benaming van het fonds en de investeringsplannen duidelijk vermelden. De reclame moet ook melding maken van het feit dat de verzekeringsnemer volledig het financiële risico van de transactie draagt. In het verleden werd zo'n vermelding niet altijd duidelijk aangegeven op eenvoudige reclamedocumenten. Ook in de informatie die vóór het sluiten van het contract moet worden verstrekt, is de verbetering merkbaar. Het soort van informatie dat de verzekerde vóór ondertekening van het contract moet krijgen, hangt af van het soort van verzekeringscontract dat hij aangaat. Voortaan wordt er een onderscheid gemaakt tussen verzekeringen die al dan niet een kapitaalgarantie op termijn aankondigen. Voor verzekeringen die een kapitaal op termijn garanderen (bijvoorbeeld de gemengde levensverzekering, die een kapitaal bij leven en een kapitaal bij overlijden garandeert op de vervaldag van het contract), moet de volgende informatie worden gegeven: de premies die de verzekerde moet betalen; de nalevingsvoorwaarden van de gegarandeerde rente: eventuele duur, voorwaarden om van de gegarandeerde rentevoet te genieten enzovoort; het bedrag van de gegarandeerde uitkeringen: kapitaal bij leven en bij overlijden; de tabel die de jaarlijkse evolutie van de afkoop weergeeft: als de verzekerde zijn contract wil afkopen (eigenlijk recupereert hij de premies die hij tot dan toe heeft betaald), moet de verzekeraar de afkoopwaarde duidelijk aangeven, rekening houdend met de uittredingskosten waarop hij recht heeft. Het leeuwendeel van de verzekeraars doet dat al; het reële rendement van de transactie: dat is het gegarandeerde rendement, rekening houdend met de kosten, maar niet met de winstdeelname en de fiscale voordelen. Het Koninklijk Besluit bepaalt echter niet hoe dat rendement moet worden berekend. Assuralia (de vroegere Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen) heeft daarom een standaardmethode voorgesteld die vergelijkbaar is tussen verzekeraars. Wij hebben goede hoop dat deze methode wordt overgenomen door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen ( CBFA); de kosten ten laste van de verzekeringsnemer in geval van ontbinding, afkoop of reductie (waarbij de verzekeringsnemer de betaling van zijn premies opschort en zijn garanties worden verminderd in verhouding tot de uitgevoerde betalingen) van het contract; de toekenningsvoorwaarden van de winstdeelname (bonus die wordt toegekend bovenop het verzekerde kapitaal): de verzekeraar moet het te storten minimum en/of het minimaal te verzekeren kapitaal aangeven om recht te hebben op een winstdeelname; het fiscale stelsel: de fiscale behandeling van de uitkering die betaald wordt op de vervaldag van het contract of bij afkoop, moet worden vermeld. Hierover adviseert Assuralia de verzekeraars echter om hun mededeling te nuanceren, omdat de fiscale wetgeving in de toekomst wellicht zal evolueren. Voor zulke contracten, zoals de formules van Universal Life waarbij de flexibiliteit van de stortingen het verzekerde eindkapitaal op termijn bepaalt, zijn sommige vermeldingen die we hierboven bespraken ook van toepassing: de toekenningsvoorwaarden voor de winstdeelname, de fiscale behandeling van de verzekerde kapitalen, de kosten in geval van afkoop en reductie enzovoort. Omdat dit soort van contract verkocht wordt met de focus op het jaarlijkse rendement, zal de verzekeraars gevraagd worden ook de volgende zaken te vermelden: het rendement als zodanig hoeft niet te worden vermeld, maar wel de elementen die het rendement samen vormen; de duur van de voorgestelde garantie (jaarlijks...); de tabel van de overlijdenspremies die van jaar tot jaar moeten worden betaald. Deze premies zijn des te belangrijker wanneer de verzekerde op leeftijd is; de verzekerde uitkeringen in geval van overlijden (en niet in geval van leven, aangezien geen enkele garantie is vermeld). Ook de jaarlijkse mededeling is behoorlijk verbeterd. Als er een uitkering op termijn gegarandeerd wordt, zijn de mededelingen vergelijkbaar met wat tot voor kort gangbaar was. De verzekeraar moet het bedrag van de premies meedelen die tijdens het jaar werden betaald, het bedrag van de betaalde vergoedingen ten gunste van de verzekerde, de afkoopwaarde die gedurende het jaar door het contract werd bereikt, het bedrag van de winstdeelname en de verhoging van de verzekerde bedragen na toekenning van de winstdeelname. Als er geen enkele uitkering op termijn gegarandeerd wordt, is er een specifiekere mededeling verplicht over de werkelijk toegepaste lasten in de loop van het voorbije boekjaar (zoals toetredingskosten) of van de gegarandeerde rentevoet over het voorbije jaar. Er zijn drie belangrijke veranderingen. 1. De kapitalisatieverrichtingen (Tak 26) zijn een eerste type van nieuwe verzekeringen. Dat zijn pure kapitalisatieproducten, die geen rekening houden met de levensverwachting van de verzekerde. De verzekerde betaalt een premie die gekapitaliseerd wordt tegen een rente die door de verzekeraar wordt vermeld. Toch kunnen deze producten niet worden voorgesteld in de vorm van contracten aan toonder. Een kapitalisatieverrichting is een product op naam dat berust op een verzekeringsnemer (hij die het contract onderschrijft), een verzekerde (op wie het verzekerde risico berust) en een begunstigde (hij die gemachtigd is het kapitaal te innen als het verzekerde risico plaatsvindt). 2. De levensverzekering gekoppeld aan investeringsfondsen (Tak 23) kan voortaan in een minimaal gegarandeerd rendement voorzien. Deze garantie kan worden gevormd door een kapitaalgarantie (de verzekerde heeft recht op 100 % van het geïnvesteerde kapitaal na vijf jaar enzovoort). De verzekeraar moet duidelijk vermelden dat deze garantie een kost voor rekening van het fonds betekent. Bovendien staat de verzekeringsmaatschappij niet in voor het in gebreke blijven van de financiële instelling waarbij de garantie werd genomen. De gevolgen zijn voor rekening van de koper van het verzekeringsproduct. Dat moet worden vermeld in de voorwaarden van het contract. 3. De afgezonderde fondsen (bepaalde activa kunnen worden afgezonderd van die van de verzekeringsmaatschappij en hebben een specifiek rendement) worden voortaan gereglementeerd. Voor dit soort van contracten krijgen de klanten een rendement uitgekeerd dat in rechtstreeks verband staat met het reële rendement van de overeenkomstige activa. Het contract moet duidelijk stipuleren dat de toekenning van een rendement onderschikt is aan de voorwaarde dat de overeenkomstige activa rendabel zijn. We zullen er hier drie noemen. 1. Als er een winstdeelname is voorzien, kan die voortaan niet meer voorwaardelijk zijn of, meer specifiek, gekoppeld aan de trouw van de verzekerde. De verzekeraar kan de toekenning van een winstdeelname voortaan niet meer koppelen aan de voorwaarde dat de verzekerde bijvoorbeeld tijdens een minimumaantal jaren gedekt blijft bij dezelfde verzekeraar. Zo'n verbod kent slechts één enkele uitzondering: als het contract gekoppeld is aan een hypotheek. De verzekeraar kan dan eisen dat de hypotheek eerst wordt afgelost alvorens een winstdeelname toe te kennen. In dat geval moet de verzekerde klant blijven tot aan de vervaldag van zijn lening. Algemeen genomen, zijn de verzekeraars evenwel nog steeds vrij om het toekennen van een winstdeelname aan de voorwaarde te koppelen van een minimaal te betalen premie en/of een minimaal te verzekeren kapitaal. Wat wel is uitgesloten, is de eis om aan bepaalde voorwaarden te voldoen als de winstdeelname eenmaal is toegekend. In het verleden kwam het wel voor dat de verzekeringsnemer 'verplicht' werd om klant te blijven tot het einde van het contract om het recht op de winstdeelneming te behouden. 2. De verzekeraar kan voor Tak 23-producten niet langer kosten afhouden door het aantal eenheden te verminderen. Eigenlijk heeft hij, als de verzekerde een levensverzekering aangaat die gekoppeld is aan een investeringsfonds, recht op een aantal eenheden, representatief voor het in het investeringsfonds gekochte aandeel. Vroeger bestond hierover de grootste onduidelijkheid, omdat de verzekeraar kosten afhield aan de hand van het aantal eenheden dat de verzekerde bezat. Dat is voortaan niet meer mogelijk: de verzekeraar is verplicht om de kosten expliciet op te vragen, zodat hij een stuk transparanter te werk moet gaan. 3. De verzekeraar heeft voortaan het recht om de verzekerde een financiële boete op te leggen als de verzekerde onder zijn contract uit wil. De verzekeraar legt natuurlijk een contractuele boete op. Maar hij eist soms ook een zogenaamde financiële boete, die afhankelijk is van de evolutie van de rentevoeten. Zo'n boete kan in de eerste acht jaar van het contract worden toegepast. l FISCAAL 87 Laurent FeinerVóór het afsluiten van een levensverzekering tegen een gegarandeerde rente, moet het reële rendement worden meegedeeld.