Antwerpen 2010. De traditie van Antwerpen als diamantstad wordt vooral in de toeristenbranche levend gehouden. Buitenlandse gasten bezoeken nog de showroomindustrie van een paar gerenommeerde diamanthuizen als Rosy Blue , Eurostar , Pluczenik en Star Diamonds . Onlangs werden de vier diamantbeurzen door het stadsbestuur gerenoveerd. Maar men zit verveeld met de hoge leegstand in zowat 25 kantoorgebouwen van de Schupstraat, Hoveniersstraat en Rijfstraat. De verkankering in de vroegere diamantwijk bij het Centraal Station was eind jaren negentig begonnen met de aftakeling van de Pelikaanstraat. Toch ging de neergang verrassend sneller dan algemeen verwacht. Toen Antwerpen in 2001 als diamantcentrum de eerste schokken van de crisis te verwerken kreeg, stond de sector nog voor 30.000 arbeidsplaatsen (horeca en aan de diamanthandel verwante dienstenactiviteiten inbegrepen). Diamant in Antwerpen was in 2001 nog goed voor 7% van de Belgische uitvoer en een jaaromzet van meer dan 26 miljard euro aan ruwe en geslepen diamant. In 2010 is dat nog nauwelijks 10 miljard.
...

Antwerpen 2010. De traditie van Antwerpen als diamantstad wordt vooral in de toeristenbranche levend gehouden. Buitenlandse gasten bezoeken nog de showroomindustrie van een paar gerenommeerde diamanthuizen als Rosy Blue , Eurostar , Pluczenik en Star Diamonds . Onlangs werden de vier diamantbeurzen door het stadsbestuur gerenoveerd. Maar men zit verveeld met de hoge leegstand in zowat 25 kantoorgebouwen van de Schupstraat, Hoveniersstraat en Rijfstraat. De verkankering in de vroegere diamantwijk bij het Centraal Station was eind jaren negentig begonnen met de aftakeling van de Pelikaanstraat. Toch ging de neergang verrassend sneller dan algemeen verwacht. Toen Antwerpen in 2001 als diamantcentrum de eerste schokken van de crisis te verwerken kreeg, stond de sector nog voor 30.000 arbeidsplaatsen (horeca en aan de diamanthandel verwante dienstenactiviteiten inbegrepen). Diamant in Antwerpen was in 2001 nog goed voor 7% van de Belgische uitvoer en een jaaromzet van meer dan 26 miljard euro aan ruwe en geslepen diamant. In 2010 is dat nog nauwelijks 10 miljard.Deze vooruitblik in de toekomst leest als een reportage over Amsterdam vandaag. "Gek dat Amerikaanse juweliers zeventig jaar na de teloorgang van Amsterdam die stad nog altijd met diamant associëren. Niet Antwerpen," mijmert een bankier terwijl hij de goudgele winkelcontainers met goedkope juwelen in de Pelikaanstraat aanwijst. "Zolang dit voor de consument het uitstalraam is van de Antwerpse diamant, kan je vragen stellen bij de uitstraling van Antwerpen als wereldcentrum voor diamant. Waarom zien we op de Meir geen flamboyante sieradentempels van Cartier, Graff of Winston?" Enkele deuren verderop vallen spontaan dezelfde prestigieuze namen bij een diamantfabrikant. Hij bezocht vorige maand de Antiekbeurs van Maastricht, waar ook topjuwelen schitterden. "Cartier, Graff, Winston laten die dure stenen in Antwerpen bewerken," zegt André, die anoniem wenst te blijven. In het pand daarnaast raakt de Indiër Ashok een pijnpunt aan. "In de hele diamantketen ligt de toegevoegde waarde meer dan ooit bij juweeldiamanten als eindproduct. Place Vendôme in Parijs, de klassezaken van Milaan, merkenhorloges in Genève of Fifth Avenue - waar past Antwerpen in dat rijtje? Nergens toch?" Bram Fischler, voorzitter van de Wereldfederatie voor Diamantbeurzen, is een van de weinige gesprekspartners in de diamantwijk die met naam genoemd wil worden en luidop zegt wat anderen fluisteren: "Diamant heeft hier bijna honderd jaar rustig voortgeboerd, zonder dat strategisch denken nodig was. De steentjes kwamen en gingen vanzelf. Antwerpen was de onbetwiste nummer één. Tegenwoordig leven twee miljoen mensen in de wereld van de diamant. Er zijn 37 productielanden en 22 beurzen die alles geleerd hebben van Antwerpen. Als we blijven ruziën, verliezen we gegarandeerd onze centrale functie," klinkt het bitter. Antwerpen is de draaischijf voor 80% van de wereldhandel in ruwe diamanten van sieraadkwaliteit, en 50% van de geslepen steentjes op doorreis naar de juweliers wordt hier verhandeld.Een aardverschuivingBestuursvergaderingen van de Hoge Raad voor Diamant ( HRD) glijden af tot ordinaire caféruzies. In 1973 werd de HRD als coördinatieorgaan opgericht om de strategische koers uit te zetten in overleg met de diverse gelederen: de ruwhandel, de handelaars in geslepen diamant, de diamantbewerkers, vakbonden, diamantbeurzen en -bankiers. "Ondanks meningsverschillen sloten handel en nijverheid vroeger de rangen. Nu deinzen ze er niet voor terug elkaar een dolk in de rug te steken," zegt Myriam Dillen van de vakbond ACV. "Ze hebben het steeds moeilijker om te overleven," zo verklaart ze de verzuring. Kleine brutomarges op ruwe diamant en aanhoudend vlakke prijzen met nauwelijks hogere winstmarges voor geslepen diamant doen de Antwerpse diamantairs 2 miljard euro aan bankschulden torsen (ook concurrerende centra als Tel Aviv, Bombay en New York zitten op schuldenbergen). De diamantbanken zijn niet langer geneigd grote voorraden te financieren. De pijplijn (het parcours van een diamant vanuit de mijn tot in de juwelierszaak) moet eerst leeg en daarmee staan de bankiers op eenzelfde lijn als het diamantconcern De Beers. De Beers: weldoener en boosdoenerDe Beers was lang de weldoener én de boosdoener van Antwerpen. Decennialang regelde De Beers naar believen de toevoerkraan van ruwe diamant op de grootste aanbodmarkt in de wereld, maar de Zuid-Afrikaanse reus verhinderde tegelijk dat de zogenaamde outside market (ruw dat niet afkomstig was uit De Beers' exclusieve contracten met productielanden) zich volwaardig kon ontwikkelen. Via zijn zichthouders (geprivilegieerde ruwkopers) en vernuftige terugkooptrucs domineerde De Beers de prijsvorming in de Antwerpse ruwmarkt. Sinds De Beers-topman Garry Ralfe in juli 2000 verkondigde: " The free ride is over" en het roer radicaal omgooide, is de ruwtoevoer in Antwerpen via De Beers-toezichthouders geslonken van 60% tot 32% in 2001. De Beers' nieuwe supplier of choice-strategie veroorzaakt een aardverschuiving in de wereldhandelsstromen voor diamant en ontreddering bij kleinere handelaars. Het concern sloot onlangs Lens Diamonds Industries, zijn diamantzagerij in Berlaar, en verkocht zijn belang van 15% in de Antwerpse Diamant Bank. "Buigen voor de zonnekoning zal alleen nog voor de allergrootsten zijn weggelegd," voorspelt Ashok. De Indiër, die in de jaren zeventig klein begon in de Schupstraat en nu met zijn landgenoten (al dan niet tot Belg genaturaliseerd) iets meer dan de helft van de handel in de Scheldestad beheerst, ziet De Beers in de toekomst alleen scheep gaan met diamantairs die alle schakels van de diamantketen bespelen en meer toegevoegde waarde genereren om de dure marketing van de diamantverkoop te bekostigen: "Dat zullen enkele grote spelers zijn die schaalvoordelen kunnen realiseren in elke fase: de ruwhandel, het slijpen en de verkoop van geslepen steentjes, tot en met de afwerking van het eindproduct in nauw overleg met de juwelierszaken," beklemtoont Ashok (zie kader: De domheid van Antwerpen). 'Verticaal geïntegreerde, internationale netwerken' is een begrip dat tot twee jaar geleden bij geen enkele diamantair zou zijn opgekomen. Sindsdien is de hele diamantpijp ondersteboven gekeerd. Decennialang werd de marktvraag gestuurd vanuit de beschikbaarheid van ruwe steentjes, nu wordt het hele proces aangedreven door de consument, de designers en de juwelenindustrie. "Zij die het best aan de strenge criteria voor diamantjuwelen kunnen voldoen, zijn grootindustriële fabrieken met grote volumes en een breed gamma aan diamantvariëteiten. Met daarbij nog een directe lijn naar de distributiecentra en de juweliers," schetst een bankier.In die context liggen de kaarten volgens Ashok vrij eenvoudig: "De concurrentie tussen almaar meer nieuwe distributiecentra zal toenemen. Zolang Antwerpen de beste troeven behoudt, zullen de belangrijkste spelers er ook hun hoofdkwartier behouden. Zoniet blijft het, in het beste geval, slechts het distributiecentrum voor de Europese markt of nog maar 12% van de wereldmarkt voor diamantjuwelen."Zoals Ashok, verwacht de bankier dat geslepen diamant (omzet in Antwerpen in 2001: 12,6 miljard euro) op termijn niet noodzakelijk via Antwerpen naar de juweliers zal stromen. "Waarom die omweg als je de geslepen steentjes via je eigen wereldwijde netwerk vanuit China, Vietnam, Sri Lanka of India rechtstreeks naar de eindverbruiker in Milaan, New York of Tokio kunt versturen?" Maar ook de ruwtoevoer zal vroeg of laat onder druk komen, omdat de productielanden streven naar meer lokale toegevoegde waarde. Rusland bijvoorbeeld produceert de meest loepzuivere stenen en probeert steeds meer een onafhankelijke koers te varen. Ook de Canadese mijnen ontwikkelen zich, tegen de verwachtingen in, in hoog tempo.Verliest Antwerpen zijn glans?Ashok vindt Antwerpen een ideale stek, maar zoon Surin vertoeft steeds vaker in Hongkong en Sjanghai. Momenteel prospecteert hij opkomende distributiecentra als Singapore en Vancouver - potentiële alternatieven voor Antwerpen? " There is always a threat," reageert Venkat, een collega van Ashok. "India zelf niet. Bombay concurreert al 35 jaar met Antwerpen, maar ze koesteren daar te graag de bureaucratie." Dubai beschouwt hij evenmin als een bedreiging. En zolang het Midden-Oosten een kruitvat blijft, lukt het Tel Aviv niet om zich, ondanks zware overheidssteun en nauwelijks verholen ambities, als een ernstig alternatief op te werpen. "Al kan alles snel veranderen en dan zou Antwerpen wel eens met een kater kunnen ontwaken." Venkat en Ashok voelen zich thuis in de Scheldestad. Pluspunten zijn het woon- en businessklimaat, uitzonderlijk efficiënte bank- en verzekeringsdiensten, een logistieke infrastructuur die steentjes veilig binnen 24 uur naar de andere kant van de wereld brengt, meertaligheid en internationale scholen voor hun kinderen. Voeg daarbij een nultarief voor BTW en een lage forfaitaire belasting op de omzet. Ze zien ook geen graten in strengere reguleringen dan in andere diamantcentra. "Wat schijnbaar een nadeel is, is een voordeel en vergemakkelijkt de zaken. Eigenlijk verkiest iedereen duidelijke spelregels en goed afgebakende krijtlijnen. But don't push too much. Antwerpen mag zijn ongeëvenaarde troeven niet lichtvaardig verkwanselen. Gemeenschappen die zich elders de kop inslaan, doen hier zaakjes met mekaar. Maar de wereld verandert snel. Vooral de diamantbusiness," beklemtoont Venkat. Terloops klaagt hij de trage juridische molen als een minpunt voor Antwerpen aan. There is always a threat. Vooral de jongere, kosmopolitische generatie met dure diploma's van Amerikaanse privé-scholen op zak heeft geen emotionele band met Antwerpen. "Waarom zouden we niet gedijen in hippe plaatsen als Vancouver of Sjanghai? Beide centra kunnen de troeven van Antwerpen uitbouwen en liggen op de drempel van de belangrijkste kopersmarkten, Noord-Amerika en het Verre Oosten." Bovendien heeft Sjanghai een naarstige en onuitputtelijke arbeidsreserve en verwacht Surin dat de Aziatische markten voor sieraaddiamant snel verdubbelen en zelfs verzesvoudigen.Venkat en Ashok behoren nog tot een generatie die "België dankbaar is voor de gekregen kansen." Ook Bram Fischler, die op verzoek van de regering- Van Zeeland na de Tweede Wereldoorlog uit Cuba terugkeerde om de Antwerpse diamant weer in de steigers te zetten, heeft een sterke band met de Scheldestad. "Ik zal blijven vechten voor mijn mensen," zegt hij vaderlijk. André, de Kempense diamantfabrikant die nog een veertigtal slijpers tewerkstelt, is van hetzelfde type met het hart op de tong. Met Fischler is hij ervan overtuigd dat Antwerpen niet zal standhouden als het aantal diamantslijpers verder daalt. "Zelfs New York, met nochtans de grootste afzetmarkt bij de deur, verloor zijn aantrekkingskracht zodra de industrie er afbrokkelde," waarschuwt Bram Fischler. Een reddingsboei voor de sectorDe jongere generatie heeft andere waarden. Surin klampt zich niet vast aan Antwerpen, Karl, de zoon van André, laat het Antwerpse steentje helemaal los. Hij stapt uit het vak en kiest voor een bescheiden inkomen als loontrekker. "Waarom zou de jeugd zich aangetrokken voelen tot een beroep dat weinig werkzekerheid biedt? In verouderde ateliers, met relatief lage lonen en in een sector waar marginale verschijnselen als conflictdiamanten of een paar financiële schandalen in de media breed uitgesmeerd worden alsof de hele branche een roversnest is," mijmert Ward Denckens, voorzitter van het Syndicaat der Belgische Diamantnijverheid. Denckens is een voorvechter van het Sociaal Plan voor de sector, waarbij de zowat 1500 diamanthandelaars in Antwerpen via een heffing van 0,08% op hun verkoop een groot deel van de patronale bijdragen van de nijverheid zouden betalen (dat plan is gekoppeld aan een forfaitaire belasting op de handel). De nijverheid, dat is nog een honderdtal fabrieken en minder dan 2000 diamantslijpers met een gemiddelde leeftijd rond vijftig jaar. Midden jaren negentig waren er in Antwerpen en de Kempen nog zo'n vijfhonderd fabrieken met 4000 slijpers (20.000 in de jaren zestig). Jean Goeman van het Siha, een van de twee diamantopleidingsscholen die samen jaarlijks tien diamantslijpers afleveren, rekent voor dat minstens 250 leerlingen zich zouden moeten aanmelden om over vijf jaar vijftig afgestudeerden te hebben. Tegen dan gaan de laatste diamantbewerkers met bosjes op pensioen. "Het Sociaal Plan heeft in 1999 slechts twee kwartalen gewerkt en in die korte periode steeg de tewerkstelling met 30%. Voor de handel betekent 0,08% minder dan de bancaire kosten of de kosten van de omschakeling naar de euro. En toch gingen ze dwarsliggen," zucht John Colpaert van de vakbond ABVV. Het geruzie in de Antwerpse diamantwijk begon met het Sociaal Plan en werd aangewakkerd door de zenuwachtigheid rond de gewijzigde strategie van De Beers. "Zondebokken zijn handig om de eigen machteloosheid te bezweren," fluisteren onze gesprekpartners. Het Sociaal Plan moest een reddingsboei zijn, maar kwam terecht als een steen in de kikkerpoel. Een aantal belangrijke handelaars trok naar de Raad van State en naar Europa om het Plan nietig te laten verklaren, en voor het eerst sinds 1963 legden de vakbonden eind januari de diamantwijk plat. De Hoge Raad loopt op eieren. Eregouverneur Dries Kinsbergen, ingehaald als brandjesblusser, laveert tussen banbliksems: hij doktert moeizaam een hervormingsplan uit voor de HRD in een poging om alle partijen rond de tafel te krijgen in een meer representatieve raad van bestuur: de handel, de nijverheid en de plaatselijke en nationale overheden, die vanuit de diamantsector voortdurend tegenstrijdige signalen krijgen. Investeren in hightechbedrijvenBram Fischler en André pleiten voor een verankering van de resterende 1500 à 2000 diamantbewerkers via het Sociaal Plan, waar Europa zich in mei-juni over moet uitspreken. Maar volgens Europa zou het Plan "potentieel" concurrentievervalsend zijn en dus gedoemd te verdwijnen. Ward Denckens van het Syndicaat der Belgische Diamantnijverheid kaatst die redenering weg. "Ze willen maar niet begrijpen dat het niet om overheidssubsidies gaat en bovendien bepaalt elke lidstaat nog altijd hoe hij zijn sociale zekerheid financiert. Waar het eigenlijk om gaat, is dat we een grondige sanering van onze diamantindustrie willen."Denckens droomt van een terugkeer naar 4000 diamantslijpers die de industrie in en rond Antwerpen nieuw leven kunnen inblazen en de handel zal verankeren. Jonge mensen in witte jassen en investeringen in hightechbedrijven. "Daardoor kunnen we de grote stenen en zelfs de duurdere, kleine goederen van minder dan één karaat hier houden. Omdat samenspraak tussen klanten, designers en diamantbewerkers belangrijker wordt. Het Sociaal Plan moet ons helpen die overgang mogelijk te maken." Denckens benadrukt dat het Sociaal Plan uitsluitend van toepassing is op effectief gepresteerde werkuren.Voor de goede verstaander raakt Denckens hier een gevoelige snaar: zwartwerk. Velen in de diamantwijk beseffen dat er geen toekomst voor de industrie mogelijk is zonder het wegsnijden van dat gezwel dat de slijperijen al meer dan dertig jaar meeslepen. "Jonge mensen willen niet in dergelijke omstandigheden werken. Het Sociaal Plan kan dat verleden opkuisen," zucht men.Ashok en Venkat zien echter geen heil in sociale plannen of andere "artificiële ingrepen". Wat de positie van Antwerpen op termijn veilig stelt, is brand-building (sterke merknamen) en een hogere toegevoegde waarde. "Afgezien van de bureaucratie die dergelijke plannen meebrengen, zullen heffingen bovenop de al lage winstmarges de handel zenuwachtig maken en de positie van Antwerpen verder ondergraven," stellen de Indiërs. Zij zien slechts één mogelijkheid om de handel in Antwerpen te verankeren: de beste stenen koppelen aan de knapste sieraden onder flexibele arbeidsvoorwaarden en met hogere nettolonen. "Voor stenen van 12.000 euro en meer zijn de loonkosten in Antwerpen marginaal. In Zwitserland maakt men toch ook de duurste horloges." Antwerpen beging de fout dat het geen eigen juwelenindustrie ontwikkelde rond solide merknamen, vinden de Indiërs. "Misschien is het nog niet te laat." Misschien. Als de Antwerpse diamantairs het hoofd koel houden en het gemeenschappelijk belang voorop stellen, zullen we onze sombere toekomstvisie in 2010 misschien moeten herschrijven.Erik Bruyland [{ssquf}]ebruyland@trends.beSjanghai en Vancouver kunnen snel wedijveren met de troeven van Antwerpen.De hele diamantketen is in enkele jaren ondersteboven gedraaid.Door kleine brutomarges op ruwe diamant en nauwelijks hogere winstmarges op geslepen diamant, torsen de Antwerpse diamantairs 2 miljard euro aan bankschulden.Velen in de diamantwijk beseffen dat er geen toekomst voor de industrie mogelijk is als de slijperijen geen einde maken aan het zwartwerk.Over vijf jaar gaan de laatste diamantbewerkers met bosjes met pensioen.