De gemiddelde prijs van de woonhuizen steeg in Limburg met 3 procent in de eerste jaarhelft, noteert de Notarisbarometer. Die van appartementen steeg met 5 procent. "In Limburg was er vooral een inhaalbeweging, omdat de transacties tijdens de lockdown stilvielen", zegt Ed Somers, die met zijn ontwikkelingsbedrijf Vestio actief is in Limburg en aan de kust. "Ik denk niet dat er dit jaar zoveel meer transacties zullen zijn dan vorig jaar."
...

De gemiddelde prijs van de woonhuizen steeg in Limburg met 3 procent in de eerste jaarhelft, noteert de Notarisbarometer. Die van appartementen steeg met 5 procent. "In Limburg was er vooral een inhaalbeweging, omdat de transacties tijdens de lockdown stilvielen", zegt Ed Somers, die met zijn ontwikkelingsbedrijf Vestio actief is in Limburg en aan de kust. "Ik denk niet dat er dit jaar zoveel meer transacties zullen zijn dan vorig jaar." "De rush op investeringsappartementen is vergelijkbaar met die na de bankencrisis", weerlegt collega Bart Tans van Kolmont. "Voor investeerders biedt enkel vastgoed nog zekerheid als waardevast actief. Het is de manier om centen veilig te stellen. Het doorsneegezin met kinderen droomt nog altijd van een grondgebonden woning. Die is weliswaar veel compacter dan vroeger. Misschien heeft de lockdown wel tot gevolg dat er weer wordt uitgekeken naar wat ruimere woningen. Maar dat is wellicht een tijdelijk effect." Architect Vittorio Simoni blijft geloven in kleiner wonen. "Mensen hebben geen drie salons nodig. Ze zitten altijd op dezelfde plaats om te eten of zich te ontspannen", weet hij. "Wel denk ik dat door het toenemende thuiswerk het belang van de werkplaats zal toenemen. Ook hebben we gezien dat de groene gemeenschappelijke ruimte sterk geapprecieerd wordt. Het heraangelegde Kapermolenbos was voor veel stadsbewoners hét alternatief voor de privétuin." Voor Justin Onclin van Chateau Real Estate, dat samen met Matexi appartementen ontwikkelt in het Quartier Blue aan het Albertkanaal betekende de lockdown de vertraagde oplevering van 200 appartementen. "Vooral na juni verliep de verkoop wel goed. Appartementen konden eindelijk bezocht worden." De meeste appartementen gaan van de hand voor een kwart tot een half miljoen euro. De kopers voor de appartementen met twee slaapkamers zijn meestal dertigers met een succesvolle carrière. De appartementen met één slaapkamer worden meestal gekocht door mensen vanaf 50, die terug naar de stad komen wonen. "Ook beleggers hebben interesse", stelt Onclin. Ook Kolmont ontwikkelt appartementen in het Quartier Blue. Het project Zuidzicht zit met de ontwikkeling van 290 appartementen in zijn vierde en laatste fase. De kostprijs varieert voor een standaardappartement tussen 3500 en 4000 euro per vierkante meter. Bart Tans: "Het is een luxeproduct, maar ze werden snel verkocht. De kopers zijn medioren en senioren, of investeerders, die eerst verhuren om er later zelf te gaan wonen." "Het evenwicht is zoek in Hasselt", stelt Simoni. "Aan de Kanaalzone is er enkel plaats voor mensen met geld. Mensen die fin de carrière zijn, betalen extreem hoge prijzen en jagen zo de jonge gezinnen uit de stad. Ik denk wel dat de appetijt voor die monsterprojecten zal afnemen. Ze krijgen ze gewoon niet meer verkocht." Het stadsbestuur onder burgemeester Steven Vandeput (N-VA) wil voor jonge gezinnen betaalbaar wonen in de stad stimuleren. "Ik volg de burgemeester in zijn streven", zegt Onclin. "Het lijkt me logisch om buiten het centrum wat hoger te bouwen, om de gronden optimaal te gebruiken. Dat kan ook door wat kleinere eenheden toe te laten." Somers leidt ook de werkgroep van Voka Limburg die in overleg met het bestuur van Hasselt en andere Limburgse steden nadenkt over vastgoedrenovatie. "55-plussers bezetten de markt van topappartemenen, terwijl jonge gezinnen de B- en C-locaties opzoeken", stelt hij vast. "De stad wil de regie weer in handen nemen en betaalbare woningen aanbieden aan jonge gezinnen met kinderen. Er is nood aan overleg over een evenwicht tussen betaalbaar wonen en de woningen rendabel houden. Men denkt aan maximumhuurbedragen, panden aanbieden zonder de volle eigendom en geconventioneerd wonen." De ontwikkelaar voorziet in dat geval in een vooraf bepaald type appartement, dat wordt verkocht aan beheerders. Zij stellen het voor een vooraf bepaalde prijs ter beschikking aan huurders voor een door de overheid gewaarborgde huurperiode. Het stadsbestuur van Hasselt tracht met de creatie van groene ruimtes de stad aangenamer te maken voor jonge gezinnen. "Veilige en gezonde speelplekken in de stad zijn schaars", meent Tans. "Steden die hier wel een antwoord bieden, werken aan autoluwe speelstraten en woonerven. Nieuwe vervoersmodi, zoals de elektrische fiets, deelsteps en deelwagens, en grotere voetgangerszones maken de binnenstad leefbaarder voor gezinnen met kinderen. De meeste Limburgse steden hebben niet de schaal om dat zeer intensief te doen. Hasselt voorziet in groene ruimtes voor zijn bewoners. De lockdown heeft de behoefte aan veilige gezonde buitenruimtes in de stad enkel vergroot." Volgens Somers wordt hoogbouw in dat groen onvermijdelijk in Hasselt. "Dat kan een succes worden als de appartementen een ruim balkon en een mooi uitzicht bieden, zoals aan het Kapermolenpark of het vernieuwde zwembad. In het centrum komen beter geen woontorens. Hasselt moet echt niet het New York van Limburg worden." Kolmont ontwikkelde de Kapertoren van zestien verdiepingen in samenwerking met de stad. Het project omvat relatief kleine appartementen voor studenten en jonge starters. Het wordt opgeleverd in het najaar. "Het is al zo goed als uitverkocht. De kopers zijn meestal beleggers", zegt Tans. "Het doel jonge bewoners terug naar de stad te brengen, is gehaald. Zij vonden vroeger moeilijk hun gading in het vastgoed, dat werd ontwikkeld op maat van een wat meer vermogende koper. Nu blijven die studenten een tijd in Hasselt wonen, wat de stad toch een ander karakter geeft." Hasselt positioneert zich steeds meer als een universiteitsstad. Somers: "De universiteit en de hogescholen kunnen de drive worden van de verjonging. De stad kan zich profileren als een plaats waar jonge mensen na hun studie nog een tijd blijven hangen. Het is maar de vraag of dat zal lukken. Zodra een koppel kinderen krijgt, wil het één ding: zijn eigen huis met een tuin." Somers merkt dat gezinnen met kinderen de wijken buiten het centrum opzoeken. "Tussen de kleine en de grote ring zijn er wel projecten met woningen met een klein privétuintje en een grote gemeenschappelijke tuin", zegt hij. "Die hebben veel succes. Ook de wijken Godsheide, Kuringen en de Kievitwijk zijn begeerd. Voor een huis van 150 vierkante meter en een tuin van 70 vierkante meter betaalt men 300.000 euro. Jonge gezinnen lijken alle vertrouwen in de toekomst te hebben en kopen een huis met een kleine tuin op fietsafstand van het centrum." "Het is nobel te streven naar betaalbaar wonen, maar het beleid staat haaks op dat doel. Door het strakke vergunningsbeleid blijven gronden schaars voor jonge gezinnen die een grondgebonden woning zoeken. Het stadsbestuur zou de buitengebieden moeten durven aan te snijden." Somers stelt dat ook andere steden focussen op jonge gezinnen. "Sint-Truiden, Genk, Bilzen, Tongeren en Zonhoven bieden zich aan als goedkoper alternatief en slagen daar ook in." "Die steden voeren via de ruimtelijke ordening een doelgroepenbeleid", bevestigt Tans. "Ze doen dat wel meestal voor lokale gezinnen, die hun eigen woning verwerven. Hasselt doet dat voor een breder publiek. Het trekt kopers aan uit heel Limburg, en daarbuiten, zoals uit Leuven."