Toen Filips II van Spanje in 1598 stierf, werd er in de Lage Landen niet getreurd. De intolerante, sektarische katholiek, zoon van Karel V, kende enkel het zwaard om conflicten op te lossen. Hij buitte onze streken uit en liet ze in burgeroorlog achter. In het protestantse Noorden was men klaar voor politieke en economische autonomie. Frankrijk wilde wel zijn territorium tot in Brussel uitbreiden, maar Filips II had een vredesverdrag met onze zuiderburen getekend. Als opvolgster had Filips II zijn dochter ...

Toen Filips II van Spanje in 1598 stierf, werd er in de Lage Landen niet getreurd. De intolerante, sektarische katholiek, zoon van Karel V, kende enkel het zwaard om conflicten op te lossen. Hij buitte onze streken uit en liet ze in burgeroorlog achter. In het protestantse Noorden was men klaar voor politieke en economische autonomie. Frankrijk wilde wel zijn territorium tot in Brussel uitbreiden, maar Filips II had een vredesverdrag met onze zuiderburen getekend. Als opvolgster had Filips II zijn dochter Isabella aangeduid, die uitgehuwelijkt was aan Albrecht, een andere kleinzoon van Karel V. Albrecht was een rijke aartsbisschop die nooit tot priester was gewijd. In 1599 deden Albrecht en Isabella hun Blijde Intrede in Brussel. Na tien jaar moeizaam onderhandelen namen ze eindelijk de controle van de Spaanse Nederlanden opnieuw over. Ze kalmeerden de opgehitste katholieke gemoederen, sloten vrede met de aanhangers van Oranje en lieten de calvinisten toe, in stilte. Dit 12 jaar durende verdrag - tussen 1609 en 1621 - zorgde voor de economische en culturele heropleving van de Zuidelijke Nederlanden. Pieter Paul Rubens, Jan Breughel en Otto van Veen (schilderkunst), Wenzel Coebergher en Jacques Francquart (architectuur), Peter Philips en Pierre Cornet (muziek), en humanisten als Justus Lipsius waren te gast aan het aartshertogelijk hof in Brussel of in Mariemont. De vorsten herstelden de volksfeesten in ere, plaatsten bestellingen bij allerlei kunstenaars en steunden als goede christenen de contrareformatie. Dat laatste deden ze door de christelijke ordes te financieren, relikwieën te kopen en processies te organiseren.De tentoonstelling in het Jubelpark wil een beeld geven van die tijden van vrede. De meest leerrijke werken worden er didactisch (en niet echt inventief genoeg) tentoongesteld. Naast harnassen, edelsmeedkunst (werelds en religieus), wandtapijten, rijk geïllustreerde boeken, kaarten en plannen, vindt men er portretten van de aartshertogen en andere schilderijen met verschillende thema's zoals feesten, panorama's van Brussel, stillevens waar je het water van in de mond krijgt. Een curiosum is het paard van Albrecht. Het is niet opgezet, maar de huid ervan is opgespannen op een houten skelet. Vele stukken zijn een illustratie van één van de vijf zintuigen. Maar wat een leuke leidraad door de hele tentoonstelling had kunnen zijn, wordt niet representatief genoeg voorgesteld. Kortom, deze tentoonstelling die zowel historische als artistieke waarde heeft, is zeer zeker een prachtig antikwiteitensalon, maar geeft niet echt een vernieuwend beeld van deze korte en luisterrijke periode."Albrecht en Isabella, 1598-1621", Museum van het Jubelpark, 1000 Brussel. Tot 17 januari, van 10 tot 17 uur, behalve op maandag. Inlichtingen: Tel. (02) 741.73.13.ALAIN DELAUNOIS