" Ik ben onlangs 60 geworden, maar daar denk ik nooit aan. Leeftijd telt niet voor een ondernemer", zegt Mark Vaeck. De in Mechelen geboren en getogen topman van Complix startte zijn rijkgevulde loopbaan bij het legendarische Plant Genetic Systems (PGS), de bakermat van de gentechnologie in de planten- en landbouwsector, dat nu als cruciaal deel van de gewasbeschermingsdivisie van Bayer voortleeft. Later trok hij in het zog van Walter De Logi, ooit topman bij PGS, naar de VS om er samen met de vorig jaar overleden De Logi te timmeren aan het Californische biotechbedrijf Ceres. Vaeck tekende er onder meer voor een zeer lucratieve deal van Ceres met Monsanto. En voor hij in 2010 overstapte naar Complix, was Vaeck ook CEO van twee andere Vlaamse biotechparels, Ablynx en ActoGeniX.
...

" Ik ben onlangs 60 geworden, maar daar denk ik nooit aan. Leeftijd telt niet voor een ondernemer", zegt Mark Vaeck. De in Mechelen geboren en getogen topman van Complix startte zijn rijkgevulde loopbaan bij het legendarische Plant Genetic Systems (PGS), de bakermat van de gentechnologie in de planten- en landbouwsector, dat nu als cruciaal deel van de gewasbeschermingsdivisie van Bayer voortleeft. Later trok hij in het zog van Walter De Logi, ooit topman bij PGS, naar de VS om er samen met de vorig jaar overleden De Logi te timmeren aan het Californische biotechbedrijf Ceres. Vaeck tekende er onder meer voor een zeer lucratieve deal van Ceres met Monsanto. En voor hij in 2010 overstapte naar Complix, was Vaeck ook CEO van twee andere Vlaamse biotechparels, Ablynx en ActoGeniX. "Mark heeft een grote staat van dienst in de Vlaamse biotech", zegt Johan Cardoen, de CEO van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, waaruit Ablynx en ActoGeniX zijn gegroeid. "Hij is absoluut geen tafelspringer en is een CEO die zich liever op de achtergrond houdt, maar hij straalt degelijkheid uit en heeft zijn enorme ervaring altijd ten dienste gesteld van de sector", aldus Cardoen, die Vaeck al kent van bij PGS. Dat Vaeck ActoGeniX in 2010 inruilde voor het twee jaar eerder opgerichte Complix, viel niet overal in goede aarde, al ging Vaeck daarmee in op de vraag van de investeerders van het eerste uur in Complix, waaronder de Limburgse investeringsmaatschappij LRM. Ruim vijf jaar later heeft Complix, dat medicijnen voor kanker en auto-immuunziektes ontwikkelt op basis van zogenoemde synthetische alphabody's, twee kapitaalrondes achter de rug en haalde het onlangs een eerste kapitaalkrachtige partner aan boord. Het Amerikaanse Merck legt tot 260 miljoen euro op tafel, los van mogelijke royalty's als een alphabody-medicijn op de markt zou geraken." MARK VAECK. "Wij hebben honderden ziektedoelwitten en de deal met Merck is beperkt tot twee daarvan. Als CEO moet je altijd zorgen dat je je opties niet beperkt. De potentiële waarde van de technologie hebben we niet uitverkocht. Een brede deal voor kanker zou ik nooit gedaan hebben, want dan hypothekeer je je toekomst. En ook een deal met een ander bedrijf zal beperkt zijn. We zijn niet gehaast om nog zo'n deal te sluiten. We moeten het allemaal nog kunnen managen en verwerken. Het echte werk begint nu pas." VAECK. "Dat kan je nooit uitsluiten. Maar wij gaan dit jaar zeker eerst nog een private financieringsronde doen. En die zal alleszins groter zijn dan die 12 miljoen euro van de vorige ronde. De bestaande aandeelhouders volgen, en we breiden het syndicaat uit, liefst met internationale investeerders. Het beursklimaat is nu net iets minder en kan nog een hobbelig parcours kennen. Het is ook niet goed om te snel naar de beurs te gaan. Als publiek bedrijf moet je een nieuwsstroom hebben die dat kan volgen." VAECK. "Ja, maar het is niet de gemakkelijkste. We hebben in de eerste twee rondes 20 miljoen opgehaald, maar als je therapeutische medicijnen ontwikkelt, heb je enorme bedragen nodig. En je kan moeilijk via een durfkapitaalronde in Europa die 40 à 50 miljoen euro ophalen die nodig zijn om echt vooruit te geraken. Dan is de beurs wel de oplossing." VAECK. "Of een product een commer-cieel succes wordt, is altijd onzeker. In onze business heb je verschillende niveaus van risico. De eerste is of de technologie gaat werken of niet. Daar zijn wij al voorbij. Ze werkt. Maar er zijn tijdens de ontwikkeling zoveel obstakels die ertoe kunnen leiden dat het product faalt. En als je erin slaagt de rechten te houden tot het einde, capteer je 100 procent van de waarde en dat is wat bedrijven als Amgen, Genentech, Biogen of Gilead grootgemaakt heeft." VAECK. "Niet onmogelijk, maar enorm uitdagend. Dertig jaar geleden wist niemand dat Genentech of Amgen zo zouden groeien. Intussen zijn er wel duizenden anderen failliet gegaan of opgeslokt. Bovendien is toegang tot kapitaal hier een stuk moeilijker dan in de VS. Er is ook minder expertise onder investeerders. Daarom dat een bedrijf als Galapagos naar de Amerikaanse beurs trekt. Als je de ambitie koestert een Amgen-achtig model te volgen, is het bijna noodzakelijk om te verhuizen naar de VS." VAECK. "Er is ook niets mis met een acquisitie. Je hebt waarde gecreëerd voor de aandeelhouders en de mensen blijven voortwerken. ActoGenix zit hier nog altijd in dit gebouw (de bio-incubator van het Technologiepark van Gent-Zwijnaarde, nvdr). Die mensen werken onder een andere naam verder, met meer middelen en mogelijkheden." VAECK. "Ik vertrek inderdaad relatief snel, maar dat is niet bewust zo. Mocht ik mezelf kunnen klonen, zou ik het zeker doen. Ik zie bijna dagelijks of wekelijks opportuniteiten passeren. Als ondernemer word je daardoor geïntrigeerd, je wil van alles doen. Complix is een typisch voorbeeld. Ik heb mee aan de wieg gestaan van dit bedrijf, waar ik eerst niet kon instappen omdat ik nog volop met ActoGenix bezig was. Ik heb daar een goede opvolger gevonden en heb op vraag van de investeerders de overstap naar Complix gemaakt. Dat zijn moeilijke keuzes, maar het was noodzakelijk om Complix van de grond te krijgen. Ik verander uit noodzaak." VAECK. "Je kan zeker zeggen dat de rol van de start-up-CEO, een bedrijf van nul opbouwen, een beetje mijn niche is geworden. En van dat soort zijn er heel weinig in Europa. We hebben een tekort aan ondernemers, en vooral start-up-ondernemers. Je hebt dat profiel nodig om een industrie als biotech te doen groeien. Ik heb het geluk gehad mijn carrière te kunnen beginnen bij PGS. Wij werden daar als jonge mensen gestimuleerd initiatief te nemen. Veel ex-PGS-mensen zijn nu ondernemers en CEO's in de biotechindustrie." VAECK. "Van mijn fundamentele keuzes heb ik nooit spijt gehad. Ik kan het ook niet mooier bedenken. Mijn carrière is parallel met de geschiedenis van de biotechindustrie geëvolueerd. Ik ben in 1983 begonnen bij PGS, het allereerste Vlaamse biotechbedrijf. Daarna deel uitmaken van de enorme evolutie van deze sector, is fantastisch. En ik heb zowel in Europa als in de VS kunnen werken." VAECK. "Terugkomen naar België. De VS zijn een bruisend land en een geweldige regio voor biotech. We hadden het daar zowel persoonlijk als professioneel enorm naar onze zin. Maar toen was hier de opportuniteit om Ablynx op te starten. De zogenoemde nanobody-technologie van Ablynx is ook ontstaan in het labo waar ik mijn doctoraat heb gedaan. Ik had een grote affiniteit met dat project." VAECK. "Ik zie twee beperkingen. Eén is de toegang tot kapitaal. In Europa is er veel minder risicokapitaal dan twintig jaar geleden. Het aantal pure durfkapitaalfirma's is helaas gedaald in Europa, terwijl het geboomd is in de VS. Dus in die zin dreigt de kloof met de VS zelfs nog groter te worden. De tweede beperking is inderdaad de mentaliteit. Amerikanen zien altijd een kans, Europeanen zien altijd het probleem, de risico's. ThromboGenics is daarvan een goed voorbeeld. Plots heeft niemand nog oog voor de positieve aspecten in zo'n bedrijf. In de VS gaan de mensen ook meer uitpakken met hun verwezenlijkingen omdat het meer wordt geapprecieerd. Je hebt er minder jaloezie dan in Europa. Dat zit ingebakken in onze opvoeding en onze mentaliteit. Al heb ik zelf die mentaliteit niet. Ik ben geen zwartkijker." VAECK. "Het wordt stilaan mijn fin de carrière (lacht). Dit is waarschijnlijk het laatste bedrijf waar ik voltijds CEO ben. Ik sluit niet uit dat ik nog andere initiatieven neem, bijvoorbeeld als businessangel." Bert Lauwers, fotografie Thomas Sweertvaegher"De rol van de start-up-CEO, een bedrijf van nul opbouwen, is mijn niche geworden" "Toegang tot kapitaal is hier een stuk moeilijker dan in de VS. Er is ook minder expertise onder investeerders"