Milaan (Italië)
...

Milaan (Italië) Het perskantoor aan de Via Salvini in Milaan zit volgestouwd met de Missoni-lijnen voor het komende winterseizoen. Maar achterin is het rustig, in een sixties aandoende loungeruimte met lage zitjes, gekleurd in de lievelingstinten van Missoni: purper en mauve. Wanneer Luca Missoni veel te laat de trappen komt opgelopen, is hij even buiten adem. Het verkeer tussen het hoofdkwartier in Varese en Milaan zat, zoals zo vaak, helemaal dicht. De tweede zoon van het gezin Missoni runt de herenafdeling, creatief én commercieel. Wat wil zeggen: creatief tekent hij samen met een team ontwerpers de Missoni-mannenlijn uit, maar hij denkt ook mee aan het in de markt zetten van de collectie, samen met zijn broer Vittorio. Misschien is het net dát wel wat de Missoni's zo succesvol maakt. Dat vader Ottavio en moeder Rosita én de kinderen Angela, Vittorio en Luca perfect weten dat mode meer is dan die ene tekening op papier. "Het atelier was voor mij al een plek van verwondering toen ik amper dertien was," vertelt Luca. "Toen al fantaseerde ik over wat je met die weefgetouwen kon doen. Nadien begon ik samen te werken met mijn vader. Dat was in de jaren zeventig. Ik was net de twintig voorbij, zocht niet meteen een voltijdse job, maar bracht steeds meer van mijn vrije tijd door in het atelier. Je moet weten dat studeren niet aan mij besteed was. Ik deed alles om maar niet naar de universiteit te moeten. En... ik hield eigenlijk wel van het experimenteren met breigoed. Die plek was een heus laboratorium: elke collectie werd een nieuwe zoektocht naar ongehoorde combinaties van kleuren en patronen. In de jaren zestig was de Missoni-collectie al heel vernieuwend. Mijn ouders breiden jersey, maar in allerlei kleurtjes. Ze introduceerden ook de eerste lurexdraden. Bovendien was hun kleurengebruik revolutionair. Ze mixten allerlei tinten en kwamen zo tot wat vandaag het Missoni-palet heet." Ook vandaag nog is bij Missoni vernieuwing aan de orde. De familie heeft in haar fabriek in Sumirago, op zo'n drie kwartier rijden van Milaan, ettelijke hypermoderne weefgetouwen staan. Experiment hoort bij de dagelijkse taken. En het is door het empirisch uitproberen van nieuwe combinaties dat succesnummers geboren worden. "Het gebeurt ook dat er ware catastrofes tussen zitten," zegt Luca. "Maar dat kunnen we ons permitteren. Het zijn onze fabrieken en het gros van de tijd moet gaan naar het op punt zetten van kleuren. Zo is het trouwens altijd geweest."Ottavio ( Tai voor de vrienden) en Rosita begonnen klein, met een minicollectie bestemd voor de Italiaanse warenhuisketen LaRinascente. Dat was in 1953. Het zou duren tot 1966 vooraleer ze onder het label Missoni in Milaan presenteerden. Een jaar later waren ze te zien tijdens de Pitti in Florence, vandaag een mannenmodebeurs, toen nog een platform voor heren- en damesmode. Rosita zag op het laatste moment dat het ondergoed van de mannequins niet paste bij de kleurtjes van het breigoed en liet de beha's achterwege - met alle gevolgen van dien. De bloot-look van de Missoni's werd een hype bij journalisten. Het vakblad Women'sWearDaily, toen al de bijbel van de mode, sprak van een zondige (maar schitterende) collectie, geïnspireerd op art deco. Toen een jaar later DianaVreeland van Vogue het Missoni-koppel kwam interviewen, was het hek van de dam. Vreeland had het niet alleen over kleuren, maar ook over de vele kleurnuances, en eens terug in de Verenigde Staten organiseerde de modedoyenne verschillende meetings met belangrijke inkopers. De start van een internationale carrière voor Missoni. "Mijn ouders hebben zich altijd ambachtslui genoemd," zegt Luca. "Ikzelf ben eerder geïnteresseerd in de research. Het technische, het mechanische aspect. Ik wil best interessant breigoed maken. Mijn zus Angela, die verantwoordelijk is voor de dameslijn, wil vooral interessante stijlen brengen. Dat is een groot verschil natuurlijk, maar misschien is die verschillende aanpak net ons succes. Het is iets wat je niet kan plannen. Het zit diep in je. Ik ben ook meer een productmanager dan een designer. Dat is gewoon een logische evolutie: een kunstwerk wordt uiteindelijk een industrieel product. Ik vind het begin interessant, maar ook het eindpunt. En dat moet wel, vandaag de dag. Bovendien komt er nu ook reclame en marketing bij kijken. In de jaren tachtig kon je gewoon je product verkopen. Nu moet je constant imagokeuzes maken. En je moet je product heel juist gaan plaatsen in de winkels. Daarbij denk ik niet meteen aan megastores maar wel aan kleine winkeltjes, juwelenzaakjes. Plekken waar nog iets te ontdekken valt, in Portofino, in Cannes. Waar verkopers nog de moeite nemen om een klant uit te leggen waar het product voor staat."Ieder seizoen presenteert de familie zowel de heren- als de damescollectie in Milaan, wat meestal resulteert in erg veel lovende commentaren in kranten en tijdschriften. Maar er is meer: in de vijftig jaar dat het label bestaat, wordt het geregeld opgepikt door trendsettende modellen en klanten. Het is als een golf: plots duikt topmodel CarlaBruni in een truitje van Missoni op, en voilà, het truitje wordt een bestseller. En Missoni alweer een hype. Luca beaamt dat zoiets erg veel plezier doet. "Vooral omdat veel van de Missoni-ontwerpen niet zo makkelijk om dragen zijn. Veel dessins springen in het oog. Logisch dat sommige fans ze omschrijven als kunst." De zaken gaan erg goed, weet Luca. De thuismarkt is sterk, maar ook de Britten, Amerikanen, Duitsers en Zwitsers weten het label te smaken. "Na de gebeurtenissen van 11 september 2001 ging het op de Noord-Amerikaanse markt moeilijk," aldus Luca. "Maar nu zijn ze ook daar weer geïnteresseerd in wat we doen. Algemeen is de luxe-industrie er niet zo best aan toe, maar je hoort ons niet klagen. Wij vinden het zelfs een goed moment om te investeren. Bepaalde markten schommelen sterk. Denk aan Londen: tien jaar geleden erg slecht, vandaag weer helemaal in. Londen is wat ons betreft niet typisch Brits, maar erg internationaal. Een hele goede markt dus om iets uit te testen."Intussen proberen vader en moeder Missoni het iets langzamer aan te doen. Maar Ottavio kan de mode maar moeilijk loslaten. "Hij blijft me ontwerpen tonen," zegt Luca. Over het gegeven 'familiebedrijf' heeft hij zijn mening. "Het heeft het voordeel dat je aan de slag kan in een gevestigd huis. Bovendien is het best wel interessant om met je ouders, broer en zus te werken. Maar het heeft ook een keerzijde: er is die constante confrontatie van ideeën en toekomstvisies. Vergeet ook niet dat we sinds de jaren zestig een echte groep vormen. Naast mijn ouders, Vittorio, Angela en ikzelf, zit er ook een chief executive officer bij die de zaak runt en de constante confrontatie met de markt aangaat. Missoni mag niet harder willen gaan omdat anderen dat ook doen. We moeten gewoon onszelf blijven."Toch blijft Missoni niet stilstaan. Een dik jaar geleden gingen er nieuwe winkels open in München en in Rome (aan de Piazza di Spagna). In Rome is dit jaar nog een extra winkel gepland. En het perskantoor verhuist naar een grotere plek in de Brera-wijk, het artistieke hart van Milaan. Naast de dames- en herenlijn, verkoopt de familie ook een sportcollectie, tapijten en bed- en badlinnen, collecties die ook in België goed draaien. Ook inhoudelijk durft de familie vernieuwing aan: Angela en Luca krijgen vaak versterking van jonge ex-modestudenten. Van de beste scholen nog wel, zoals Saint Martin's Royal College uit Londen. "Ik hang in elk geval niet vast aan die job," vertelt Luca nog. "Wanneer ik niet in de fabriek ben, vlieg ik met mijn vliegtuig of teken ik de maan. Wist je dat ik al een tentoonstelling heb gehad in New Orleans?" Veerle WindelsHet is als een golf: plots duikt topmodel Carla Bruni in een truitje van Missoni op, en voilà, het truitje wordt een bestseller. En Missoni alweer een hype.Naast de dames- en herenlijn verkoopt Missoni ook een sportcollectie, tapijten en bed- en badlinnen, collecties die ook in België goed draaien.