Misschien is het een goede zaak voor de headhuntersbranche dat de aanwervingsprocedure van Christian Heinzmann tot gedelegeerd bestuurder van de NMBS op een klucht is uitgedraaid. Dat is althans de teneur bij de human-resourcesspecialisten die Trends rond de tafel bracht (zie blz. 46) om te discussiëren over de nood aan professionalisme in de branche. Iedereen is het erover eens: ongevallen als de NMBS moeten worden gebruikt om de sector de demystificeren.
...

Misschien is het een goede zaak voor de headhuntersbranche dat de aanwervingsprocedure van Christian Heinzmann tot gedelegeerd bestuurder van de NMBS op een klucht is uitgedraaid. Dat is althans de teneur bij de human-resourcesspecialisten die Trends rond de tafel bracht (zie blz. 46) om te discussiëren over de nood aan professionalisme in de branche. Iedereen is het erover eens: ongevallen als de NMBS moeten worden gebruikt om de sector de demystificeren. Aanvankelijk kon koppensneller Korn/Ferry ermee pochen: ze hadden met Heinzmann het goudhaantje gevonden en verkondigden fier dat het tot hun sterke punten behoorde dat ze de opdracht op zo'n korte tijd hadden kunnen afhandelen. De boemerang kwam echter in hun gezicht terug. Al snel bleek dat de regering verschillende bureaus had aangesproken die vriendelijk voor de opdracht bedankten en dat in vijf haasten andere topmanagers werden gecontacteerd met de vraag of ze een topfunctie bij de Belgische Spoorwegen zagen zitten. Niet echt professioneel. Het gezond verstand zegt dat je zo'n opdracht moet weigeren. De redenen die headhunters aangeven om het toch te doen klinken aannemelijk, maar als we ze van nabij bekijken, houden ze eigenlijk geen steek. Erger nog, ze tasten de reputatie van de headhunters aan.Een klassiek argument is dat je zo'n belangrijke opdracht gewoonweg niet kán weigeren. Als het lukt, is de headhunter er immers zeker van in de toekomst van dezelfde klant nieuwe interessante contracten aangeboden te krijgen. Zeker wanneer die klant de overheid is. Met de Copernicus-hervorming openen zich voor headhunters immers aantrekkelijke opportuniteiten. Meer en meer topfuncties zouden worden ingevuld na het inschakelen van externe bureaus. Maar intussen is duidelijk geworden dat die bureaus niet méér zijn dan een schaamlapje om de rekrutering een schijn van objectiviteit te geven. Searchers zijn zich daarvan bewust, maar laten zich toch voor de kar van de politiek spannen. En dat terwijl ze off the record hun beklag doen over de manier waarop ze met de overheid moeten onderhandelen. De headhunters voeren de opdracht dan maar met een dichtgeknepen neus uit, want de kassa moet rinkelen. Daarmee komen we bij het tweede argument. Headhunters zijn geen liefdadigheidsinstelling en overheidsopdrachten die zwaar gefactureerd kunnen worden, zijn meer dan welkom. Zeker nu ze een moeilijke periode achter de rug hebben. Beursgenoteerde spelers zoals Korn/Ferry en Heidrick & Struggles kwamen onder zware druk te staan en besloten hun diensten uit te breiden. Zo hebben ze zich voortaan ook op het middenkader gericht en de e-recruitmentmarkt aangesproken. Branchevervreemding weliswaar, maar geen activiteiten waarmee een headhunter zijn nek dreigt te breken. Een vaudeville als bij de NMBS doet de raad van bestuur van een doorsneebedrijf dat op zoek is naar een nieuwe CEO echter twijfelen. Ze krijgen de indruk dat executive searchers allemaal klungelaars zijn en een totaal gebrek aan deontologie hebben. De volgende stap in de redenering is dat de raad van bestuur en de aandeelhouders dan maar via hun eigen informele netwerken op zoek gaan naar een geschikte topmanager.Alain Mouton [{ssquf}]