Hoe zwaar kan een grondstoffenkrach de financiële instellingen treffen? Ondanks een recente golf van lanceringen van fondsen blijft de hoeveelheid traditionele geldmiddelen die naar grondstoffen vloeit tamelijk klein. Barclay Capital schat dat 270 miljard dollar vastzit in beleggingsvehikels als 'indextrackers'. Dat is minder dan 1 % van de mondiale beurskapitalisatie. Slechts een kwart van dat volume is afkomstig van onberekenbare retailbeleggers, de rest wordt aangedragen door...

Hoe zwaar kan een grondstoffenkrach de financiële instellingen treffen? Ondanks een recente golf van lanceringen van fondsen blijft de hoeveelheid traditionele geldmiddelen die naar grondstoffen vloeit tamelijk klein. Barclay Capital schat dat 270 miljard dollar vastzit in beleggingsvehikels als 'indextrackers'. Dat is minder dan 1 % van de mondiale beurskapitalisatie. Slechts een kwart van dat volume is afkomstig van onberekenbare retailbeleggers, de rest wordt aangedragen door institutionelen zoals pensioenfondsen, die de beslissingen over hun effectenspreiding niet snel zullen terugdraaien. Moeilijker is het om sereen te kijken naar de alternatieve investeerders en investeringsbanken. Toegegeven, de activa die beheerd worden door gespe-cialiseerde grondstoffenhedgefondsen blijven vrij beperkt: 70 miljard dollar volgens de beleggingsadviesfirma Cole Partners. De exposure van die fondsen kan evenwel toenemen als ook hun leninggehalte wordt ingecalculeerd. En bijna elk groot speculatief fonds of grote investeringsbank heeft tegenwoordig een eigen grondstoffenafdeling. Twee maatstaven wijzen op de toenemende grootschaligheid van die activiteit. Ten eerste is er de omvang van het risico dat door investeringsbanken genomen wordt en dat een afspiegeling vormt van het hele systeem. Credit Suisse schat dat in negen grote investeringsbanken de totale value-at-risk, of het verlies dat ze naar schatting maximaal zouden kunnen lijden op één dag, sinds 2002 vervijfvoudigde tot ongeveer 360 miljoen dollar (zie grafiek Groter risico voor inversteringsbanken). Dat komt overeen met een kwart van het totale risico dat ze nemen. De tweede maatstaf is afkomstig van de Bank for International Settlements, de bank van de centrale banken, die voorrekent dat de nominale waarde van de uitstaande over-the-countergrondstoffenderivaten 9 biljoen dollar bedraagt en dat het aantal uitstaande contracten verzesvoudigde in twee jaar tijd. Als we mogen afgaan op de ellendige ervaring met de kredietderivaten, weet niemand precies hoeveel risico er rondwaart, maar de getallen zijn wel groot genoeg om een massa potentiële financiële gebreken te dekken. Anders dan in de voorgaande cycli zijn grondstoffen en financiële instellingen tegenwoordig nauw met elkaar verweven. Een terugval van de prijzen zou beslist slachtoffers maken onder de hedgefondsen en mogelijk ook onder de investeringsbanken. © The Economist