In 2003 lanceerde Tim O'Reilly, een uitgever uit de omgeving van de baai van San Francisco, de term Web 2.0 als een strijdkreet voor een vallei die een diepe inzinking doormaakte. Silicon Valley gaf zich eind jaren negentig op een epische schaal over aan excessen en hypes. En, oh ironie, nu zien we dat dezelfde vallei zich opnieuw wentelt in dezelfde soort excessen en hypes, maar dan onder de banier van Web 2.0. Wat de term ook mag betekend hebben in 2003 - in essentie ging het om meer dynamische webpagina's - op dit ogenblik is er niet veel dat hij niet betekent. Heeft het te maken met 'door gebruikers gegenereerde content'? Dan moet het wel Web 2.0 zijn. Als het 'collectieve kennis bundelt', is het Web 2.0. Staat het woord 'sociaal' in het businessplan? Web 2.0!
...

In 2003 lanceerde Tim O'Reilly, een uitgever uit de omgeving van de baai van San Francisco, de term Web 2.0 als een strijdkreet voor een vallei die een diepe inzinking doormaakte. Silicon Valley gaf zich eind jaren negentig op een epische schaal over aan excessen en hypes. En, oh ironie, nu zien we dat dezelfde vallei zich opnieuw wentelt in dezelfde soort excessen en hypes, maar dan onder de banier van Web 2.0. Wat de term ook mag betekend hebben in 2003 - in essentie ging het om meer dynamische webpagina's - op dit ogenblik is er niet veel dat hij niet betekent. Heeft het te maken met 'door gebruikers gegenereerde content'? Dan moet het wel Web 2.0 zijn. Als het 'collectieve kennis bundelt', is het Web 2.0. Staat het woord 'sociaal' in het businessplan? Web 2.0! Op de drempel van 2007 zijn er volgens sommige schattingen meer dan 400 sites voor sociale interactie, die allemaal pogen om de volgende MySpace te worden. Ook zijn er meer dan 200 videowebsites, die allemaal ambiëren om de volgende YouTube te worden. En dan zijn er nog meer dan 300 sites voor sociale 'bladwijzers' en honderden 'metasites' die andere sites 'aggregeren' door lijsten van hyperlinks te spuien. Al die online-ondernemers beweren geld te willen verdienen met 'advertenties'. In werkelijkheid hopen de meesten onder hen dat ze zichzelf kunnen verkopen aan Google, Yahoo!, News Corporation of de andere 'nieuwe' of 'oude' mediagiganten, lang voor ze een of ander inkomensmodel moeten voorleggen. Er is ook een filosofisch kantje aan de ironie. Silicon Valley houdt er een strikt libertaire en individualistisch ethos op na. Maar nu bekent een groot deel van die ruige individualisten zich onder de vlag van Web 2.0 tot een nieuw soort van collectivistisch geloof: de hive mind of het collectief bewustzijn dat zogezegd oprijst uit al de synapsen (d.w.z. hyperlinks) van dit opkomende nieuwe web. Of zoals Jaron Lanier, de meest vooraanstaande rustverstoorder van de vallei, het omschrijft: het is alsof de libertariërs van de technologie ongewild 'digitale maoïsten' geworden zijn. Wikipedia, een fenomenaal succesverhaal van intellectueel collectivisme in encyclopedische kennis, wordt voorgehouden als hét model voor de 'bevrijding' van het menselijk denken. Verwacht wordt dat boeken, eens ze gedigitaliseerd en gehyperlinkt zijn, zullen versmelten in één wereldbrein. In 2007 zal er een eind komen aan die nonsens en hij zal dan veel minder zijdelingse schade veroorzaakt hebben dan de dotcomflop ooit deed. De vorige zeepbel spatte uiteen op Wall Street, en dus ook in de huiskamer, omdat gewone investeerders hun spaargeld in dotcoms gestoken hadden. Deze keer gaat het echter om een zeepbel die gedragen wordt door privékapitaal en die zal leeglopen zonder de kleine beleggers pijn te doen. Deze keer zullen de utopische en dystopische overdrijvingen van Silicon Valley grotendeels binnen de vallei blijven. Intussen zal de rest van de wereld gebruik beginnen te maken van die nieuwe media, naarmate die eenvoudiger en alomtegenwoordig worden, net zoals e-mail pas eenvoudig en alomtegenwoordig werd vanaf het ogenblik dat Hotmail daarvoor zorgde in 1997. Geleidelijk zullen die technologisch bescheiden mensen minder tijd gaan besteden met vegeteren voor de buis en zullen ze op hun iPods en andere schermen naar believen genieten van ontspanning die ze zelf gekozen hebben. Ze zullen ook participeren als ontwerpers. Steeds meer liefhebbende ouders zullen mediacontent - babyfoto's en -video's - produceren en uploaden naar het web, waar steeds meer verrukte grootouders een micropubliek zullen vormen om die content, die voor hen de beste zal lijken die ooit gemaakt is, te consumeren. Steeds meer amateurs zullen erin slagen om voor zichzelf een naam te maken met hun creativiteit op het web en zullen dan maar al te graag aangeworven worden door een mediabedrijf om op de ouderwetse manier de kost te verdienen als professionals. Andere amateurs zullen erachter komen dat de productie van goede content dan toch veel tijd en investeringen vergt en zullen andere levenspaden gaan bewandelen. Net zoals de pc en andere zaken uit Silicon Valley, zal Web 2.0 veel minder, maar paradoxaal genoeg ook veel meer, veranderen dan de vallei zich inbeeldt. De auteur is correspondent van The Economist voor de Amerikaanse Westkust. Andreas Kluth