Plots piekt internationaal de jubel over baron Albert Frère. Face Value - zowat de rubriek Eminent van het Britse kwaliteitsblad The Economist - hemelt de baron op onder de titel: 'A discreet dynamo'. België heeft een van Europa's boeiendste ondernemers geproduceerd, stelt het blad. Kort nadien ontdekt de lezer van Het Financieele Dagblad (Nederland) de van gezondheid glanzende tachtiger in een roemvol portret.
...

Plots piekt internationaal de jubel over baron Albert Frère. Face Value - zowat de rubriek Eminent van het Britse kwaliteitsblad The Economist - hemelt de baron op onder de titel: 'A discreet dynamo'. België heeft een van Europa's boeiendste ondernemers geproduceerd, stelt het blad. Kort nadien ontdekt de lezer van Het Financieele Dagblad (Nederland) de van gezondheid glanzende tachtiger in een roemvol portret. België vertoont de kenmerken van de meest trieste eurosclerose: een werkloosheid van 12,4 %, met uitschieters in Brussel tot 20 % en in Wallonië van 25 % tot 30 %, de belastingschalen zijn de meest grijperige van de ontwikkelde wereld. Toch druipen de muren van welvaart in de miljoenenwijken van Brussel, Antwerpen en Gent. Dat is dankzij entrepreneurs van het kaliber Frère. Manoeuvre na manoeuvre. De baron is de enige Belg bij de 500 rijkste lieden in de wereld, schrijft het Amerikaanse blad Forbes. Hij speelt solo in de pan-Europese herschikkingen bij Suez, Gaz de France, Bertelsmann en kleiner grut als Lafarge en Taittinger. Vlaanderen heeft zijn puissant rijke managers, maar niemand raakt de hoogte van de supertycoon uit Gerpinnes. In het ruim bemeten kantoor van baron Frère buiten proletarisch Charleroi - met een stijgend aantal kiezers voor het Front National - hangt een lievelingsschilderij. Het is geen gewaagd avant-gardedoek dat de kunstverzamelaar oprecht verheugd aanwijst. Het penseel van Pierre Paulus schiep een industrielandschap aan de Sambre met grijze, zwarte en blauwe vegen. In het kantoor van zijn tegenvoeter - Xavier Verboven van het ABVV - hangt eveneens een doek van Pierre Paulus, met een grijs-zwart-blauw industrielandschap. Het grootkapitaal en het grootsyndicalisme raken elkaar (zie blz. 30). De goede verstandhouding tussen Albert Frère en links in Wallonië is een sleutel van zijn fabuleuze succes. Op een geschikt moment werd de rashandelaar een grossier in staalproducten tegen lage prijzen, geleverd door Waalse fabrikanten die vochten tegen de ondergang. De vriendschap tussen de toenmalige economieminister Willy Claes en Albert Frère oliede het pact tussen het socialisme en een beginnend Waals fortuin. In de discussie over de toekomst van België en het lamlendige Wallonië wordt vandaag één kwestie veronachtzaamd. Albert Frère is een krachtig symbool van hoe het tot voor een halve eeuw was. In de eerste 125 jaar van België was de ondernemende creativiteit een exclusieve Waalse en Franstalig-Brusselse kwaliteit. Er was Bekaert en er waren havenentrepreneurs. Voor de rest bleef Vlaanderen het terrein van de kleinbedrijven, de kruideniers en de patattenkwekers. De zweepslag om uit het benepen kot op te staan, ging over de ruggen met de komst van de Duitse, Amerikaanse, Canadese en Britse multinationals in Vlaanderen. Albert Frère begon zijn carrière als marchanddeclous op een ogenblik dat Wallonië nog in opperbeste conditie verkeerde. Terwijl zijn geboortestreek verpauperde, bleef de vechtjas manoeuvre na manoeuvre bedenken om te doen wat een ondernemer wordt geacht te doen: rijkdom scheppen voor zichzelf en zijn stakeholders. Wie mee liftte met Frère, is niet superrijk, maar wel gefortuneerd. Hij stond niet alleen. De Walen waren dé ondernemers. Het zijn de Waalse ingenieurs van de Société Générale die de fabrieken van Vieille Montagne in Balen runden, die woonden tegen de Radiumstraat en de Koperstraat in Olen, die de directiekantoren van de 'Zilver' (later Metallurgie Hoboken Overpelt) bezetten. In Wallonië en het betere Brussel zit opgestapelde rijkdom van toen en een traditie van ingenieursvernuft en maakkunde. Overheidsgeld vergooien. De versleten PS is de tiran van Wallonië. Door haar conservatieve, schooierige beleid is er de voorbije halve eeuw in het zuiden niets gebeurd tegen ledéclin. Landen die dieper in de put zaten dan Wallonië - Ierland, Finland, de Baltische republieken - hebben zich op korte termijn hersteld. Het Walenland slaapt verder en bedenkt een Marshallplan dat meer doet van hetzelfde: overheidsgeld vergooien. Trouwens, de 1 miljard euro van dat plan is één achtste van de som die Vlaanderen via zijn transfers jaar in jaar uit betaalt om Wallonië drijvend te houden. Deze gedwongen solidariteit die het Waalse beleid infantiliseert en debiliseert, blijft zonder resultaten. Bij de recente publicatie van de nationale rekeningen werd nogmaals zichtbaar dat de kloof tussen noord en zuid verbreedde van 25 % naar 27 %. Monsieur Frère, jaag de ondermaatse Elio di Rupo en zijn acolieten weg. De auteur is directeur van Trends. frans.crols@trends.beFrans Crols